Toni Polster helpt Oostenrijk in slotminuut aan gelijkspel; Naïviteit kost Kameroen zege

TOULOUSE, 12 JUNI. Twee maanden geleden had zelfs in Kameroen nauwelijks iemand van de voetballer Pierre Njanka Beaka gehoord. Maar gisteravond tekende de middenvelder in het WK-duel met Oostenrijk voor het prachtig openingsdoelpunt. Claude LeRoy, de Franse bondscoach van Kameroen, vertelde na afloop dat hij Njanka hoogstpersoonlijk uit zijn dorp heeft gehaald.

Het is het zoveelste bewijs dat Afrika een onuitputtelijke bron van talent is. Toch kon ook de explosie van Njanka de naïviteit van de Ontembare Leeuwen niet camoufleren. Als een sluipmoordenaar profiteerde Toni Polster in de slotminuut van de traditionele lichtzinnigheid bij de Afrikanen.

Met het 1-1 gelijkspel in hun ouverture in groep B kregen de Oostenrijkse veteranen meer dan ze verdienden, want de ooit om zijn artisticiteit geroemde coach Herbert Prohaska leek aanvallen te hebben verboden. In dat opzicht had zijn collega LeRoy een iets gedurfder concept ontworpen, al is ook Kameroen geen schim meer van het elftal dat het WK van 1990 in Italië kleur gaf. Een uur lang was het duel in het Stade Municipal gisteren zo saai dat op de tribunes herinneringen werden opgehaald aan de oude Kameroense magiër Roger Milla.

Heupwiegend bij de cornervlag vierde Milla in 1990 op 38-jarige leeftijd zijn doelpunten en ook vier jaar geleden, bij het WK in de Verenigde Staten, scoorde het troetelkind van president Paul Biya nog een keer. Die treffer was echter niet meer dan een schaamlap voor de afgang tegen Rusland (1-6 na 5 goals van Salenko), want in Amerika maakten de spelers van Kameroen vooral ruzie over de hoogte van hun premies. Zo hadden ze het immers in Europa geleerd. Ook bij Kameroen overheerst tegenwoordig de zakelijkheid en het was daarom niet verwonderlijk dat gisteren uitgerekend twee talenten van eigen bodem het berekenende spel nog een frivool karakter gaven.

LeRoy werkte tien jaar geleden al in Kameroen. De technisch-directeur van Paris Saint Germain werd in april in paniek teruggehaald, toen de ploeg in Burkina Fasso bij het toernooi om de Afrika Cup onder leiding van Jean-Manga Onguene al in de kwartfinales werd uitgeschakeld. Nog steeds lijken de Afrikaanse bestuurders ervan overtuigd dat blanke coaches uit Europa discipline en tactiek beter kunnen overbrengen dan hun landgenoten. Te vaak laten Europese coaches de speelse Afrikanen echter tegen hun natuur in spelen en gisteravond was in elk geval niet duidelijk welke strategie LeRoy met Kameroen voor ogen heeft.

In zijn voordeel spreekt dat hij heeft gekozen voor de jeugd die nog niet verpest is door de commercie in Europa. Heel voorzichtig, alsof hij het geduld van zijn coach wilde testen, brak rechtermiddenvelder Joseph Ndo tegen Oostenrijk de ban met fraaie trucs die geen kwaad konden, omdat hij ze meestal op de middenlijn uitvoerde. Juist toen alles wees op een duffe 0-0 stond een onbekende grootheid van Olympique Mvolye op, alsof hij zich van zijn ketens wilde bevrijden.

In de 77ste minuut trok Pierre Njanka Beaka ongehinderd een sprint van bijna 50 meter, kapte subtiel de Oostenrijkse verdedigers Feiersinger en Schottel uit en poeierde de bal langs de uitgelopen doelman Konsel: 1-0. Even zwoele als opzwepende Afrikaanse dansen op de tribunes verdreven de koude uit de lucht boven Toulouse. De schande van de WK in 1994 zou worden gewroken. En zou bondscoach LeRoy niet gloriëren als de man die het lef had te pronken met ongeslepen diamanten?

Het verfoeilijke spel, het te vaak opspelende ego van individualisten als regisseur Mboma, de gemene overtredingen van straatvechters als verdediger Song en aanvaller Ipoua, die privé-oorlogjes uitvocht met zijn ploeggenoten van Rapid Wien - het zou LeRoy allemaal worden vergeven. Als hij tenminste kon aantonen dat Kameroen tegenwoordig een wedstrijd ook zakelijk kan uitspelen. Nee dus. En wie is beter in staat om een wankelmoedige verdediging te slopen dan Tony Polster? Het werd toch nog zijn avond, terwijl de reeds 34-jarige aanvaller van FC Köln nauwelijks in beeld was geweest.

Zelden zal de omstreden Oostenrijkse spits zo zijn bejubeld als in Toulouse, want met zijn eerste doelpunt op een eindronde van de WK - in kwalificatiewedstrijden staat hij al op 16 - zorgde Polster voor een mirakel. Woedend had de spijkerharde Song zijn teamgenoten al tot de orde geroepen, toen drie wissels van de Oostenrijkse coach Prohaska Kameroen in verwarring brachten. Maar het was illustratief voor de aanvallende armoede bij Oostenrijk dat de verlossende gelijkmaker uit een corner voortkwam.

Tot de 90ste minuut had de Kameroense doelman Songo'o slechts een paar zeepbellen hoeven wegblazen en een keer zijn handen mogen warmen na een vrije trap van Polster. Maar tegen de chaos voor zijn doel in de laatste minuut was de ervaren keeper van Deportivo la Coruña niet bestand. Liefst drie verdedigers bemoeiden zich met de opgerukte Pfeffer die de bal keurig voor de voeten van de vrijstaande Polster kopte. Zo hard schoot Polster de bal via de onderkant van de lat binnen dat Songo'o er niets van merkte: 1-1.

Tijdens een potsierlijke persconferentie, waarbij zowel de vragen als de antwoorden in drie talen werden herhaald, leuterden beide coaches er lustig op los. Ze hadden zich niet geschaamd voor de povere vertoning - “Toulouse or not to loose” was het uitgangspunt geweest van LeRoy - en Prohaska durfde de remise voor Oostenrijk zelfs “meer dan verdiend” te noemen. Twee spelers spraken de waarheid. Polster: “Ik scoor altijd en overal en ik voel daarom niet de druk me telkens te bewijzen.” En Rigobert Song, een roepende in de woestijn bij Kameroen: “Opnieuw zijn we wreed gestraft voor onze naïviteit. Ik vrees dat we het nooit zullen afleren.”

    • Robèrt Misset