Oost-West samenwerking is nodig in Kosovo

Eens heeft minister Van Mierlo voorgesteld een permanente snelle-interventiemacht van de Verenigde Naties op te richten. Nu oppert minister Voorhoeve om de NAVO desnoods zonder VN-mandaat in Kosovo te laten optreden. Hoewel beide suggesties volkenrechtelijk gesproken zo ongeveer elkaars tegengestelde zijn, beogen zij hetzelfde doel te dienen: in voorkomende gevallen door een snelle militaire interventie zoveel mogelijk menselijk leed te voorkomen. Overigens is in Kosovo het voorkomen niet meer mogelijk.

De gedachte achter het Van Mierlo-concept was dat het over het algemeen veel tijd vergt om, zodra er ergens in de wereld een crisis op uitbreken staat, een vredesmacht bijeen te brengen en in te zetten. Het goede moment gaat meestal onbenut voorbij. De bevolking is al geslachtofferd wanneer de eerste manschappen arriveren. Voorbeelden te over. Het bestaan van een parate, op zijn taak voorbereide en logistiek onafhankelijke snelle-interventiemacht zou daarentegen zelfs preventief kunnen werken en de antagonisten in een conflict bij voorbaat tot inkeer kunnen brengen - aangenomen dat er geen twijfel zou bestaan over de politieke wil om er ook daadwerkelijk gebruik van te maken. Die wil had tot uitdrukking moeten komen in het mandaat waarmee de secretaris-generaal van de volkerenorganisatie zou zijn uitgerust als het plan was uitgevoerd.

Dat het er niet van is gekomen, toont de wereld zoals die werkelijk is. De vijf grote landen die als permanent lid van de Veiligheidsraad van de VN de kern vormen van de zogenoemde internationale gemeenschap mogen specifieke crises verschillend beoordelen, zij zijn het over een ding eens. Een autonome en automatisch functionerende vredesmachinerie van de VN bindt hun de handen en dat weigeren zij te aanvaarden. Maar, het is een ervaringsfeit, zonder die machinerie staan zij er niet veel beter voor. In iedere crisis waarin interventie ter sprake komt, moeten zij het eerst onderling eens zien te worden alvorens kan worden opgetreden. En eensgezindheid over militair ingrijpen blijkt steeds moeilijker te bereiken, of het nu om Irak of om Kosovo gaat. De omstandigheden van de Golfoorlog hebben zich niet herhaald.

De gedachte de NAVO zonder machtiging van de VN in Kosovo te laten opereren komt voort uit frustratie over de verdeeldheid in de Veiligheidsraad. Een resolutie waarin partijen weer eens worden opgeroepen het aan de onderhandelingstafel eens te worden, heeft een hoog theoretisch gehalte. Meer zit er doorgaans niet in. Als het gaat om bruut en bloedig optreden tegen een bevolkingsgroep, zoals nu in Kosovo, moeten de internationale regels worden opgeschort en dient er te worden ingegrepen, zo lijkt de redenering.

In een aantal opzichten voldoet de NAVO aan de voorwaarden van een snelle-interventiemacht. Er is een beproefde organische samenhang, in de beoordeling van de kwestie-Kosovo tekenen zich tussen de belangrijkste lidstaten geen grote politieke meningsverschillen af, voldoende slagkracht is beschikbaar. Het zou niet al te lang hoeven duren alvorens een overtuigende NAVO-interventie zich zou kunnen voltrekken. Maar wat zijn de consequenties?

De Veiligheidsraad kan wel worden omzeild, hij is niet weg te denken. De voornaamste reden waarom de permanente leden Rusland en China zich keren tegen een militaire interventie van de NAVO in Kosovo, wordt niet opgeheven zodra zij buiten hen om toch plaatsheeft. Integendeel. Die reden is dezelfde als die waarom alle vijf permanente lidstaten niet warm zijn gelopen voor een permanente vredesmacht: de wens een soevereine invloed te behouden bij conflicten waar ook in de wereld. Daar komt bij dat de NAVO een militair instrument is van het Westen en dus wel de laatste organisatie die Russen en Chinezen de vrije teugel zouden willen laten.

Maar in Bosnië opereert de NAVO toch ook? Wonderlijk genoeg vertoeft zij daar op grond van een VN-mandaat, alhoewel Russen en Chinezen niet altijd even gelukkig zijn geweest met de wijze waarop de NAVO dat mandaat ten uitvoer heeft gelegd. De Russen zijn destijds min of meer afgekocht met aanhoudende zwijgzaamheid van het Westen over het bloedig verloop van hun interventie in Tsjetsjenië en met een vaste zetel in de zogenoemde Contactgroep die in Bosnië de supervisie heeft. Russische troepen nemen deel aan de internationale interventiemacht in Bosnië waarvan de NAVO de kern vormt. De Chinezen hebben hun tegenzin tot uitdrukking gebracht door zich in de Veiligheidsraad bij stemmingen over desbetreffende resoluties te onthouden.

Als het de Russen er werkelijk in de eerste plaats om gaat hun aanspraken als regionale, zo niet wereldmacht erkend te krijgen - de geschiedenis van de internationale interventie in Bosnië lijkt dat aannemelijk te maken - zouden zij in Kosovo juist niet buiten haakjes moeten worden geplaatst. De Russische diplomatie heeft zowel in Bosnië als ten aanzien van Irak getoond een rol van betekenis te kunnen spelen. De Russen schenen aanvankelijk uitsluitend als stoorzender te fungeren, maar bij het vorderen van hun bemoeienissen bleken zij toch bij te dragen aan een werkzaam en doelmatig compromis. Zij overtuigden Miloševic ervan zich neer te leggen bij de akkoorden van Dayton over Bosnië en zij dwongen Saddam Hussein de terugkeer van de internationale inspectieteams te aanvaarden. Het min of meer bewust gespeelde spel van good cop en bad cop heeft in de internationale diplomatie van de afgelopen jaren zijn nut bewezen.

Het besluit van de NAVO om voormalige lidstaten van het Warschaupact in haar gelederen op te nemen is aangevallen met het argument dat het een nieuwe tweedeling van Europa bevordert en Rusland isoleert. Er is geprobeerd dat argument te ontkrachten met een regeling die Rusland direct betrekt bij overleg met de NAVO over de veiligheid in Europa. Bovendien is bij herhaling verwezen naar het precedent van de voortreffelijke samenwerking in Bosnië tussen de Westerse landen en andere deelnemers aan de internationale interventiemacht, in het bijzonder de Russen.

Als op dat patroon kan worden voortgeborduurd, zou dat nog iets goeds kunnen betekenen voor Kosovo. In het bijzonder voor de bevolking die nu tussen de Servische politie en de militanten uit eigen kring dreigt te worden vermalen. Het gaat ten slotte niet om de mooie blauwe ogen van de VN of van de NAVO of van welke instantie dan ook die zich sterk zou willen maken over de rug van de slachtoffers heen.

    • J.H. Sampiemon