Verjongingskuur voor Vechtende Valk

Terwijl Nederland miljarden uitgeeft om de levensduur van de F-16 te verlengen, is de discussie over de opvolging van de 'Vechtende Valk' al in volle gang. Compensatie-orders spelen daarin een grote rol.

LEEUWARDEN, 12 JUNI. Met oorverdovend geraas van de naverbranders scheren vier F-16's in formatie laag over een kille en zwaarbewolkte vliegbasis Leeuwarden. Voor een van de hangars slaat een kleumende meute militaire en politieke hoogwaardigheidsbekleders uit België, Noorwegen, Denemarken en Nederland het schouwspel gade. Het is feest. De vier Europese F-16 gebruikers vieren vandaag de officiële aanbieding van de eerste geheel gemoderniseerde versies van het jachtvliegtuig, bijna twintig jaar na de komst van de eerste splinternieuwe 'Vechtende Valk'.

Eigenlijk waren de Nederlandse F-16's rond de eeuwwisseling aan vervanging toe omdat ze technisch, wat betreft wapensystemen en vliegtuigelektronica, niet meer meekunnen met modernere jachtvliegtuigen. Maar om financiële redenen besloten Nederland en de drie Europese partnerlanden het leven van de toestellen nog een jaar of tien te rekken via een zogegenoemd midlife update-programma.

Het mag dan geen geheel nieuw vliegtuig zijn geworden, na de midlife update beschikt de Koninklijke Luchtmacht wel over een toestel dat veel meer kan dan de oude F-16. Die kon zijn luchtverdedigingstaak slechts bij redelijke weersomstandigheden uitvoeren. De infrarood geleide Sidewinder-raketten die daarbij worden gebruikt kunnen alleen voor korte afstanden worden gebruikt. Tot nu toe zijn de F-16 vliegers aangewezen op visuele identificatie van het doel. Na de modernisering zijn de F-16 piloten in staat verschillende vliegtuigen tegelijkertijd op grote afstand op te sporen en met radargeleide lucht-luchtraketten te onderscheppen.

De oude F-16 was, zo zei sous-chef operatiën van de luchtmacht, de commodore J. Bakker gisteren in Leeuwarden, uitgerust met een computer met het geheugen van een zeer simpele huiscomputer. Na de modernisering kan de Nederlandse F-16 zich volgens hem meten met de nieuwste versies van dit toestel, zoals fabrikant Lockheed Martin die voor de Amerikaanse luchtmacht bouwt.

In eerste instantie gaan de vier landen 309 F-16's modificeren (Nederland 138, België 50, Denemarken 63 en Noorwegen 58). De kosten voor Nederland worden geraamd op 2,2 miljard gulden. Dat scheelt vele miljarden guldens ten opzichte van vervanging door een nieuw vliegtuig. En net als bij de aanschaf van de F-16's profiteert ook de Nederlandse industrie van het moderniseringsprogramma. Volgens J.G. van Amerongen van het Commissariaat militaire productie van Economische Zaken bestaat in het kader van de moderniseringsoperatie een compensatieverplichting van 875 miljoen. Ruim 300 miljoen daarvan zal terechtkomen bij Fokker, circa 60 miljoen bij Hollandse Signaal (computers en computermodules). Daarnaast zijn kleinere Nederlandse bedrijven bij het programma ingeschakeld als toeleverancier en/of onderaannemer. Het gaat om bedrijven als Van den Akker Precision en Eldim.

Pagina 14: Compensatie-eis leidde tot duurder gevechtsvliegtuig

Het Nationaal Lucht- en ruimtevaartlaboratorium heeft meegedaan in de ontwikkelfase van het project.

Voor het modificatieprogramma van de Nederlandse F-16's zijn twee productielijnen ingericht op Woensdrecht: een in eigen beheer bij de luchtmacht en een bij Fokker Aircraft Services (thans onderdeel van het Stork-concern). Jaarlijks kunnen daar in totaal circa 35 toestellen worden omgebouwd. Op die manier zal de hele Nederlandse F-16 vloot in 2001 zijn aangepast.

De luchtmacht gaat ervan uit dat ergens tussen 1 oktober en het eind van dit jaar het eerste gemoderniseerde squadron (achttien toestellen) volledig operationeel zal zijn en zonodig ingezet kan worden bij vredesoperaties en andere taken.

Economische Zaken is blij met de inschakeling van de Nederlandse industrie in het moderniseringsproject. N. van Putten, de man die bij het ministerie verantwoordelijk is voor het zogenoemde vliegtuigcluster, verwacht dat het F-16 programma de Nederlandse industrie een sterke uitgangspositie heeft verschaft voor deelname aan grote toekomstige defensieprojecten.

EZ heeft 150 miljoen gulden klaarliggen als bijdrage in ontwikkelingskosten. Gedacht wordt met name aan twee projecten: de super-Airbus (de A3XX), en aan de waarschijnlijke opvolger van de F-16, de Joint Strike Fighter (JSF). Minister Wijers heeft in de Tweede Kamer al gezegd de kans gering te achten dat die JSF in de toekomst net als de F-16 in Nederland kan worden geassembleerd. De Nederlandse industrie moet in zijn ogen proberen aan te haken bij de Amerikaanse bouwers van de JSF. Wie de eindverantwoordelijke bouwer wordt, Boeing of Lockheed Martin, moet overigens nog worden beslist.

Als Nederland de JSF zal gaan aanschaffen, een beslissing waarmee 10 tot 12 miljard gulden is gemoeid, eist Economische Zaken opnieuw 100 procent compensatie, hetzij in de vorm van co-productie, hetzij via toeleveranties of andere opdrachten.

Nederland houdt daaraan vast ondanks de erkenning dat die compensatie-eis bij de aanschaf van de F-16 wel tot prijsverhoging geleid heeft.

Demissionair Staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie maande gisteren in Leeuwarden over de hoofden van de Europese luchtmachtautoriteiten en politici heen de Nederlandse politiek tot spoed bij het nemen van een beslissing over de opvolger van de F-16. Als het aan hem ligt, kiest Nederland voor de JSF en wel nog vóór het jaar 2000. Als die beslissing niet snel wordt genomen, voorspelde Gmelich Meijling, loopt de Nederlandse industrie grote kans om achter het net te vissen. “U denkt toch niet dat de Amerikanen de trein even stil zullen zetten om te wachten tot de Nederlanders eindelijk aan boord zijn?”

De staatssecretaris zei tijdens een recent bezoek aan de VS veel bereidheid bij de Amerikaanse industrie te hebben geconstateerd om in verschillende delen van het JSF-project met Nederlandse bedrijven samen te werken. Volgens hem heeft een Amerikaanse studie al uitgewezen dat het JSF-programma in Nederland vierduizend nieuwe banen kan scheppen.

    • Ben Greif