Wel haast, maar geen plan in Kosovo-crisis

De internationale gemeenschap verhoogt de druk op Belgrado in de Kosovo-crisis. De NAVO lijkt dit keer niet verdeeld, maar een samenhangend politiek plan ontbreekt.

BRUSSEL/ROTTERDAM, 12 JUNI. Westerse leiders richten dezer dagen robuuste taal aan het adres van de Joegoslavische president Miloševic en slaan zich op de borst dat zij hun les van Bosnië kennen. Àls dat waar is, rijst meteen de vraag: heeft Miloševic zijn les van Bosnië ook geleerd? In 1995 dwong Amerikaanse diplomatie en militaire druk hem in Dayton tot het vredesakkoord voor Bosnië. Zal hij nu in de Kosovo-crisis weer zwichten - dit keer niet na vier jaar oorlog maar na een paar maanden van gewelddadigheden?

De internationale gemeenschap verhoogt de druk op Miloševic nu zijn troepen in de Servische provincie steeds meer etnische zuiveringen uitvoeren. De Russische president Jeltsin ontvangt hem dinsdag in Moskou om hem tot inkeer te brengen, de belangrijkste diplomatieke stap van dit moment wegens de Slavische bloedband tussen de twee volken. De internationale Contactgroep voor ex-Joegoslavië, bestaande uit de Verenigde Staten, Rusland, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië, wil vandaag in Londen naar verwachting het derde ultimatum binnen enkele maanden presenteren: buigt Miloševic niet, dan volgen harde, mogelijk militaire stappen.

Ter ondersteuning besloten de NAVO-ministers van Defensie gisteren al in Brussel tot demonstratieve luchtmachtoefeningen boven Macedonië en Albanië - binnen enkele dagen - en tot studies naar een serie militaire maatregelen, waaronder luchtaanvallen. Op Brits initiatief buigt de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties zich volgende week over een resolutie, die eventueel ingrijpen door de NAVO moet goedkeuren (en die vooralsnog stuit op verzet van Rusland en China).

Alles bij elkaar lijkt het internationale optreden heel ferm, gericht op beëindiging van het bloedvergieten. Of is dit optisch bedrog? Wie het dodental van circa 300 sinds februari in Kosovo afzet tegenover de ruim 200.000 tijdens de oorlog in Bosnië, is geneigd vast te stellen dat de internationale gemeenschap nu inderdaad sneller in actie schiet dan in 1991 en kennelijk de les van Bosnië geleerd heeft. Maar deze simpele rekensom gaat voorbij aan het feit dat de buitenwereld al jaren in politiek opzicht geen raad weet met Kosovo.

Miloševic ontnam de Albanezen in Kosovo in 1989 hun autonomie zonder dat de internationale gemeenschap daar tegen te hoop liep. In 1995 bleef 'Kosovo' zelfs geheel buiten beschouwing bij de totstandkoming van het veelgeroemde Dayton-akkoord voor Bosnië, door het koele feit dat Bosnië de Amerikaanse vredesarchitecten al voor genoeg problemen stelde. Uit een oogpunt van Realpolitik werd Kosovo het stiefkind van het Dayton-akkoord, welbewust want ook de VS wisten hoezeer deze provincie een kruitvat was.

De internationale gemeenschap heeft nog altijd geen samenhangende strategie, die een vreedzame en politieke oplossing voor Kosovo biedt nà een stopzetting van het huidige geweld. De Albanese meerderheid wil afscheiding, wat onbespreekbaar is voor de internationale gemeenschap en voor Miloševic. Het Westen wil herstel van de autonomie, maar dat gaat Miloševic te ver en de Albanezen niet ver genoeg. Miloševic kan op massieve steun van zijn bevolking rekenen, gegeven de centrale plaats die Kosovo inneemt in de Servische geschiedenis.

Miloševic kan - in tegenstelling tot in Bosnië - niet gemakkelijk concessies doen in Kosovo, dat onderdeel is van zijn eigen land. Die geringe manoeuvreerruimte biedt hem niet veel meer mogelijkheden dan tijd rekken en speculeren op verslapping of verdeeldheid bij de internationale gemeenschap. Bij gebrek aan een concreet plan en een helder einddoel heeft de internationale Contactgroep van grote landen, die het vredesproces in ex-Joegoslavië coördineert, de afgelopen maanden zonder succes druk op Belgrado uitgeoefend.

“De diplomatieke maatregelen lijken niet te slagen”, zei gisteren een hoge NAVO-functionaris. Hij sprak van “de afwezigheid van een betekenisvol diplomatiek spoor”. Miloševic negeert al sinds maart deadlines van de - in de afgelopen maanden verdeelde - Contactgroep: zachte economische sacties die werden opgelegd, maakten geen indruk.

Miloševic wees tevens internationale bemiddeling van de hand. Hij ontving wel vorige maand de Amerikaanse gezant Richard Holbrooke, de enige diplomaat die als vredesarchitect in Bosnië bewezen heeft Miloševic te kunnen beïnvloeden. Maar ook Holbrooke's missie is voorlopig mislukt: hij organiseerde een gesprek tussen Miloševic en de pacifistische, Albanese meerderheidsleider Rugova, in ruil voor opschorting van economische sancties. Holbrooke's concessie veroorzaakte niet alleen gemor binnen het eigen Amerikaanse regeringskamp, maar bracht ook geen verbetering. Miloševic gebruikte de periode voor de - afgesproken - dialoog voor nog meer geweld tegen de Albanezen. Gevolg: Rugova wil niet meer met Miloševic praten, en Rugova's toch al niet solide positie is na Holbrooke's missie in eigen kring verder ondergraven. Begin deze week hebben de Europese Unie en de VS met vertraging alsnog de economische sancties tegen Belgrado ingevoerd.

Wie bereikt nu een einde aan het geweld en een begin van de dialoog? Jeltsin? Of toch Holbrooke? Tegenover The New York Times zei de Amerikaanse bemiddelaar deze week dat “het nog te vroeg is om te zeggen” of er nu wèl een evenwicht is tussen diplomatie en militaire druk, wat destijds niet het geval was bij het uitbreken van de oorlog in Bosnië.

De traagheid waarmee de internationale gemeenschap de afgelopen maanden heeft gereageerd, lijkt inmiddels omgeslagen in haast. De Europeanen en de VS binnen de NAVO zijn op dit moment niet verdeeld over de militaire opties - een groot verschil met de begindagen van Bosnië. Over de wettelijke basis van eventueel militair ingrijpen in een soevereine staat - met of zonder VN-resolutie - bestaat nog geen consensus. Maar de grote landen maken daar nu nog weinig woorden aan vuil. Het lijdt volgens waarnemers nauwelijks twijfel dat de NAVO, met de VS voorop, in geval van een Russisch of Chinees veto in de V-raad desnoods buiten de VN om in actie wil komen.

President Clinton wil “alle noodzakelijke middelen” gebruiken om een herhaling van de “menselijke slachting” in Bosnië te voorkomen. Dat realiseert ook de Russische president Jeltsin zich: hij is niet gebaat bij een Russisch isolement in deze crisis, en dat verzwaart zijn diplomatieke rol bij het overreden van Miloševic komende dinsdag.

De internationale gemeenschap hoopt nog steeds op een diplomatieke oplossing, bij gebrek aan animo voor nieuwe militaire verplichtingen. Beheersing van het conflict zal hoe dan ook nog grote inspanningen van het Westen vergen. De toenemende bereidheid bij de Albanezen om hun onafhankelijkheid vechtend te bereiken, maakt afzijdigheid vrijwel onmogelijk.

    • Robert van de Roer