Nominaties voor de Gouden Strop; Advocaat door het lint

Jac. Toes: Fotofinish. L.J. Veen, 125 blz. ƒ 18,90

'Ik ren dus ik ben', stelt de hoofdpersoon van de vierde thriller van Jac. Toes, die eerder met Dubbelspoor (1993) en Afrekening (1994) voor de Gouden Strop genomineerd werd. De strafrechtadvocaat Stan Dewende heeft een bloeiende carrière bij een gerenommeerd Arnhems bureau, maar zijn werkelijke passie is hardlopen. Vier keer per seizoen verdedigt hij samen met twee collega's de eer van zijn kantoor in een lange-afstandsloop tegen de verzamelde advocatuur van Gelderland. Spannende wedstrijden natuurlijk, maar niet bepaald the stuff thrillers are made of.

Dat verandert wanneer Stan na een midwintercross op een koude januaridag een geheimzinnige foto van zichzelf thuisgestuurd krijgt. Achter hem loopt een man die hij niet had opgemerkt: Oek Rottir, een voormalige collega en concurrent die uit zijn leven is verdwenen nadat hij bij een survivaltocht in de Ardennen beide benen verbrijzeld heeft. De wonderbaarlijke opstanding van Oek verontrust Stan, al was het maar omdat hij worstelt met een kwaad geweten: hij was medeverantwoordelijk voor het ongeluk van zijn vroegere vriend, ontsloeg hem bij het advocatenkantoor, en begon een verhouding met Oeks vrouw Elvy.

Terwijl de raadselachtige gebeurtenissen in zijn leven elkaar opvolgen, begint Stan een zoektocht naar Oek, die hem steeds te snel af is. 'Wraak is voor kapotte klokken', zegt hij aanvankelijk nog geruststellend tegen Elvy, 'Ze blijven stilstaan om één keer hun gelijk te halen.' Maar gaandeweg wordt de eens zo zelfverzekerde advocaat angstiger en labieler - totdat hij tijdens de laatste race van het seizoen door het lint gaat.

Fotofinish, dat eerder in beperkte oplage in de serie Gelderse Cahiers verscheen, is een verhaal over uitgestelde wraak en spoken uit het verleden. Toes heeft zijn novelle goed opgebouwd en doortrokken met een spanning die van hoofdstuk tot hoofdstuk intenser wordt. Er is weinig dat afleidt op weg naar de ontknoping. Het proza is sierlijk zonder franje, enigszins vergelijkbaar met dat van Tim Krabbé (die zijn recente roman De grot dit jaar jammer genoeg niet inzond voor de Gouden Strop); de beeldspraak is spaarzaam maar origineel. Alleen de enige seksscène, tussen Stan en Elvy, doet verplicht en overbodig aan - al zorgt de bad-acrobatiek van de participanten onbedoeld voor comic relief in een verder nogal serieus boek.

Wat stijl en spanningsopbouw betreft, is Fotofinish een ideale kandidaat voor de Gouden Strop 1998. Maar net als concurrent Onno te Rijdt in Het spel is Toes geen afmaker. Het slot van Fotofinish is teleurstellend, niet alleen omdat de spectaculaire gebeurtenissen tijdens de vierde en laatste race afgeraffeld worden, maar vooral omdat de psychologie van het sleutelpersonage, Elvy, onwaarschijnlijk (of liever: gebrekkig gemotiveerd) is. Als verteller toont Toes in Fotofinish dezelfde zwakte als een van de wedstrijdrenners over wie hij schrijft: hij loopt snel weg, blaast zichzelf te vroeg op, en komt uiteindelijk hinkend over de finish.

    • Pieter Steinz