Teruggevonden polissen waren 'nooit zoek'

Onderzoekers stuitten enkele weken geleden in het Algemeen Rijksarchief op circa vijftig lijsten met namen van joodse burgers en hun verzekerings- dossiers. Maar het is de vraag of dit materiaal helpt bij de speurtocht naar de joodse tegoeden door diverse commissies.

DEN HAAG, 12 JUNI. RVS; N.S. Gaarkeuken; polisnummer 53903; 277,50.

Een naam, een nummer en een bedrag van een levensverzekeringspolis van een in de oorlog vermoorde joodse burger, wiens erfgenamen mogelijk nooit zijn getraceerd.

Ongeveer 1.500 namen en nummers staan op circa vijftig ietwat vergeelde lijsten en verwijzen naar zogeheten 'slapende polissen'. De documentatie uit de jaren '50 is enkele weken geleden aangetroffen in het Algemeen Rijksarchief (ARA) bij een zoektocht voor verschillende regeringscommissies, die zich inmiddels bezighouden met de joodse tegoeden.

“Het is een stukje van de puzzel”, zegt woordvoerder Terwisscha van het Verbond van Verzekeraars. De Nederlandse verzekeraars hebben de afgelopen tijd in veertien gevallen nabestaanden geld uitgekeerd op basis van een levensverzekeringspolis.

De joodse organisaties, die bij hun meldpunt inmiddels 750 vragen hebben gekregen over tegoeden van voorouders, hopen met de gegevens nog meer erfgenamen te kunnen helpen. “We kunnen de namen die zijn opgegeven nu gaan vergelijken met de gevonden namen”, zegt R. Naftaniël van het CIDI.

“Het materiaal is nooit echt kwijt geweest. We wisten dat het er was, maar het was alleen lastig terug te vinden”, zegt ARA-medewerker H. van Schie, die is gespecialiseerd in oorlogstegoeden. Uiteindelijk werden vier dozen aangetroffen van het Nederlands Beheersinstituut (NBI), dat na de Tweede Wereldoorlog moest zorgen dat geroofde en kwijtgeraakte eigendommen bij de rechtmatige eigenaars terechtkwamen.

Anders dan Naftaniël gisteren in het Radio I-journaal en vorige week ook telefonisch meldde, zijn niet de polissen zelf teruggevonden. Wat behalve de lijsten met namen wél is aangetroffen, zijn verzekeringsdossiers van de NBI en accountantsrapporten, die betrekking hebben op het 'Veegens-akkoord'.

Landsadvocaat Veegens sloot in september 1954 een akte van dading met tegenstribbelende levensverzekeraars, waarbij 2.882 nooit opgevraagde polissen werden overgedragen aan de Nederlandse staat - ongeveer tien procent van de joodse polissen die na de oorlog zijn afgewikkeld.

Daarbij betaalden de verzekeraars volgens de accountants Nieuwenhuis en Bos een afkoopsom van 668.742,59 gulden (per 1 januari 1956) tot 697.155,09 gulden (26 maart 1957). Dat bedrag was volgens de accountants “lager dan geraamd”, onder meer doordat niet de verzekerde bedragen zijn overgedragen maar de lagere afkoopwaarde. Heden ten dage is dat bedrag ongeveer het tienvoudige waard. Verzekeraars willen met dat geld gecompenseerd worden voor de gedane uitkeringen en voor zover het geld niet wordt uitgekeerd willen de joodse organisaties het graag hebben.

Het is de vraag in hoeverre het gevonden materiaal werkelijk behulpzaam kan zijn bij de speurtocht. Om te beginnen is slechts de helft van de overgedragen namen gevonden. Daarnaast is onduidelijk in hoeverre na de overdracht nog polissen zijn uitgekeerd, maar dan door de staat. Het Verbond schat dat dat in de helft van de gevallen alsnog is gebeurd.

Ook in de jaren '50 waren er al onduidelijkheden. Volgens de accountants voldeden niet alle doorgegeven polissen aan de voorwaarden van Veegens. Aan de andere kant waren er in 1957 naast de 2.882 polissen nog eens 683 polissen in behandeling of “nog door te geven”.

Bovendien hadden notarissen 1.194 slapende polissen in behandeling en is goeddeels onbekend wat daarmee is gebeurd. “De cijfers mogen niet worden gezien als exacte gegevens”, meenden de accountants in 1957. Of de nu gevonden polisnummers, die slechts een kwart van alle 5.625 slapende polissen vertegenwoordigen, in 1998 exacter blijken te zijn, moet worden afgewacht.

    • Karel Berkhout