Wie is er bang voor Paul de Leeuw?; Reacties op Renate Dorresteins aanval op 'leuke' onbeschoftheid

'Het fatsoen ligt aan flarden', stelde Renate Dorrestein vast in het Cultureel Supplement van twee weken geleden. Als voorbeeld verwees ze naar de vele vormen van modern geweld, en naar de televisieprogramma's van Paul de Leeuw. Haar aanklacht bracht een grote hoeveelheid reacties teweeg, bijvoorbeeld van Theo van Gogh: 'Paul de Leeuw haalt alle clichés onderuit die aan tv kleven' schrijft hij in een antwoord aan Dorrestein.

Wij mogen de Voorzienigheid danken dat de beledigingen die Paul de Leeuw zich op tv veroorlooft niet net zo voorspelbaar zijn als de oubollige satire's waarmee Renate Dorrestein poogt het denkend deel der natie te verblijden. Maar dat maakt Dorresteins kwaadheid om De Leeuws verschijning niet minder curieus. Wat is er aan de hand?

In haar bijdrage aan het Cultureel Supplement van 29 mei, 'Het fatsoen ligt aan flarden', betoogt ze: 'Alles mag, alles kan, en als Paul de Leeuw en de zijnen er straffeloos mee wegkomen, waarom jij dan niet?' Volgt een tirade die serieus beoogt verband te leggen tussen 'het nodeloze kwetsen' van de presentator en de moord op Meindert Tjoelker.

Dorrestein: 'Niet het fenomeen Paul de Leeuw op zichzelf alarmeert mij, maar wel zijn populariteit.' Het bijzondere van 'het fenomeen' is nu juist dat er niemand anders is die zich kan permitteren wat De Leeuw zich toestaat en tegelijkertijd de meest geliefde televisiemaker van het land blijven. Zijn populariteit is één van de wonderen van de jaren negentig en ik denk niet dat er enig buitenland is waar De Leeuw dezelfde status zou kunnen bereiken. Dat is wat mij betreft een pluim op de hoed van het tolerante Nederlandse volk.

Dorrestein probeert De Leeuw af te doen als een talentloze schuinsmarcheerder van het vrije woord, iemand die zijn positie misbruikt om makkelijk te scoren.

Haar tandenknarsen is een schoolvoorbeeld van lui kijken. De Leeuw schreef televisiegeschiedenis als koningin Wilhelmina die - in bezettingstijd teruggekeerd - oprijst uit de branding om te plassen op haar geliefde toilet in de duinen bij Zandvoort aan Zee. Hij liet blinden een rots beklimmen, sloeg kinderen voor de camera en richtte een monument op voor de viezigheid van alle Bob de Rooys in dit land.

Zo zijn er nog een hoop voorbeelden te noemen van de zegeningen die zijn verbeelding aan de macht het publiek schonk. Op z'n best betovert De Leeuw het scherm en haalt alle clichés onderuit die aan tv kleven. Zijn tandpasta-lach is meer een onbetrouwbare grijns en hij doet veel wat de God van Hilversum verboden heeft; mensen in de rede vallen, eerbiedwaardige artiestes dronken laten optreden, grapjes maken met de geestelijk gehandicapte medemens, niet in een Opperwezen geloven, vals-zijn, oneerbiedig, niet aardig, niet gelikt, stuitend slijmen met boven-ons-gestelden, informeren naar het oorlogsverleden van zekere artiesten, kortom, nooit behept met de ziekte die Goede Smaak heet. Hij lijkt wel een echt mens.

De Leeuw is bovendien een getalenteerde entertainer die zijn vloeken in de kerk van Dorresteins deftigheid improviseert. Hij neemt daarmee risico's omdat-ie - daarvan ben ik overtuigd - niet anders kàn. Z'n woede over de mensen en dingen is verpakt in de knipoog die bij populaire televisie hoort, maar daarom niet minder oprecht. En z'n vraaggesprekken - door Dorrestein 'nodeloos kwetsend' bevonden - getuigen van meer liefde voor mensen dan de schrijfster in ook maar één van haar personages heeft kunnen leggen.

De anarchie die De Leeuw op het Nederlandse scherm brengt, is anders van vorm maar daarom niet minder ingrijpend dan de revolutie die Wim T. Schippers destijds teweegbracht met Sjef van Oekel, Haché en Servet. Beiden gaven aanstoot door een lange neus te trekken naar 'wat hoort'. Beiden mochten orkanen van verontwaardiging veroorzaken. Beiden werden groot door hun aangeboren gebrek aan respect voor wat betamelijk is in de wondere wereld van Dorrestein.

Dat de schrijfster wordt bijgevallen door de mislukte directeur-televisie van de VPRO (zie deze krant 2 juni), die ons in vertrouwen mededeelt dat hìj zeker niet te gast zou willen zijn bij De Leeuw, hoeft niet te verwonderen; de VPRO is de conservatiefste omroep van dit moment en zo saai dat je je onwillekeurig afvraagt of ze bij die club zèlf wel 'ns naar hun eigen programma's kijken. Optreden bij De Leeuw is een kwestie van uitgenodigd worden, trouwens.

De gasten die een tikje bij De Leeuw incasseren, komen vrijwillig. Tjoelker diende zich vrijwillig aan, maar daarmee houdt iedere vergelijking op. Nozems met vetkuiven veroorzaakten in de jaren vijftig het Ach en Wee bij de domste moraalpredikanten; Paul de Leeuw mag nu steen des aanstoots zijn voor 'intellectuelen' als Dorrestein. De geschiedenis herhaalt zich; dat is eervol voor de presentator en amusant voor ons.

Niet zo aardig is Dorresteins gesol met het lijk van Tjoelker, die niet stierf om beweend te worden door minder getalenteerde theetantes. Dat Dorrestein Tjoelker nodig heeft om haar gelijk te halen, is van een smakeloosheid waarop ik De Leeuw nooit heb kunnen betrappen. De man die wekelijks de vooroordelen van miljoenen mensen ontregelt, heeft niets te maken met het geestelijk lompenproletariaat en alles met vrijheid van denken. Hij had een minder onnozele tegenstander verdiend.

    • Theo van Gogh