Openbaar onderwijs

EEN MONDIGE MOEDER uit Amsterdam heeft de kat de bel aangebonden en in haar eentje het hoofdstedelijk openbaar bestuur te kijk gezet. Volgens de moeder schoot de openbare montessorischool van haar 12-jarige zoon tekort, wist de gemeente Amsterdam dat ook, maar werden er desondanks onvoldoende maatregelen genomen en werd zij dus gedwongen haar kind via bijlessen te laten bijspijkeren. Gisteren heeft de kantonrechter haar gelijk gegeven en Amsterdam veroordeeld tot het betalen van deze bijlessen.

De uitspraak van de kantonrechter lijkt een precedent te scheppen. Uit het vonnis spreekt een opvatting die een nieuw licht werpt op de verhouding tussen burger en overheid. Vroeger was de kwaliteit van het openbaar onderwijs een gegeven. Wie daarover ontevreden was, moest zich maar melden bij een bijzondere school waar ouders meer directe invloed kunnen uitoefenen op de gang van zaken. Burgers konden hooguit indirect, via de periodieke verkiezingen, hun wensen kenbaar maken in de hoop dat er ook in het onderwijs iets mee gedaan zou worden.

Als het vonnis van gisteren een norm wordt, is het met die rust voor het openbaar bestuur gedaan. Niet zozeer omdat de moeder haar bijlessen nu betaald krijgt. De meeste ouders plegen voor bijlessen immers geen btw-bonnetje te vragen. Maar wel omdat de kantonrechter zich nadrukkelijk op de stoel van de lokale politiek heeft genesteld. Aangezien de gemeente Amsterdam in 1991 al wist dat het niet goed ging met het onderwijs in de stad en zich drie jaar geleden heeft verplicht om 'direct in te grijpen' als zich achterstanden voordoen, mochten ouders en leerlingen er volgens de rechter op vertrouwen dat er ook daadwerkelijk passende maatregelen zouden worden getroffen. Die ene extra onderwijzer op de bewuste openbare school kon in redelijkheid niet als toereikend worden aangemerkt, aldus het vonnis.

Deze uitspraak kan dan ook een aansporing voor ouders worden om de vorderingen van hun kinderen nauwgezet bij te houden, bij problemen meteen trainers en testers in te schakelen om vervolgens de overheid aansprakelijk te kunnen stellen. En dan wordt onderwijs een marktproduct en de overheid een simpele leverancier van educatieve goederen. ZOVER IS HET nog niet. Het vonnis van gisteren heeft betrekking op een specifiek geval en hoeft dus geen algemene geldigheid te krijgen. Bovendien is niet uitgesloten dat de gemeente Amsterdam in beroep gaat, al was het maar om te voorkomen dat andere ouders op een idee worden gebracht.

Maar daarbij mag het niet blijven. Als het openbaar bestuur zijn mandaat serieus neemt, kan het na deze opzienbarende juridische nederlaag niet volstaan met pogingen om het verlies via de rechter in appèl te verzachten. De kantonrechter heeft gisteren namelijk ook duidelijk gemaakt dat praatjes voor de vaak van de overheid niet voor zoete koek geslikt hoeven te worden.

Het openbaar onderwijs laat zich niet met nota's en circulaires besturen, zoals vaak nog abusievelijk wordt verondersteld. Het openbaar onderwijs dient een politieke prioriteit te zijn, die meer aandacht en betrokkenheid vereist dan tot nu toe wordt geboden. Als de overheid dat dankzij een kantonrechter begint te begrijpen, kan van de nood een deugd worden gemaakt.