Bij overheid dreigt tekort ambtenaren

ROTTERDAM, 13 JUNI. Bij de overheid dreigt een tekort aan hoge ambtenaren. Academici verkiezen een goedbetaalde baan in het bedrijfsleven boven een hoge functie bij een ministerie of gemeente. Dat blijkt uit de 'Arbeidsmarktrapportage Overheid 1998' van het Ministerie van Binnenlandse Zaken dat verantwoordelijk is voor de werving van overheidspersoneel. De overheid kampt onder meer met een tekort aan managers, computerspecialisten, leraren en civieltechnici. De overheid kan niet op tegen het bedrijfsleven, dat met bonussen, winstdelingsregelingen en auto's van de zaak strooit om hoog opgeleid personeel binnen te slepen.

“Om de te verwachten wervingsproblemen het hoofd te kunnen bieden moet de overheid ervoor zorgen dat zij als aantrekkelijke werkgever kan concurreren met het bedrijfsleven”, zo luidt één van de aanbevelingen uit de rapportage. Overigens heeft de marktsector op dit moment nog meer last van de krapte op de arbeidsmarkt dan de overheid. Op elke 1000 banen heeft de overheid 14 vacatures, tegen 19 in het bedrijfsleven. Het bedrijfsleven slaagt er wel sneller in zijn vacatures te vervullen.

“We vissen uit dezelfde vijver”, zegt een woordvoerster van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. “Maar Financiën stelt geen geld beschikbaar om betere CAO-afspraken voor hoge ambtenaren te maken. Als we niet uitkijken, gaan we de concurrentiestrijd met het bedrijfsleven verliezen.”

Slechts één op de tien academici die bij de overheid werken heeft een auto van 'de zaak', een winstdelingsregeling of een dertiende maand, tegen de helft in het bedrijfsleven. Ook de loonontwikkeling bij de overheid blijft sinds 1994 achter bij die in het bedrijfsleven.

Volgens de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen (CMHF) is de salarisachterstand van overheidspersoneel ten opzichte van het bedrijfsleven gemiddeld zo'n 20 procent. “Bij topfuncties kan dat verschil oplopen tot 50 procent”, zegt een woordvoerder van CMHF. “De overheid moet snel een begin maken met het inhalen van die achterstand.”

Volgens de Vereniging van Hoger Personeel (VHP) kampt de overheid met een imagoprobleem. “Wie wordt er nou ambtenaar?”, is de gangbare opvatting onder academici, stelt M. Wigman, hoofd arbeidsverhoudingen bij VHP. Pas afgestuurden willen een snelle, flitsende baan in het bedrijfsleven, in plaats van een “saaie” ambtenaarspost. “Ten onrechte”, zegt Wigman. Een ministerie leiden is immers minstens zo uitdagend als een managerspost bij een groot bedrijf.