'Wallensheriff': anarchie mag, criminaliteit niet

Wallenmanager Freek Salm probeert te voorkomen dat criminelen in de Amsterdamse rosse buurt gemakkelijk hun gang kunnen gaan.

AMSTERDAM, 12 JUNI. Laat er geen misverstand over bestaan, zegt Wallenmanager Freek Salm. Op de Amsterdamse Wallen moet het natuurlijk wel gezellig blijven. “Een beetje voos en anarchistisch mag wel. Maar het moet ook niet zo zijn dat de overheid criminele organisaties faciliteert.”

Freek de bordeelsluiper, Lucky Luke, de Wallensheriff. Salm heeft al veel bijnamen over zichzelf gehoord. Hij zit er niet zo mee. “Het komt denk ik door mijn verschijning. Ik ben altijd redelijk aanwezig. In de wintermaanden loop ik met een hoed op over de Wallen.”

Freek Papinau Salm (Zijn gehele officiële achternaam gebruik hij zelden. “Ik ben er wel trots op”) is nu ruim een jaar de manager van het Wallenproject van de gemeente Amsterdam. Deze week kreeg het project officiële status door de ondertekening van het Wallenconvenant door de gemeente, politie, justitie, belastingdienst en de Fiscale Inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD). Doel van het project is de criminaliteit op de Wallen met een gezamenlijke bestuurlijke, fiscale en justitiële aanpak beter te bestrijden. “Ik ben tevreden als over een paar jaar criminele netwerken zich niet meer zo makkelijk in de binnenstad kunnen vestigen.”

De belastingdienst weigerde lange tijd informatie af te staan. “De fiscus hanteert het uitgangspunt: zoveel mogelijk geld binnenhalen voor de clubkas”, zegt Salm. Maar uiteindelijk gaf het ministerie van Financiën toestemming om mee te doen. Tot grote vreugde van Salm, want dé manier om criminelen aan te pakken is “ze financieel treffen”.

Salm is als Wallenmanager aangesteld omdat hij op kleinere schaal als voorzitter van het stadsdeel De Baarsjes rond het Mercatorplein een vergelijkbare aanpak op poten heeft gezet. Criminelen hinderlijk volgen, is in het kort de werkwijze die Salm heeft ontwikkeld. Als er bijvoorbeeld informatie is dat er in een pand criminele activiteiten plaatsvinden, dan komt dit aan de orde binnen de stuurgroep van het project. De dienst Bouw- en Woningtoezicht, de afdeling vergunningen, de politie, justitie, de Kamer van Koophandel en de belastingdienst leggen daarin de informatie bij elkaar die ze op dat moment over de desbetreffende persoon of pand hebben. Dan wordt besloten om actie te ondernemen. De aanpak gebeurt veelal straatgewijs.

De partijen moeten uiteindelijk afzonderlijk hun werk doen. De fiscus zorgt voor naheffingen, Bouw- en Woningtoezicht controleert nauwgezet de staat van het gebouw, vergunningen worden ingetrokken als het mogelijk is. Dat wordt soms wel afgestemd, zodat eerst de fiscus geld kan innen en daarna bijvoorbeeld het pand dichtgespijkerd wordt als er illegalen in een bordeel werken. “We beseffen dat we daarmee moeten oppassen. Je moet je macht niet misbruiken.”

Het koppelen van elkaars bestanden heeft juridische risico's. Er zullen advocaten komen die de aanpak aan de kaak zullen stellen, verwacht Salm. Maar volgens hem is het juridisch goed dichtgetimmerd. Zo is er een privacyreglement opgesteld waarover de Registratiekamer positief heeft geadviseerd. Dat Salm in politiedossiers mag kijken is mogelijk via een uitzonderingsclausule in de Wet op de politieregisters.

De aanpak betekent niet dat de criminelen niet meer strafrechtelijk worden vervolgd. “Politie en justitie zullen de boeven blijven vangen, maar dat is niet genoeg”, verzekert Salm. “Als overheid heb je een heel machtig apparaat. Alleen de macht is nu nog verdeeld over verschillende plekken.” Als het kadaster ziet dat een pand voor een heel ongebruikelijk bedrag wordt verkocht, dan moet volgens Salm actie ondernomen worden. Of een notaris die wordt gevraagd een pand op een dag drie keer van eigenaar te laten wisselen, moet hij dat volgens hem melden. Hij pleit daarom voor een vergaander meldingsplicht voor notarissen. Bij ongebruikelijke transacties die Salm is tegengekomen, zijn het volgens hem altijd dezelfde notarissen en advocaten die daaraan meewerken.

Aanleiding tot de nieuwe aanpak in Amsterdam vormde de IRT-enquête. Uit een deelonderzoek van de criminologen F. Bovenkerk en C. Fynaut kwam in 1995 naar voren dat op de Wallen zestien criminele organisaties actief waren. De criminelen hadden volgens de onderzoekers een grote (economische) macht opgebouwd. Zij bepaalden “in hoge mate de publieke (wan-)orde in het gebied”, aldus het IRT-rapport.

Salm: “Vrij vertaald was de conclusie: iedereen is de baas op de Wallen, behalve de overheid. 'Palermo aan de Amstel' werd er al snel geroepen”. Volgens Salm is het achteraf allemaal niet “zo heavy” gebleken. Of er daadwerkelijk zestien criminele netwerken actief zijn, betwijfelt hij. “Bovenkerk en Fynaut hebben alle kasten bij politie en justitie opengetrokken.” Aanvankelijk riep Salm twee organisaties per jaar te willen aanpakken, maar daar is hij van teruggekomen. “Want wat is een criminele organisatie? Centraal geleide maffia-organisaties ben ik bitter weinig tegengekomen.”

Volgens Salm gaan er vooral illegale handelingen zoals witwassen en fraude schuil achter de vele belhuizen, smartshops en kamerverhuurbedrijven. “Ik ben niet op illegalenjacht. Als illegalen 400 gulden per maand huur betalen, laat ik ze ongemoeid, maar als ze 2.000 gulden voor een kamertje betalen, dan denk ik: paf. Dan is er sprake van grove machtsmisbruik.” Sinds de invoering in 1996 van het gedoogbeleid voor bordelen in Amsterdam gaat het in deze branche beter. Maar na een uitspraak van de rechter (in juli 1997) dat vrouwen uit Oost-Europa in Nederland als 'zelfstandig ondernemer' mogen werken, is de vrouwenhandel erg toegenomen, aldus Salm. “Dat gaat met veel intimidatie en geweld gepaard.” Salm vindt dat staatssecretaris Schmitz (Justitie) opnieuw het werken van vrouwen uit deze landen in Nederland moet verbieden. Zo zou een nieuwe rechterlijke uitspraak kunnen worden uitgelokt. “Er is nog maar één rechter geweest die zegt dat vrouwen hier mogen werken.”

Criminoloog F. Bovenkerk is enthousiast over het Wallenproject, omdat er meer gebeurt dan alleen criminelen strafrechtelijk vervolgen. “Dat is precies wat wij ons voorstelden. Criminaliteit moet je aanpakken als een buurtprobleem”. De kans dat het probleem zich verplaatst is aanwezig, erkent Bovenkerk, maar er zijn ook studies die aangeven dat de criminaliteit bij zo'n aanpak helemaal verdwijnt.

Salm heeft soms contact met zijn tegenstanders. De criminelen beginnen al aardig een hekel aan hem te krijgen, zegt hij met een glimlach. “Het is niet zo dat ik word bedreigd of zo. Maar ze zeggen dat het nou eens afgelopen moet zijn. Ze hebben een broertje dood aan aandacht.”

    • Herman Staal