Balgeluid

OOK AAN NIET-voetballiefhebbers hebben de lopende tv-uitzendingen van de weka-wedstrijden wel iets te bieden. Het is een aardig gezelschapsspel om te proberen te bedenken waarin de huidige tv-uitzendingen verschillen van die van 25 jaar geleden, toen er nog voornamelijk in zwart-wit werd ontvangen. En bij voorkeur 'in de huiselijke kring'.

Wie herinnert zich nog de komeetachtige staart achter de voetbal? Waren er ook niet eigenaardige wit-zwart of licht-donker omkeringen als onbedoeld een felle lamp in beeld kwam? Subiete herhalingen ontbraken, dat staat vast, maar anderzijds werden veel wedstrijden later alsnog in het Polygoon-journaal opgenomen.

Wat opviel aan de uitzendingen van de laatste paar dagen was dat het geluid van de bal bijna niet te horen viel. Er wordt zo te zien harder tegen de bal getrapt dan ooit tevoren, zeker als de keeper de bal naar de overkant moet schoppen, maar tot de huiskamer dringt bijna geen enkel gerucht door, anders dan het gewone getier van de toeschouwers. Het zou geen moeite kosten met een goede richtmicrofoon alleen de bal te laten horen, de Spyshop heeft hulpmiddelen te kust en te keur, zo te zien wordt er ook niet bezuinigd op mensen en materialen, het geluid van de bal zou ook zeker een aantrekkelijke bijdrage leveren aan het verslag, maar het komt er niet van. Donderdagavond was er opeens het gevoel dat het balgeluid opzettelijk wordt onderdrukt.

Want het geluid heeft een tekort: het loopt niet synchroon met het beeld. Wordt één vaste microfoon gebruikt dan zal die al gauw gemiddeld zo'n 70 meter van de bal staan. Bij een geluidssnelheid van 340 meter per seconde duurt het een vijfde seconde voor het geluid van die bal de microfoon bereikt. Dat kan wel eens te veel zijn. Het lijkt flauwekul, maar het is bekend hoezeer de lui van de televisie zich kunnen ergeren aan de onvolmaaktheid van hun medium. Wat ze al niet aan Schminke en Putz uitgeven om Maartje onder het felle licht een menselijk gezicht te geven.

Wat het gebrek aan synchroniciteit tussen beeld en geluid betreft kampt de televisie met het probleem dat het publiek nogal verwend is door de gewone bioscoopfilm waarin beeld en geluid altijd volstrekt in de pas lopen. Als op de film een M1 Abrams-tank op een kilometer afstand een salvo geeft wordt het geluid gewoon 'op' de lichtflits van de kanonsloop gemonteerd. Drie seconden pauze zou het publiek in verwarring brengen.

Dr.ir. R.L. Lagendijk van de Delftse faculteit elektrotechniek, van AW-wege geraadpleegd om wat lijn te krijgen in de gedachten, bewaart goede herinneringen aan de tijd dat er op de tv tenniswedstrijden werden verslagen waarbij het beeld binnen kwam via de satelliet en het geluid over een telefoonlijn werd aangevoerd. Hoorde je eerst het publiek klappen en zag je pas daarna de bal 'uit' gaan. Telecommunicatiesatellieten staan altijd in geostationaire banen op 36.000 kilometer boven de aarde. Bij een lichtsnelheid van 300.000 km/s duurt het minstens een kwart seconde voor een signaal van de ene plaats op aarde naar de andere is gebracht. Daaruit blijkt hoeveel een kwart seconde is. (Bedenk dat het dubbele van die tijdspanne een rol speelt in de live uitgezonden conversatie tussen Maartje en Charles Groenhuijsen.)

Lagendijk wil wel bevestigen dat de beroerde kleurweergave van de combinatie tv-camera en tv-toestel tot de voornaamste zorgpunten van de tv behoort. In de continue aandacht voor kleurbalans en contrast schuilt het grote verschil tussen gerenommeerde produktiebedrijven als de NOB en andere bedrijven. Of nu juist met het oog op de kleurmoeilijkheden bij de tv de moderne tafeltennistafel en het biljart blauw worden gemaakt, en de tennisbal geel, dat wist hij niet. Het kan, denkt hij, ook gewoon de menselijke waarneming als zodanig ondersteunen. Wel is aannemelijk dat de voetbalbal begin jaren zestig opeens wit werd omdat de tv-kijkers moe werden van de onbegrijpelijke pantomime.

Het is verleidelijk hier gelijk maar alle tekorten van de televisie op te sommen. De meest in het oogspringend zijn de onbedoelde kleurverschijnselen die zichtbaar worden in overigens slechts in zwart, grijs en wit uitgevoerde jasjes die van een fijn patroon zijn voorzien. 't Valt niet mee om uit te leggen hoe die ontstaan, de gecompliceerde signaalverwerking in de camera speelt er een sleutelrol in. Van belang is dat het in digitale televisie ontbreekt. Voordat die gemeengoed is, wordt het tv-medewerkers verboden ruitjesjasjes en streepjesoverhemden te dragen. Zelfs probeert men studiogasten in voorkomende gevallen verkeerde jasjes te laten uittrekken.

Aan de stroboscopische problemen, vooral bekend van de tegendraads draaiende wagenwielen van de postkoets in de cowboyfilm, komt voorlopig geen eind. Ze zijn minder hinderlijk, want minder frequent, dan de net genoemde kleureffecten maar komen toch wel dagelijks in beeld. Een aardig divanprobleem is de vraag of er verschil zit tussen de stroboscopische effecten bij film (met 25 hele beelden per seconde) en televisie (50 halve beelden per seconde, dankzij de geïnterlinieerde beeldaftasting). Zo komen we op de vraag waarmee dit stukje beter had kunnen beginnen: treden er ook strobocopische effecten op als de weka-bal spin heeft gekregen voor een boogbal? Zo te zien wordt er geregeld verwonderlijk veel 'effect' (Magnus-effect) bereikt zonder dat de bal hard om zijn as tolt. En Lagendijk heeft nog een opdracht: kijk eens naar de weka-wedstrijden op SBS6 en Nederland 2 en probeer de verschillen te vinden.

    • Karel Knip