Las Vegas in Berlijn

Het nieuwe Berlijn heeft geleid tot een nieuw fenomeen: massaal bouwputtoerisme. Het knalrode gebouwtje van de 'Infobox' bij de Potsdamer Platz is al door meer dan twee miljoen bezoekers bestegen om vanaf het dak de reusachtige bouwplaats te bekijken. De contouren van de nieuwe Potsdamer Platz, eigenlijk een compleet nieuw stadsdeel met kantoren, zijn nu duidelijk zichtbaar.

Twee gebouwen zijn zelfs al helemaal klaar: de prachtige beige kantoortoren van de Italiaan Renzo Piano, die in de verte aan het werk van Dudok doet denken, en het nogal teleurstellende kantoor van de Japanner Arata Isozaki, dat afkomstig lijkt uit een bedrijvenpark langs een snelweg.

Het is een vreemde ervaring om tussen de nieuwe kantoren van de Potsdamer Platz te lopen. Het stedebouwkundig ontwerp voor het plein van Hilmer en Sattler voorziet in het herstel van het vooroorlogse smalle stratenpatroon, dat in combinatie met de reusachtige afmetingen van de nieuwe kantoren zorgt voor een New-Yorks effect: op de Potsdamer Platz waant men zich in spelonken bij Wall Street.

Opvallend is ook de afwezigheid van iets anders dan kantoren op het plein. Weliswaar voorziet het stedenbouwkundig ontwerp ook in woningen, theaters en restaurants, maar in het nu al opgeleverde deel is daar nog niets van te bekennen. Dit geldt ook enigszins voor de Friedrichstrasse, die nu nagenoeg gereed is. De richtlijnen van de 'kritische Rekonstruktion', die bijvoorbeeld twintig procent woningen in de nieuwbouwblokken verplicht stellen, hebben niet kunnen voorkomen dat de straat een tamelijk bloedeloze indruk maakt en slechts een heel vage echo is van het bruisende leven dat van de vooroorlogse Friedrichstrasse-foto's spat.

Bovendien hebben verschillende architecten zichtbaar moeite gehad met de richtlijnen van de 'kritische Rekonstruktion'. Vooral Philip Johnson, de nestor van de Amerikaanse architectuur, heeft bij het vroegere Checkpoint Charlie een gedrocht neergezet, dat alleen bedoeld kan zijn om de regels van de 'kritische Rekonstruktion' belachelijk te maken.

Variatie staat hoog in het vaandel van de 'kritsiche Rekonstruktion'. Josef Paul Kleihues heeft daarom delen van de hem toegewezen blokken aan en bij de Friedrichstrasse laten ontwerpen door andere architecten. De vorig jaar overleden Italiaan Aldo Rossi had hier geen anderen voor nodig. Hij bouwde aan de Zimmerstrasse een typisch oud-Berlijnse blok, compleet met vier 'Hinterhöfe'. Het bestaat uit tientallen, verschillend gekleurde delen met steeds andere daken, balkons, ramen enzovoort. Zo heeft Rossi gezorgd voor een kakelbont Las-Vegas-gebouw, een indruk die nog wordt versterkt doordat hij op een van de binnenhoven de gevel van het Palazzo Farnese in Rome imiteerde.

Ogenschijnlijk precies het tegenovergestelde van Rossi's Las Vegas-pret is het door de Poolse Amerikaan Daniel Libeskind ontworpen Joods Museum aan de Lindenstrasse, dat nu eindelijk bijna klaar is. Het oogt als een ernstige, hoekige monoliet, consequent bekleed met bobbelende zinkplaten. Maar wie eenmaal weet dat Libeskind zijn bliksemschichtvormige museum eigenlijk heeft bedoeld als een opengeklapte Davidsster, krijgt toch weer Las Vegas in gedachten: van een dergelijke platte symboliek zou ook een Amerikaamse casino-architect gretig gebruik hebben gemaakt.