Revanche voor een bijter en vechter

PATRICIA REMAK Partij: VVD Leeftijd: 32 jaar Opleiding: Nederlands en fiscaal recht Vorige functie: wethouder deelraad Amsterdam Zuid-Oost Woonplaats: Amsterdam Zuid-Oost Nieuwelingen in de Tweede Kamer - waar komen ze vandaan en wat willen ze? Patricia Remak, de nummer 27 van de VVD, wil vooral bekend worden als een heel deskundige fiscalist van haar fractie.

DEN HAAG, 12 JUNI. Door mede-Surinamers werd ze uitgescholden voor opperslaaf van de blanken, voor bounty, voor witte hoer. Ze zou zich te veel aanpassen aan de blanke beschaving.

Maar op 19 mei jongstleden, de dag van de beëdiging van nieuwe Tweede-Kamerleden, kreeg ze haar revanche. In traditionele Surinaamse kledij betrad Patricia Remak de grote vergaderzaal. Fotografen verdrongen zich om haar. De volgende dag stond ze in bijna alle kranten. Er had geen scherp geplaatste interruptie of spectaculaire vraag aan te pas hoeven komen.

De gebeurtenis lijkt representatief voor het jonge bestaan van het 32-jarige Kamerlid. Geruisloos is dat namelijk tot op heden zelden verlopen. Nadat haar ouders, op zoek naar werk, in 1958 uit Suriname naar Nederland waren gekomen, vader een baan vond als dierenverzorger bij de biologische faculteit van de Amsterdamse universiteit, moeder verpleegkundige werd en Patricia Remak opgroeide in Amsterdam Zuid-Oost, bewees ze zich op het schoolplein als bijter en vechter.

“Ik heb nooit willen vechten, maar op een gegeven moment moet je wel”, vertelde ze vorig jaar augustus aan Het Parool. “Groepjes jongens, nooit meisjes, die je uitlachen, duwen. Nooit één persoon, altijd groepjes. Dus dan pak je de grootste, de leider, en daarna heb je rust. Willen ze ineens allemaal je tas en je pakje brood dragen en vragen ze of je komt spelen. Dat was ook wel weer leuk.”

Nooit willen vechten en toch vechten - het zou Remak vaker overkomen. Eerst rondde ze nog keurig twee academische studies af en ging als belastinginspecteur bij de douanedienst werken. Maar toen kwam de politiek. Ze ergerde zich groen en geel aan alle zwerfvuil in de straten van Zuid-Oost. Een keer werd ze bijna doodgegooid met een vuilniszak die van negen hoog naar beneden werd geslingerd en rakelings langs haar hoofd suisde.

Toen had ze zich al aangemeld bij de VVD. “Dat is de partij die het beste weet wat er in de samenleving speelt en ook hardop durft te zéggen wat daar speelt”, verklaart ze haar keuze achteraf. Ook voelde ze zich sterk aangetrokken tot de liberale onderwijsideeën van mensen als Haya van Someren, een van haar grote voorbeelden. Van Someren werd beroemd met haar uitspraak in de jaren zeventig, dat ze na de invoering van de middenschool overwoog te emigreren.

Toch moest Remak nog wel over 'een drempeltje' heen. “Eerst schrok ik me een ongeluk”, zei Remak in het eerder genoemde vraaggesprek. “De VVD, dat is toch de partij die niet voor zwarten is, dacht ik toen. Niet zozeer door Bolkestein, die heb ik inmiddels een paar keer ontmoet, een hele lieve, geïnteresseerde man, maar door die rechtse ballen, strak in het pak, een aardappel hoog in de keel en vrouwen met parelkettingen; want dat was het enige wat ik er ooit van had gezien.”

Ook in de politiek kreeg Remak het met alles en iedereen aan de stok, bijvoorbeeld toen ze als lid van de deelraad Amsterdam Zuid-Oost voorstelde de subsidies voor het Surinaamse welzijnswerk maar af te schaffen. Het haalde toch niets uit, meende ze. Laaggeschoolde Surinamers gebruikten het geld alleen maar om zichzelf salarissen van 90.000 gulden uit te betalen, of het door te sluizen naar hun 'clans', zo stelde ze. Woede was haar deel.

De discussie over de vraag hoe Surinamers het beste in de Nederlandse samenleving kunnen integreren, leverde haar zelfs fysieke agressie op. “Ik was altijd van de lijn: niet gillen, maar de dialoog blijven zoeken. Maar dat was niet de lijn van iedereen”, zegt ze droogjes over haar confrontaties met haar tegenstanders, verenigd in het Zwarte Beraad van de Bijlmer.

Toch kregen haar ideëen dat zwarten het niet dienen te zoeken in isolement maar juist de dialoog met blanken moeten blijven aangaan, de nodige aanhang, constateert ze. Toeval of niet, maar de VVD boekte bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen flinke winst in de Bijlmer.

In de landspolitiek veranderde ook het nodige. Onder de nieuwelingen in de liberale Tweede-Kamerfractie is bijvoorbeeld behalve zijzelf ook de Turks-Nederlandse Örgü. Een inhaaloperatie ten opzichte van de PvdA? “Zo beschouw ik het zelf niet”, zegt Remak.

Wel signaleert ze onder de tweede generatie allochtonen groeiend begrip voor de liberale benadering. Daarbij wordt de achterstand niet zozeer vanuit maatschappelijke structuren verklaard, maar vanuit het individu. “Natuurlijk is het nog steeds zo dat iemand uit Blaricum meer kans van slagen heeft dan iemand uit de Bijlmer”, zegt Remak. “Maar daarbij spelen vaak persoonlijke problemen een rol. Aanpassingsmoeilijkheden of werkloosheid leiden vaak tot een emotionele crisis, die je alleen met een individualistische benadering kunt oplossen.”

Niet dat ze zich nu als minderhedenexpert van de fractie wil opwerpen. Het liefst pakt Remak haar oude vak als fiscalist weer op. Samen met Bibi de Vries, de zittende belastingdeskundige van de VVD-fractie, wil ze namens haar fractie het woord gaan voeren over de komende hervorming van het belastingstelsel. Haar ambitie daarbij is eigenlijk een eenvoudige: geen ruzie maken, maar hopen dat mensen na vier jaar kunnen zeggen: “He, die Remak, dat is een goeie, die heeft verstand van het onderwerp waarover ze praat.”