'Rotterdams raadslid knoeide met declaraties'

ROTTERDAM, 12 JUNI. Het Rotterdamse raadslid A.D. den Braber, enige vertegenwoordiger van de samenwerkende kleine christelijke partijen SGP/RPF/GPV, heeft in de afgelopen acht jaar 117.000 gulden aan vergoedingen voor fractiewerk door zijn echtgenote op een privé-rekening gestort. Dat blijkt uit een rapport van de gemeentelijke accountantsdienst.

Volgens het raadslid moet dit saldo worden beschouwd als niet uitbetaald loon voor 'fractieondersteuning'.

Volgens een in 1997 opgestelde arbeidsovereenkomst tussen de fractie-Den Braber en mevrouw Den Braber heeft de laatste recht op een vergoeding van 100 gulden per uur voor 25 á 30 uur per maand. De vergoeding geldt vanaf 1 april 1994. Volgens de gemeentelijke accountants is “niet aannemelijk gemaakt dat prestaties zijn geleverd die de hoogte van het uurloon rechtvaardigen of überhaupt voor vergoeding in aanmerking komen”. Over een bedrag van bijna 4.000 gulden dat het raadslid in 1995 van de spaarrekening opnam, is inkomstenbelasting betaald.

Het raadslid meent dat hij te goeder trouw heeft gehandeld, maar Den Braber beseft dat de 'schijn des kwaads' blijft, ook als hij, in een eventuele rechtszaak, in het gelijk zou worden gesteld.

B en W vinden dat Den Braber eerst maar met de belastingdienst moet gaan onderhandelen, alvorens zij eventueel hun goedkeuring hechten aan zijn onkostenrekeningen.