Soldaten bepalen straatbeeld in Kashmir

India heeft van Kashmir een van de zwaarst bewapende regio's ter wereld gemaakt. Het leger staat er tegenover Pakistan en tegenover militante moslim-strijders.

SRINAGAR, 12 JUNI. Het hobbelige landweggetje is veel te smal om alle legervoertuigen te kunnen verwerken. In de groene heuvels langs de rand van de Kashmir-vallei, niet ver van de luchtmachtbasis Awantipora, kruipen de terreinwagens en trucks van het Indiase leger in een lange file voort. Na een kilometer wordt het in blauwe uitlaatgassen gehulde lint wat dunner. De meeste soldaten kijken strak voor zich uit; sommigen spelen met hun mitrailleur.

Elk gehucht, elke bocht en elke brug in de vallei wordt ver van tevoren aangekondigd door zwaarbewapende patrouilles en achter zandzakken verscholen uitkijkposten. De oorlog die het Indiase leger op tientallen fronten in Kashmir voert hebben van de overwegend islamitische deelstaat in het westelijke deel van de Himalaya een van de zwaarst gemilitariseerde regio's ter wereld gemaakt. Met een troepenmacht van een half miljoen is elke veertiende tegenligger in Kashmir een soldaat.

“Als ik geen militairen zie denk ik dat er iets aan de hand is”, zegt een oude Kashmiri die de stoet gewapende mannen vanachter zijn fruitstalletje aan zich voorbij ziet trekken. De recente uitspraak van Amerikaanse defensieanalisten dat India en Pakistan honderden manschappen en artillerie-installaties in de richting van de bestandslijn sturen neemt hij voor kennisgeving aan. Troepenbewegingen in Kashmir, zegt hij, zijn de normaalste zaak van de wereld. “Ze kijken nu wat beter naar Kashmir. We staan weer op de kaart.”

Sommige vrachtwagens, volgepropt met militairen, zijn inderdaad op weg naar de bestandslijn, de honderden kilometers lange grens in Kashmir die India en Pakistan scheidt. Bijna dagelijks voeren militairen van beide landen granaat- en raketbeschietingen uit op dorpen en legerkampen aan weerszijden van de grens die, ironisch genoeg, 50 jaar geleden werd uitgeroepen tot staakt-het-vurenlijn. Andere Indiase soldaten in de Kashmir-vallei zijn bezig met opsporing en uitschakeling van militante moslims die al acht jaar een jihad (heilige oorlog) voeren tegen het gehate India en voor een onafhankelijk Kashmir of, in sommige gevallen, voor aansluiting bij Pakistan. Ondanks mededelingen van de Indiase regering dat de opstand in Kashmir in zijn laatste fase verkeert en de toestand in de vallei is genormaliseerd, bepalen militairen overal in de regio het straatbeeld, ook in de hoofdstad Srinagar, ruim 30 kilometer ten noorden van Avantipora. “Toeristen kunnen zonder problemen naar Kashmir”, stelt New Delhi zonder blikken of blozen. Maar op een handjevol avonturiers na wordt Kashmir vooral gemeden. “Sinds de kernproeven komen de toeristen niet meer”, zegt Muhammad Shangloo, eigenaar van een van de populaire hotelboten op het sprookjesachtige Dal-meer bij Srinagar. “De buitenlanders zijn bang dat er oorlog uitbreekt.”

Een Indiase militair beklimt een muur van ijs op weg naar de hoogste Indiase legerpost in Kashmir, gelegen op 6.500 meter hoogte op de Siachen gletsjer. (Foto AP)

Pagina 4: Kashmir wil vrede, en dan onafhankelijkheid

Veel Kashmiri's hebben dezelfde vrees, al zegt de tapijtenverkoper Rashid Bhat op de centrale markt van Srinagar met enig cynisme in zijn stem dat “de oorlog al jaren geleden begonnen is”. Een grootscheepse aanval van India op Pakistan verwacht hij niet meer. “Na de kernproeven zullen ze wel moeten praten. Eindelijk kijkt de wereld weer naar Kashmir. Misschien komen we dichter bij een oplossing.”

Van de schermutselingen tussen de legers van India en Pakistan - die zich beperken tot wederzijdse beschietingen over de bestandslijn - merken de inwoners van de Vallei weinig, van de confrontaties tussen de Indiase soldaten en de militante separatisten des te meer. Dagelijks komen daarbij soldaten, politiemensen en islamitische strijders om het leven.

De laatste maanden hebben de Indiase autoriteiten hun zoekacties naar de militanten uitgebreid. Veel burgers worden hardhandig ondervraagd over de verblijfplaatsen van de strijders. “De Kashmiri's zijn moe van al het geweld”, zegt Bhat. “Ze willen eerst vrede en daarna onafhankelijkheid.” Hij is ervan overtuigd dat de strijd tegen het Indiase leger vooral wordt gevoerd door islamitische strijders uit Afghanistan en Pakistan die over de bergen van Pakistaans Kashmir naar de Vallei worden gestuurd. “Pakistan is net zo goed als India schuldig aan het geweld.”

Vijftig kilometer ten zuiden van Srinagar ligt het district Anantnag, een van de broeinesten van de opstand tegen India. Hier stak de bevolking vuurwerk af toen Pakistan zijn ondergrondse kernproeven had gehouden, zegt een 22-jarige student. “We waren blij met de kernproeven. Net zoals de mensen blij zijn met de militante groeperingen die het Indiase leger aanvallen. Het zijn vooral Pakistanen en Afghanen die de strijd voeren, maar 90 procent van de Kashmiri's staat achter hen.”

Dat de Indiase regering spreekt van een terugkerende rust in de Vallei is volgens hem pure propaganda. Elke dag, zegt hij, worden er mensen gedood. “Eergisteren 13, gisteren 6, vandaag 20 en morgen misschien 40. De Indiase troepen zijn meedogenlozer dan ooit. Zeker hier in Anantnag zien ze in iedere Kashmiri een militant.”

Cijfers over aantallen doden sinds de opstand tegen de “Indiase bezetter” in 1989 begon lopen sterk uiteen. Sommigen houden het op 20.000, volgens anderen zijn het er 40.000. Intimidaties, martelingen en executies zijn volgens veel Kashmiri's nog steeds aan de orde van de dag.

“Protesteren of demonstreren is zinloos”, zegt de student. “Het leger schiet op iedereen die zijn mond open doet. Hier zijn al eens 60 doden gevallen bij een demonstratie. Het zijn drama's die de afgelopen jaren aan de rest van de wereld voorbij zijn gegaan.”

Hoewel hij er weinig vertrouwen in heeft wil hij, net als nagenoeg alle Kashmiri's, dat het 50 jaar geleden beloofde referendum over de toekomst van Kashmir wordt gehouden. Het stemt de bevolking bitter dat nota bene Jawaharlal Nehru zelf, de eerste premier van het onafhankelijke India, voorstelde dat de Kashmiri's mochten beslissen over hun eigen toekomst. Een VN-resolutie aan het eind van de jaren veertig riep de Indiase regering vervolgens op de volksstemming over aansluiting bij India of Pakistan te organiseren. Het kwam er nooit van.

Mocht het ooit zover komen, dan is het nog maar zeer de vraag welke uitspraak de bevolking van het voormalige prinsdom Jammu en Kashmir zal doen. Het gebied strekt zich uit van het Karakoram-gebergte in het uiterste noorden van Pakistan voorbij Jammu in het zuiden van het Indiase deel van Kashmir. De staat is alles behalve een coherent geheel.

De islamitische Kashmiri's in de Vallei vormen slechts een deel van de bevolking van Jammu en Kashmir. Ladakh, in het oosten van de staat, wordt vooral bevolkt door boeddhisten die streven naar meer autonomie, maar wel binnen India. In en rondom de stad Jammu wonen veel Hindoes, of moslims die geen Kashmiri spreken en weinig gemeen hebben met de bewoners van de Vallei. Velen van hen blijven liever bij India. In de regio's Gilgit en Baltistan, de zogeheten Noordelijke Gebieden in Pakistan, leven overwegend shi'itische moslims die evenmin overeenkomsten hebben met de sunnitische moslims in de Vallei. Zij streven naar staatsrechtelijke erkenning binnen Pakistan.

Van de Kashmiri's die in de Vallei strijden voor Azadi, vrijheid, willen sommigen aansluiting bij Pakistan, maar de meesten streven naar echte onafhankelijkheid van zowel India als Pakistan. De warmste banden onderhouden de Kashmiri's met hun lotgenoten - en vaak zelfs hun familieleden - in de Pakistaanse regio Azad Kashmir (Vrij Kashmir), aan de andere kant van de bestandslijn.

Daarnaast leven in andere delen van India nog honderdduizenden Pandits, nazaten van de oorspronkelijke Hindoe-bevolking van Kashmir. Zij eisen een eigen autonoom gebied op in de Vallei. “Azadi betekent voor iedereen iets anders”, schreef de journaliste Victoria Schofield in haar boek Kashmir in the Crossfire.

En dat zijn alleen nog maar de tegenstrijdige wensen van de bevolking van Jammu en Kashmir. Als India en Pakistan ooit tot een werkelijke discussie over de toekomst van Kashmir komen, hebben de beide regeringen vooral hun eigen agenda's. Die komen aan weerszijden van de bestandslijn neer op hetzelfde: controle over heel Jammu en Kashmir.

    • Rob Schoof