Opinie

    • Youp van ’t Hek

Mijn neef & ik

Ik zit in Limburg, en in Amsterdam is het Limburg. Mijn neef gebaart mij in Maastricht tijdens het slot van de show vanuit de coulissen. Er is iets ergs. Noodweer in Amsterdam. In het souterrain van de Van 't Hekjes staat 20 centimeter water, spelcomputers drijven door de speelkamer, kortsluiting heeft het huis in het donker gezet en de kinderen rillen bij een kaarsje.

Bang. Doodsbang. Mevrouw Van 't Hek zit in de zaal omdat ze mee moet naar Parijs. Ik bel Tommy, de aannemer, en het eerste wat hij zegt is: “Wat kwamen die Italianen mooi weg met die aangeschoten hands-bal.” Ik vertel hem over de paniek aan de gracht en hij raadt me aan om Erik, de elektricien, te bellen. Doe ik. “Wat een mazzelpingel”, zegt Erik en belooft te komen. “Bel ook een loodgieter”, is zijn advies en ik bel Henk, die al slaapt. Hij neemt op met de mededeling dat die Baggio gewoon een vuile dief is en dat die Fuentes er niks aan kon doen, de scheids een blindengeleidehond nodig heeft en die Chilenen gewoon genaaid zijn. 's Nachts vertelt hij dat de schade aanzienlijk is en ik de wat er ook gebeurt-sponsor moet bellen. Deze verzekeraar vertelt dat regen bij natuurrampen hoort en hij helaas niet kan uitbetalen. Ruzie dus. Over één ding zijn we het eens: het was geen strafschop en Italianen blijven fortuinlijke pizzabakkers.

    • Youp van ’t Hek