Schaken met de rechter

Phillip Margolin: Het complot. Vertaald door Anne van Lambalgen (The Undertaker's Widow). Meulenhoff, 335 blz. ƒ 34,90

De nieuwe thriller van Phillip Margolin roept minstens twee vragen op: zijn alle Amerikaanse intellectuelen emotioneel gebutst, en hoe menselijk mag een rechter zijn? Het complot speelt in kringen van senatoren, advocaten, rechters. Margolin voorziet de meeste hoofdpersonen van een kort biografietje waaruit blijkt dat de een is verlaten door haar vader, de andere al jong met gescheiden ouders zat, en de derde zijn ouders heeft verloren bij een auto-ongeluk. Voer voor psychologen, en voor thrillerauteurs. Want Phillip Margolin laat de dynamiek van zijn plot bepalen door krachten als verlatingsangst, bindingsvrees en 'net zo goed moeten presteren als de overleden vader' - zonder ze met name te noemen. Ook ordinaire motieven als geldhonger en machtswellust spelen een rol, maar dat slechts zijdelings.

Het complot begint met een kersverse weduwe die het hoofd van haar neergeschoten echtgenoot in haar schoot wiegt. De moordenaar is een verraste inbreker, die op zijn beurt werd doodgeschoten door de weduwe; de dode echtgenoot is Lamar Hoyt, bij leven een rijke begrafenisondernemer met een zucht naar vrouwen en vertier. Door een schoenendoos met tienduizend dollar, gevonden bij de inbreker thuis, wordt wat eerst roofmoord leek waarschijnlijk huurmoord. De betreurde weduwe, geliefd als stoere Senator van de Republikeinse partij, is dan verdachte nummer één, tenzij de in een verkiezingsstrijd verwikkelde Crease zelf het eigenlijke doelwit van de schutter was - betaald door haar concurrent Benjamin Gage, of stiefzoon Hoyt Jr. die op de erfenis uit is.

Zo ontstaat een carrousel van mogelijkheden waarin iedere nieuwe ontwikkeling een andere hoofdverdachte aannemelijk maakt. Het complot is als een langdurige schaakpartij: de hoofdpersonen komen in steeds andere posities tegenover elkaar te staan en naar de winnaar van dit spel - die niet alleen zijn onschuld maar ook de verkiezingen en, in twee gevallen, de erfenis zal 'winnen' - blijft het gissen.

Het is voor de verandering geen detective met nonchalante one-liners maar een onzekere rechter die hier de verschillende lijnen uit elkaar probeert te houden: Richard Quinn die, opgezadeld met de reputatie van zijn verongelukte rechter-vader, als principiële moraalridder aan zijn carrière begint. Hij lijdt onder zijn verslechterende huwelijk met Laura en wordt het middelpunt van een wrede afpersingszaak - met juist dat huwelijk als inzet.

Zijn afpersers gedragen zich als professionele psychologen. Ze lijken de rechter zo goed te kennen, dat ze 'weten' dat hij uit moreel besef het tegenovergestelde zal doen van wat hem wordt opgedragen, wat dan juist weer hun bedoeling is. Dit psychologische gegoochel is soms onwaarschijnlijk, en de weergave van persoonlijke drijfveren is af en toe simplistisch (Laura is door haar vader verlaten en heeft dus bindingsangst). Maar het inspelen op angst en moraal, zoals Margolin zijn afpersers laat doen, geeft het verhaal een ijzingwekkende draai. Rechter Quinn raakt steeds dieper verstrikt in de verwikkelingen. Er wordt een onschuldige call-girl opgeofferd (verkracht en gefolterd op een hotelbed, 'spread-eagle vastgebonden' zoals Margolin akelig beeldend beschrijft), en er worden diverse aanslagen op zijn leven gepleegd. Quinns ontwikkeling naar een 'menselijker', en dus minder onbesproken gedrag is de opmaat naar de ontknoping. Zo slaat Margolin twee vliegen in een klap: de sleutel tot Quinns ziel blijkt ook de sleutel tot de moord.

    • Hester Carvalho