Voor hem wilde Simone zelfs de afwas doen; Sylvie Le Bon de Beauvoir over de liefde van haar adoptie-moeder voor schrijver Nelson Algren

Simone de Beauvoir werd in 1947, tijdens een bezoek aan de Verenigde Staten, verliefd op de auteur Nelson Algren. Omdat zij Sartre niet wilde verlaten, schreven Algren en De Beauvoir elkaar zeventien jaar lang brieven, die nu in het Nederlands vertaald zijn. “Algren heeft haar meteen ten huwelijk gevraagd”, zegt Sylvie le Bon, De Beauvoirs aangenomen dochter, “maar dat heeft ze nooit overwogen.”

Simone de Beauvoir: Een transatlantische liefde. Brieven aan Nelson Algren. 1947-1964. Bezorgd en van aantekeningen voorzien door Sylvie Le Bon de Beauvoir. Vertaald door Marianne Gossije. Uitgeverij de Geus, 618 blz. Prijs ƒ 69,90.

“Ze waren hartstochtelijk verliefd op elkaar, Simone de Beauvoir net zo goed als Nelson Algren. Zijn brieven aan haar zijn levendig, warm en vol humor. Ik vind het verschrikkelijk jammer dat ik die niet kon publiceren, want die brieven geven een heel ander beeld van hem dan zijn romans. Die zijn erg somber en donker. Nelson Algren was een tragische figuur: ongelukkig, eenzaam en altijd in conflict met zichzelf. Simone de Beauvoir rukte hem uit zijn isolement. Door haar ontmoette hij weer mensen, interesseerde hij zich voor politiek, las werk van andere schrijvers. Beiden leefden voor de literatuur, dat heeft hen samengebracht, maar ook weer gescheiden. Na 1950, het jaar waarin Nelson voor het eerst brak met Simone, heeft hij tien jaar lang vreselijk spijt gehad. Zijn brieven uit die tijd vormen één grote jammerklacht. Hij realiseert zich dat hij alles heeft verloren.”

Sylvie Le Bon de Beauvoir (58) is de enige persoon die dit laatste kan weten. Als aangenomen dochter van Simone de Beauvoir is zij enig erfgename van de Franse schrijfster en filosofe en beheert zij haar literaire nalatenschap. Ze ontvangt mij in haar appartement in het 14e arrondissement van Parijs, waar ze sinds 1971 woont en waarvan ze de ontvangstruimte heeft ingericht als een klein Beauvoir-museum: dikke perzische tapijten en een indrukwekkende boekenwand waarin, tussen eerste drukken en vertalingen, veel foto's van de schrijfster zijn neergezet. Van hieruit is het maar een paar minuten lopen naar de rue Schoelcher, waar Castor - bever, zoals Sylvie le Bon haar vaak liefkozend noemt - lange tijd woonde en waar zij vlakbij, op de begraafplaats Montparnasse, begraven ligt. Naast Sartre, maar met de ring van Nelson Algren aan haar vinger.

Sylvie Le Bon, die al vijfentwintig jaar filosofie doceert aan een lyceum in Parijs, heeft door haar opgestoken haar en haar scherpe blik uiterlijk wel iets weg van de Beauvoir. Haar theatrale, soms bijna pathetische spreektrant doet de uiterlijke gelijkenis echter weer teniet. Le Bon bezit de brieven die de Amerikaanse schrijver Nelson Algren tussen 1947 en 1964 aan zijn Franse minnares stuurde. Die van De Beauvoir aan Algren kwamen, na zijn dood, via een veiling terecht in de bibliotheek van de Universiteit van Columbus, Ohio. “Daar kan iedereen ze inzien”, vertelt Le Bon, “Journalisten, biografen en onderzoekers hebben er fragmenten uit gepubliceerd, hoewel ze dat recht helemaal niet hebben. Bovendien hebben ze vaak fout geciteerd of er een verkeerde context bij vermeld. Misschien konden ze het handschrift niet lezen. Het heeft mij ook jaren gekost voordat ik het kon ontcijferen. Om een einde te maken aan die literaire piraterij heb ik besloten de brieven te publiceren. Zelf was Castor dat ook al van plan. Van de universiteit had ze kopieën van de eerste vijftig bladzijden gekregen, maar ze kon haar eigen handschrift niet meer lezen en had mij om een transcriptie gevraagd. Tijd om het karwei af te maken heeft ze niet gekregen.

“Ik had de volledige, chronologische briefwisseling al klaar - geannoteerd en wel”, vertelt Le Bon verontwaardigd, “toen de literaire agenten van Algren ons, na een jaar wachten, lieten weten dat ze geen toestemming gaven voor publicatie van zijn brieven. Zonder enige motivatie. Aan anderen hebben ze, naar het schijnt, gezegd dat Algren het niet gewild zou hebben. Maar waarom hebben ze dat dan niet tegen mij gezegd? Het is absurd. Juist voor Algren zou het belangrijk geweest zijn: aan de hand van die brieven kun je zijn literaire ontwikkeling volgen, zijn liefde voor Simone de Beauvoir zien groeien en zijn beslissing om met haar te breken begrijpen. Hopelijk veranderen ze van mening na de publicatie van de Beauvoir's brieven in de Verenigde Staten.”

Chaotisch verleden

Nelson Algren (1909-1981) en Simone de Beauvoir (1908-1986) ontmoetten elkaar in Chicago, op 22 februari 1947. Op uitnodiging van een aantal universiteiten maakte de Beauvoir een rondreis door de Verenigde Staten en gaf lezingen over het existentialisme. Omdat ze graag zoveel mogelijk mensen wilde ontmoeten uit het Amerikaanse culturele leven - ze wilde immers een boek schrijven over haar ervaringen, het latere L'Amérique au jour le jour (1954) - nam zij op advies van een Amerikaanse vriendin contact op met Nelson Algren, die in Chicago woonde. Deze als eenling bekend staande schrijver van joods-Zweedse afkomst had een chaotisch verleden en zat in zijn jeugd enkele maanden in de gevangenis voor diefstal van een typemachine. Hij hield zich verre van de literaire glamour in New York en kreeg in 1949 de Pulitzerprijs voor zijn roman The man with the golden arm. Zoals ze in haar boek over Amerika en in haar autobiografie beschrijft, leidde Algren haar door de sloppenwijken van zijn stad, nam haar mee naar bistro's in de Poolse wijk en stelde haar voor aan een paar van zijn vrienden - alcoholisten, dieven en prostituées. Algren heeft op dat moment nog nooit van De Beauvoir gehoord - zij heeft dan drie romans, een toneelstuk en twee essays op haar naam staan - en hij leest pas de dag na haar vertrek in de New Yorker wie hij eigenlijk heeft ontmoet.

Die dag ontvangt hij ook haar eerste brief - in het Engels geschreven omdat Algren geen woord Frans spreekt - die eindigt met 'Ik zal je niet vergeten'. Voordat de Beauvoir uit de VS vertrekt, op 17 mei 1947, brengen zij nog twee weken door in elkaars gezelschap en is de basis gelegd voor een intense, maar moeilijke 'transatlantische liefde' en voor een prachtige briefwisseling die zeventien jaar zal duren.

De brieven van Simone de Beauvoir aan Nelson Algren, die nu in het Nederlands zijn vertaald, laten een verrassend tedere, spontane, sensuele, grappige en vrolijke vrouw zien die in niets lijkt op het stereotiepe beeld van de afstandelijke, koele en rationele schrijfster. Voor hem, schrijft ze, wil ze dat zo gehate huishouden wel doen, dweilen, koken, afwassen, boodschappen doen. “Een grapje”, reageert Le Bon, “hij woonde alleen en deed alles in huis zelf. Daarom noemt zij hem ook schertsend 'huisman'. Algren was een veel betere kok dan zij. Ze heeft hoogstens wel eens een eitje voor hem gebakken.”

In een taal die niet de hare is en voor een geliefde die haar wereld niet kent, beschrijft de Beauvoir gedetailleerd haar leven in Parijs: de films die ze ziet, de boeken die ze leest en de avonden die ze drinkend en dansend in jazzkelders doorbrengt. Als in een culturele kroniek schetst ze scherpe portretten van haar vrienden, onder wie Sartre ('warm in alles behalve in bed'), Jean Cocteau ('een nicht van zestig, heel aantrekkelijk en grappig'), de kleine Jacques-Laurent Bost ('met wie ik jarenlang naar bed ging voor ik jou leerde kennen'), André Masson ('de sympathieke schilder die niet meer kon eten omdat hij het gevoel had dat hij kleuren at'), Violette Leduc ('die oerlelijke vrouw die verliefd op me is'), Giacometti ('de beeldhouwer die op een dag al het werk van twee jaar aan gruzelementen heeft geslagen') en Jean Genet ('de vondeling, die inbreker werd en nu prachtige, obscene boeken schrijft').

Gekwelde ziel

Ondanks haar hartstocht overweegt de Beauvoir geen moment Parijs definitief te verlaten. 'Ik houd van je, maar verdien ik jouw liefde wel als ik je niet mijn leven geef?', schrijft ze al op 23 juli 1947. “Algren had haar meteen ten huwelijk gevraagd”, vertelt Le Bon, “maar dat heeft Castor nooit overwogen. Voor haar waren liefde en huwelijk twee verschillende dingen.” Bovendien, schrijft ze aan Algren, behoort haar leven al een ander toe: 'als ik mijn leven met Sartre opgaf, zou ik een ellendeling zijn, een verraadster en een egoïst. Het is niet door een tekort aan liefde dat ik niet bij je blijf. Maar Sartre heeft mij nodig. Innerlijk is hij een gekwelde ziel en heel onrustig, en ik ben zijn enige echte vriendin, de enige die hem echt begrijpt. Bijna twintig jaar heeft hij alles voor me gedaan, hij heeft me leren leven, hij heeft me geholpen mezelf te vinden.' In 1948 aarzelt ze zelfs niet een reis met Algren onverwachts met een maand te verkorten omdat de vrouw met wie Sartre enkele maanden zou doorbrengen plotseling verstek liet gaan.

In de zomer van 1949 reizen de Beauvoir en Algren samen door Europa en Noord-Afrika, een reis waarvan ze in La force des choses (1963) uitgebreid verslag doet. Het jaar daarop, tijdens een verblijf aan het Lake Michigan, vertelt Algren haar dat hij niet meer van haar houdt. Hij kan er niet meer tegen altijd op het tweede plan te komen, schrijft de Beauvoir later. Hij wil een huis, een vrouw, een kind die hem toebehoren. Algren is van plan te hertrouwen met zijn ex-vrouw, een huwelijk dat voor de tweede keer op een catastrofe zal uitlopen.

In 1955 verscheen de Engelse vertaling van De mandarijnen, opgedragen 'à Nelson Algren'. Hij herkent zich in het personage van Lewis Brogan, een grillige, moeilijke man. “Hij reageerde woedend en zei allerlei vreselijke dingen over Simone de Beauvoir tegen de media”, aldus Le Bon, “maar al snel bood hij zijn verontschuldigingen aan en gaf de schuld aan de journalisten die hem onjuist zouden hebben geciteerd. Hij probeerde haar midden in de nacht te bellen, stuurde een telegram om het goed te maken. Castor schreef tenslotte haar autobiografie, dat wist hij. Als mensen belangrijk voor haar waren kon ze die toch niet eenvoudig overslaan?”

In La force des choses doet de Beauvoir haar liefdesrelatie met Algren onverbloemd uit de doeken en citeert fragmenten uit Algrens brieven. “Het zijn warme, mooie, liefdevolle bladzijden, flatterend voor hem, maar hij reageerde verschrikkelijk vijandig, vol haat. Dat is zijn verbitterde, mysterieuze kant. Hij had toch gewoon kunnen zeggen dat het hem niet beviel, zonder Castor zo vreselijk te kwetsen. Het heeft haar vreselijk verdriet gedaan. Zij heeft het nooit begrepen.”

De Beauvoirs laatste brieven aan Algren dateren uit 1964, het jaar waarin de Engelse vertaling van La force des choses verscheen. Daarna hebben ze elkaar nooit meer gezien noch geschreven. “Toen Algren stierf, in 1981, heb ik haar gevraagd of zijn dood haar verdriet deed”, vertelt Le Bon. “Ze zei van niet, omdat hij haar zo vreselijk pijn had gedaan. Maar daar geloof ik niets van. Hij is zo dramatisch doodgegaan. Helemaal alleen.”

Sylvie Le Bon heeft Nelson Algren nooit ontmoet. Zij ontmoette de Beauvoir in 1960, toen zij zelf een twintigjarige filosofiestudente was. “Ik had haar een keer geschreven om haar te zeggen dat ik haar boeken zo bewonderde”, vertelt Le Bon, “tot mijn verbazing nodigde zij me uit eens langs te komen bij haar thuis. Ze vroeg me van alles over mijzelf en zei toen dat ze een afspraak had met Sartre. Ik kon met haar meerijden in de taxi. Bij Trocadéro stapte ze uit en kocht vijftien kranten voor me. Ik moest ze allemaal lezen van haar. En dat heb ik gedaan.”

Vitaal

“Wat mij het meest fascineerde was de manier die ze had om je dingen te leren, om nieuwe perspectieven te openen. Bij haar was niets onmogelijk. Je moest dit hebben gelezen, dat gezien, dit gedaan. En beloftes deed ze altijd gestand. Ik moest ook altijd vreselijk lachen in haar gezelschap. Sartre en zij waren erg vrolijke, vitale mensen.”

“Liefde en vriendschap waren voor haar essentieel. Ze was in staat tegelijkertijd tien of twaalf intensieve vriendschappen te onderhouden, zowel met mannen - bijvoorbeeld Merleau -Ponty en Giacometti - als met vrouwen. Met sommige vrouwen had ze een relatie op de grens van vriendschap en liefde, zoals bijvoorbeeld met haar jeugdvriendin Zaza, over wie ze schrijft in Mémoires d'une jeune fille rangée (1958). Heel heftig en intens, maar niet lichamelijk. Dat kon niet in het burgerlijke milieu waarin zij opgroeiden. Na de dood van Zaza, op éénentwintigjarige leeftijd, heeft Castor altijd geprobeerd die intensiteit terug te vinden. Daarom heb ik mijn plaats kunnen vinden in haar leven.

“We hadden veel dingen gemeen: een moeilijke relatie met onze ouders, de manier waarop we in het leven stonden, wars van conventies. Kent u Die Wahlverwandtschaften van Goethe? Zo was het tussen ons. Ik had haar nodig en zij mij. We hadden altijd - onafhankelijk van elkaar - dezelfde mening. We wisten bijvoorbeeld allebei dat we geen kinderen wilden. Castor had voor het schrijven gekozen. Ik had een dermate slechte relatie met mijn ouders dat ik van dat denkbeeld al vroeg was genezen. Wat moeders hun dochters aandoen in de naam van die zogenaamd heilige moederliefde, verschrikkelijk!

“Vlak na de dood van Sartre in 1980, vroeg Castor of ze me mocht adopteren. Ze was een beetje huiverig om het voor te stellen, omdat ze wist hoezeer ik iedere vorm van moeder-dochterrelatie verafschuw. Maar ze wilde dat ik legale rechten kreeg, dat ik me zou kunnen verdedigen na haar dood. Als ze nu nog had geleefd, had ze ongetwijfeld gestreden voor het samenlevingscontract.”

Sinds kort ligt het feministische gedachtengoed van Simone de Beauvoir onder vuur. “Wat Castor voor vrouwen van de twintigste eeuw heeft gedaan, blijft uniek”, aldus Le Bon, 'Le deuxième sexe zal altijd een standaardwerk blijven. Ik heb bijvoorbeeld net de Russische vertaling ervan ontvangen. Tegenwoordig bestaat er in Frankrijk nogal wat verwarring over het woord feminisme. Sommige vrouwen noemen zich feministen en verkondigen theorieën waarmee ze lijnrecht tegen die van Simone de Beauvoir ingaan. Vrouwen als Gisèle Halimi (auteur van La nouvelle cause des femmes) en Sylviane Agacinski (filosofe, auteur van Politique des sexes en echtgenote van premier Jospin) zijn van mening dat er zoiets als een vrouwelijke natuur bestaat en beweren ook nog eens dat die superieur is aan de mannelijke. Daarom eisen ze pariteit in de politiek: in de besluitvormende politieke organen zouden per definitie evenveel vrouwen als mannen moeten zitten. En waarom? Omdat vrouwen zachter zijn, omdat vrouwen moeders zijn, conflicten uit de weg gaan en dus beter politiek zouden kunnen bedrijven. Het zijn de traditionele, pre-historische vooronderstellingen over de vrouw. Wat zij nu feminisme noemen is precies wat Simone de Beauvoir heeft bekritiseerd. Het zijn de vooroordelen die zij met zoveel moeite aan het wankelen heeft gebracht! Het is ontmoedigend.

“Volgend jaar is het vijftig jaar geleden dat De tweede sekse verscheen. Dan worden er overal in Frankrijk, Duitsland en de VS debatten georganiseerd - een mooie gelegenheid om dit soort dingen eens uitgebreid te bepraten. Ik weet nog niet of ik daaraan mee zal doen. Het interesseert me allemaal wel, maar ik houd me een beetje op een afstand. Ik houd er niet van in het openbaar over Castor te praten. Ik kan het ook niet - voor mij is het allemaal nog te vers, te persoonlijk. Misschien dat ik over een tijdje wat harder wordt. Voor mij gaat de tijd niet zo snel voorbij. Wat ik moet doen zijn kleine dingen, journalisten te woord staan en biografen helpen met hun werk. De zoveelste lezing over haar geven interesseert me niet.”

    • Margot Dijkgraaf