Limburg ligt niet wakker van eroderend landschap

Hevig noodweer maakte afgelopen zaterdag opnieuw duidelijk dat Zuid-Limburg last heeft van erosie. Er is wel iets aan te doen, maar niemand wil voor de kosten opdraaien.

SCHIN OP GEUL, 12 JUNI. Vijf speciaal tegen overvloedige regenval aangelegde bassins bij Schin op Geul stonden op overstromen. Modder klotste in grote rivieren van de akkers en het riviertje de Gulp in Gulpen trad voor het eerst in veertig jaar buiten haar oevers. Er viel afgelopen zaterdag een extreme hoeveelheid regen en hagel in Zuid-Limburg die grote schade tot gevolg had.

Wie nu door het getroffen gebied toert ziet daar niets van. De straten zijn schoongeveegd. De bassins bij Schin op Geul zijn weer leeg. De akkers liggen er op het eerste gezicht groen, glooiend en gezond bij. En in Gulpen is langs het bewuste riviertje een gezellige markt waar vele Gulpenaren lopen te flaneren.

De erosie is vooral plaatselijk zichtbaar. Op sommige akkers is een spoor te zien dat onderop uitmondt in een grote plas gestolde modder. De nog niet zo lang geleden geplante suikerbiet of mais is daar bedolven onder de blubber. Het gaat dan echter om kleine gedeeltes van een perceel. 'Verwaarloosbaar', zeggen de meeste boeren. “De schade die de hagel heeft aangericht is veel groter”, zegt taxateur M. Aerts van verzekeraar Agriver uit Zwolle, die met een collega bezig is de schade op te nemen. Slechts enkele ongelukkigen, die een laag gelegen perceel hebben met een 'erosie-gevoelige' bebouwing als bovenbuurman, hebben echt last.

De erosieproblematiek in Zuid-Limburg is zo oud als de provincie zelf. Maar adequate maatregelen nemen kost veel tijd. In de jaren vijftig en zestig werd het probleem genegeerd, in de jaren zeventig werd het openlijk geconstateerd en een decennium later werd het eindelijk onderkend. In april 1987, toen de dorpskern van het duizend jaar oude Valkenburg aan de Geul plots onder water stond, schrok iedereen wakker. Er moesten maatregelen worden genomen om het wegspoelen van land door regenwater te beperken en de dorpskernen te beschermen. Maar eerst moest er onderzoek gedaan worden. In opdracht van onder meer de provincie Zuid-Limburg en veertien gemeenten werd drie jaar lang bekeken hoe bodemerosie en wateroverlast het beste en goedkoopste kon worden voorkomen. Het onderzoek kostte 1,5 miljoen gulden en werd in 1994 afgerond.

In de tussentijd werd erosie een steeds groter probleem. Door de ruilverkaveling waren er meer en grotere percelen met 'erosie-gevoelige' gewassen zoals suikerbieten en mais gekomen. Zwaardere tractoren trokken diepere geulen in de akkers. En door de toenemende asfaltering stroomde meer water weg over de landbouwgrond.

Hoeveel ton of kubieke meter grond er jaarlijks wegspoelt weet niemand. De financiële gevolgen ervan zijn wel bekend. Drie miljoen gulden per jaar, waarvan twee miljoen ten laste van gemeenten en provincie voor herstel van wegen en rioleringen en wegens dichtslibbende riviertjes in de dorpen. Particulieren hebben voor zo'n 0,6 miljoen gulden schade aan huizen en tuinen, terwijl er voor 0,4 miljoen schade is voor de boeren. Maar deze cijfers zijn volgens de betrokkenen waarschijnlijk nog aan de lage kant.

Toen dit eenmaal duidelijk was, zeiden de betrokken eensgezind dat erosie 'een gezamenlijk probleem' is, waarvoor de handen ineen geslagen moesten worden. Maar voor de financiering van de oplossing ervan blijkt iedereen naar elkaar te wijzen. De provincie en de gemeenten vinden dat de boeren allerlei maatregelen moeten nemen, maar de boeren zelf hebben van erosie niet het meeste last en vinden dus dat de overheden aan structurele oplossingen mee moeten betalen.

Omdat Valkenburg aan de Geul in mei 1993 nog een keer overstroomde, werd snel begonnen met het nemen van enkele maatregelen voor de korte termijn. Het Waterschap Roer en Overmaas legde voor ruim vijf miljoen gulden 140 bassins aan - kuilen met een inhoud van zo'n 2.500 kubieke meter - om de dorpskernen te beschermen. Pure symptoombestrijding, vindt erosie-expert S. Duysings van de provincie Zuid-Limburg. De bassins vangen het water wel op, maar beperken niet de erosie en aantasting van de bodemvruchtbaarheid. Duysings: “Maar je wilt toch iets doen zodat de mensen in het dorp niet klagen.”

De Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) onderkende het probleem ook en vaardigde een 'verordening' uit: hoe steiler de helling, hoe meer maatregelen tegen erosie een boer moet nemen. Boeren moeten bijvoorbeeld in het najaar het land omploegen zodat water makkelijker wegzakt en vervolgens inzaaien met zogeheten 'groenbedekkers'. Gewassen als gele mosterd, facelia en wintertarwe houden de grond vast en bedekken deze. Het werkt aardig in de winter. Maar bij hevige regen in het voorjaar, als de nieuwe gewassen nog klein zijn, is de verordening onvoldoende effectief, zeggen de provincie en de onderzoekers.

“Dat is het spanningsveld. Erosie kost de boeren jaarlijks misschien één procent van hun winst, terwijl groenbedekker 900 gulden per hectare kost en ook nog eens leidt tot vier procent minder opbrengst”, zegt T. Kraak van het dienst landelijk gebied van de provincie Limburg.

Toch zijn er wel boeren die graag meewerken. R. Wierds uit Voerendaal zit in een commissie die het probleem onder de loep neemt. “Je kunt wel wachten tot de overheid iets doet, maar je kunt beter zelf het initiatief nemen.” P. Schijns uit Eys: “Het valt wel mee met de kosten van de groenbedekker, het brengt zelfs ook wat op. De grond wordt er vruchtbaarder van.” Hij draagt een petje met in grote gele letters 'Metex Gele Mosterd', het favoriete merk groenbedekker. Gekregen van de leverancier.

Omdat iedereen de kosten wil afschuiven, zijn er behalve de verordening van de LLTB nog geen structurele maatregelen getroffen. Op zijn vroegst zal dit gebeuren in 2010, zegt Rob van Veen, hydroloog van het Waterschap Roer en Overmaas. De meeste mensen in Zuid-Limburg lijken zich daar niet veel zorgen over te maken.