Oranje

In zijn aanval op het voetbal heeft Leon de Winter onlangs zijn afkeer van de kleur oranje beleden. De Winter vindt oranje een lelijke kleur en met onverholen weerzin schrijft hij over supporters die zich uitdossen met oranje pruiken en oranje petjes.

Het is natuurlijk de vraag of je een kleur ergens de schuld van kan geven. Het is met kleuren misschien net als met woorden: de roos blijft heerlijk ruiken, ook in de taal die de roos met het woord stront aanduidt. Bestaan er mooie en lelijke kleuren? Is het Nederlandse oranje per definitie lelijker dan het rood van de Belgen, het kanariegeel van de Brazilianen of het blauw van de Italianen? In het laatste geval hoor je de etherische verhevenheid waarmee de verslaggever het woord azuri op de tong proeft. Doe de mond open bij de a, spreid de armen, richt je tot het publiek en zeg als een verliefde operazanger: “aaazuri...!”.

Het is allemaal in de geest en het ligt niet aan de kleur, maar toch. Er schijnt in het zuiden des lands een frietenbakker te zijn die erin is geslaagd om oranje frieten te bakken. Is dan niets meer heilig? Zoiets smerigs zou een Belg nooit doen. Wat is er toch mis met dat oranje?

Wie iets meer wil weten over kleur doet er verstandig aan Wittgenstein te raadplegen, want die heeft over kleur veel nagedacht. Helaas vind je in zijn nagelaten aantekeningen slechts één opmerking over de kleur oranje. “Als iemand zich een blauwachtig oranje, een roodachtig groen of een geelachtig violet wil voorstellen, dan wordt het hem te moede als bij een zuidwestelijke noorderwind”, zegt Wittgenstein in de vertaling van Paul Wijdeveld. Nou vind ik Wittgenstein een groot filosoof, maar dit is toch niet zijn beste. Beter is al zijn opmerking die aansluit op de vorige diepzinnigheid: “Wit water dat helder is, zal men zich niet kunnen voorstellen, net zo min als doorzichtige melk”.

Ook in de kleurenleer van Goethe komt oranje er nogal bekaaid af. Volgens Goethe is oranje vooral een kleur die ruwe en onbeschaafde mensen aanspreekt. Van missionarissen nam Goethe de observatie over dat oranje gebruikt wordt door wilde volkeren en zelf voegde hij eraan toe dat oranje vooral opduikt wanneer kinderen zonder toezicht tekeningen mogen maken. Kortom, Goethe spreekt met weinig sympathie over het oranje, en in dat opzicht heeft De Winter een illustere voorganger.

Pas echt debunking wordt het voor de kleur oranje in het boek Kleur, symboliek, psychologie & toepassing van de Duitse sociologe dr. Eva Heller. Mevrouw Heller enquêteerde 1.888 mensen, man/vrouw, jong/oud, over hun voor- en afkeuren voor bepaalde kleuren. De kop boven het hoofdstuk dat over oranje gaat, zegt al genoeg: “De goedkope moderniteit, de opdringerigheid, het plezier”.

Volgens mevrouw Heller werd oranje al in de Middeleeuwen veracht en was de kleur, als zijnde te ordinair, in de heraldiek verboden. Maar liefst 22 procent van de geënquêteerden associeert oranje met opschepperij en winderig gedrag. Slechts één procent van de vrouwen vindt oranje een sympathieke kleur. In de reclamewereld luidt de regel: gebruik nooit oranje want dat schrikt potentiële kopers af.

De luie ambtenaren van China gingen in het oranje gekleed, vandaar dat zij mandarijnen werden genoemd. Een oranje stoplicht heeft geen karakter, want het zit er net tussenin. Omdat de Baghwan zijn volgelingen belachelijk wilde maken, liet hij hen in het oranje rondlopen. Aanvankelijk werden plastics vaak in oranje aangeleverd, maar toen men er achter kwam dat oranje met tweederangs kwaliteit werd geassocieerd, zijn de fabrikanten overgegaan op andere kleuren.

Wist u trouwens dat nota bene de Oranjes zelf zich ook een beetje schaamden voor dat valse oranje? Oorspronkelijk zat het oranje als de bovenste baan in onze nationale driekleur, het oranje-blanje-bleu, maar men heeft het oranje vervangen door rood. Officieel luidde de verklaring dat rood op zee beter zichtbaar is, maar in de wandelgangen wist men wel beter. Een koningshuis dat niet trots is op zijn eigen kleur, dat lijkt mij overigens heel Nederlands. Dat is zéér oranje.

    • Max Pam