'Na introductie van euro is belegger aan de beurt'

Na invoering van de euro moeten beleggers met hun computer langs de diverse effectenbeurzen kunnen 'surfen' om uiteindelijk de beste prijs te vinden voor het aandeel dat zij willen kopen. Dat zei de hoogste baas van het Amsterdamse beursbedrijf op een Europese conferentie in Luxemburg.

LUXEMBURG, 12 JUNI. De Europese effectenbeurzen moeten na invoering van de euro vooral de belangen van beleggers nastreven. Met zo min mogelijk tussenkomst van effectenmakelaars moeten zij hun orders op de beurzen kunnen inleggen. Commissionairshuizen en andere toegelaten beursinstellingen moeten zich gaan specialiseren en een breed dienstenassortiment aan de wensen van de beleggers aanpassen.

Dat heeft president-directeur G. Möller van het beursbedrijf Amsterdam Exchanges gisteren gezegd op een conferentie van de Federatie van Europese Effectenbeurzen. Möller nam het op voor de eindgebruikers van de beurs, de beleggers. “De tijd is voorbij dat we blindelings louter het belang van onze toegelaten instellingen (commissionairs) nastreven. Wij moeten doen wat de beleggers willen. Zij willen op een liquide markt meer investeren, tegen de beste prijs en met zo min mogelijk tussenkomst van intermediairs.”

Beleggers zouden volgens hem via een computerverbinding vrijwel rechtstreeks orders moeten kunnen inleggen in de handelssystemen van de Europese effetenbeurzen. Möller: “Na invoering van de euro moeten beleggers met hun computer langs de diverse effectenbeurzen kunnen 'surfen' om uiteindelijk de beste prijs te vinden voor het aandeel dat zij willen kopen.” De beurzen moeten elkaar volgens hem gaan beconcurreren, zich specialiseren en een netwerk van financiële markten gaan vormen.

Möller blikte alvast vooruit in de toekomst. “De diverse beursfondsen worden dan iconen op het computerscherm. Klik je met je muis op bijvoorbeeld Koninklijke Olie dan zoekt de computer de beurs die op dat moment de beste prijs voor dat aandeel biedt.”

Möller zette zich af tegen wat hij noemt 'het Microsoft-scenario'. Hij ziet de verschillende financiële centra van de Euro-landen kapot gaan als er na een reeks fusies één centrale Europese effectenbeurs wordt gevormd. De AEX-president vergeleek dit met luchtvaartmaatschappijen. Zoals die vastzitten aan hun nationale luchthaven zijn de beurzen onlosmakelijk verbonden aan hun eigen financiële centra. “Als KLM met British Airways was samengegaan, was de toekomst voor Schiphol een stuk onzekerder geweest. Alleen milieu-activisten waren daar blij mee geweest.”

De deelnemers aan de European Equity Traders Convention 1998 waren het er over eens dat er veel gaat veranderen op de Europese effectenbeurzen als vanaf 2 januari 1999 met één munt zal worden gehandeld. Het beleggerspatroon verandert nu al. Professionele beleggingsinstituten zoals pensioenfondsen, maar ook particulieren beleggen niet langer in landen maar in sectoren. Ze spreiden hun portefeuille vervolgens over de diverse euro-landen om zo hun risico te beperken. In de toenemende concurrentiestrijd tussen beurzen kunnen de kleine markten in de verdrukking raken als zij niet tijdig de krachten bundelen, zo verwacht Möller. Door alleen maar de transactiekosten te verlagen zullen zij het niet overleven. “Dat middel wordt vaak gebruikt om het gebrek aan goede prijsvorming en liquiditeit te compenseren.”

De OTC-markten, waar banken onderhands (over the counter) met elkaar handelen, zullen vooral in deze situatie nog bedreigender worden voor de kleine effectenbeurzen. Een centrale marktprijs is dan niet langer een voorwaarde voor de beste prijsvorming. Om de teloorgang van de kleinere beurzen na invoering van de euro te voorkomen, werken de beurzen van Zweden en Denemarken aan een samenwerkingsverband. Ook Noorwegen overweegt zich hierbij aan te sluiten. Daarnaast werken de beurzen van de Beneluxlanden aan een alliantie om de schaal te vergroten. Het is nog maar de vraag of dergelijke samenwerkingsverbanden voldoende tegenwicht kunnen bieden aan de machtige beurzen van Londen, Frankfurt en Parijs. Möller, na afloop van zijn speech: “Wellicht dat wij als Beneluxlanden nog een partner gaan zoeken.”

Denkt u dan aan een uitbreiding van de samenwerking met bijvoorbeeld de Londense beurs?

“We zouden natuurlijk kunnen fuseren met Londen tegen een aandelenverhouding van 30-70. Maar dan maak je alleen je groep aandeelhouders blij. Het grootste deel van de handel verhuist dan naar Londen en daarmee help je het financiële hart van Amsterdam om zeep.”

Welke beurs is dan wel een optie? Frankfurt?

“We gaan natuurlijk niet zomaar naar de grens rennen en met de witte vlag zwaaien. Nee, voor Frankfurt geldt hetzelfde als Londen.”

Möller zegt wel een fusie met de beurs van Parijs als een theoretische mogelijkheid te zien. Volgens hem hoeven de beurzen van de Benelux en Parijs elkaar niet de wind uit de zeilen te nemen.

    • Sjouke Rijper