Het nulde gebod

Ik herinner mij nog goed dat ik, een jaar of acht oud, een vrije woensdagmiddag doorbracht bij één van mijn klasgenoten. Zijn moeder stelde mij op die middag de vraag: 'Eten jullie thuis wel eens bloedworst?' Toen ik daar bevestigend op antwoordde, barstte zij los. Wist ik dan niet dat in de bijbel het eten van bloed met grote nadruk door God verboden wordt? Uiteraard wist ik dat niet, zei ze, want bijna alle christenen wisten dat niet.

Die aten doodgemoedereerd bloedworst. 'Maar dat mag niet,' donderde zij, 'lang voordat Mozes de berg Horeb afdaalt met de tien geboden, heeft God al duidelijk gezegd: gij zult geen bloed eten. Het is het nulde gebod. Het staat al in 't begin van Genesis.'

Ze had gelijk. Al in Genesis 9 vers 8 en 9 lezen we: 'Alles wat zich roert, wat leeft zal u tot spijze zijn. Ik heb het u alles gegeven, evenals het groene kruid. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten.' Het is verbazingwekkend om te zien hoe vaak, en met hoeveel nadruk, dit voorschrift in de bijbel herhaald wordt. Leviticus 3 vers 17: 'Dit zij een altoosdurende inzetting voor uw geslachten in al uw woonplaatsen; gij zult volstrekt geen vet en geen bloed eten.' In Leviticus 7 vers 26 en 27 wordt zelfs gedreigd: 'Ook zult gij in al uw woonplaatsen in het geheel geen bloed eten, van gevogelte noch van vee. Alwie enig bloed eet, die zal uit zijn volksgenoten uitgeroeid worden.' Ook in Leviticus 17 vers 10 wordt de waarschuwende vinger geheven: 'Ieder van het huis Israëls en van de vreemdelingen, die in hun midden vertoeven, die enig bloed eet - tegen zo iemand, die dat bloed gegeten heeft, zal Ik mijn aangezicht keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien.' En even verderop, vers 13: 'Niemand van u zal bloed eten. Ook de vreemdeling die in uw midden vertoeft, zal geen bloed eten.' Wat er dan met bloed moet gebeuren, lezen we in hetzelfde vers: 'Wie een stuk wild of gevogelte jaagt, dat gegeten mag worden, zal het bloed daarvan uitgieten en dat bedekken met aarde.' En dadelijk daarna lezen we in vers 15 nogmaals: 'Ieder die bloed eet, zal uitgeroeid worden.'

In Leviticus 19 vers 26 wordt opnieuw gezegd: 'Gij zult niets met het bloed eten.'

Ook in het bijbelboek Deuteronomium wordt tenminste driemaal nadrukkelijk gesteld dat het eten van bloed verboden is. Deuteronomium 12 vers 16, 12 vers 23 en 15 vers 23. In die laatste pericoop wordt weer een andere methode aanbevolen om van bloed af te komen. 'Bloed zult gij niet eten, gij zult het op de aarde uitgieten als water.'

In het eerste bijbelboek van Samuel wordt verhaald hoe de Israëlieten de Filistijnen verslaan en zich vervolgens tegoed doen aan het kleinvee, de runderen en de kalveren. En dan lezen we: 'En het volk at ervan met het bloed en al.' (1 Samuel 14 vers 33). Dit is de eerste keer dat het bloedverbod in de bijbel duidelijk overtreden wordt. Uit het vervolg blijkt dat men dat ook terstond beseft. Toen deelde men Saul mee: 'Zie, het volk zondigt tegen den Here door het te eten met bloed en al.' Saul grijpt in en zegt: 'Zondigt niet tegen den Here door het met bloed en al te eten.'

Het is merkwaardig dat er zo met nadruk tegen het eten van bloed gewaarschuwd wordt, want de vloeistof bloed lijkt eerder drank dan voedsel. In het Oude Testament wordt het drinken van bloed echter steevast in verband gebracht met een vorm van dronkenschap. Jesaja 49 vers 26: 'En van hun eigen bloed zullen zij dronken worden als van jonge wijn.' Idem Jeremia 46 vers 10, en Ezechiël 39 vers 19: 'Tot verzadiging toe zult gij vet eten, tot dronkenschap toe bloed drinken van het slachtoffer dat Ik voor u geslacht heb.' Opmerkelijk is dat hier, in Ezechiël 39, zomaar gesteld wordt: 'Eet vlees en drinkt bloed,' want in hoofdstuk 33 van hetzelfde bijbelboek wordt het gebruik van bloed nog in verband gebracht met afgodsdienst. Het bloed echter dat in Ezechiël 39 gedronken wordt is het bloed van overwonnen heidense helden en vorsten. Blijkbaar mag, eenmalig, in het kader van een overwinningsroes bloed van vijanden gedronken worden.

Uit het Nieuwe Testament blijkt dat ook de eerste Christenen van mening waren dat het bloedverbod onverzwakt gehandhaafd diende te worden. In Handelingen 15 vers 19 en 20 lezen we: 'Daarom ben ik van oordeel dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed.'

Wie goed tot zich laat doordringen welk enorm taboe er dus in het Jodendom bestond op het eten en drinken van bloed, kan alleen maar met A.N. Wilson zeggen: 'Het is een onmogenlijke gedachte dat een vrome Jood als Jezus op zijn laatste avond op aarde aan zijn leerlingen zou vragen, ook al was het maar symbolisch, een beker bloed te drinken.'

De aanbeveling om ter nagedachtenis in bloed veranderde wijn te drinken druist werkelijk tegen alles in wat Jezus ooit uit het Oude Testament heeft kunnen opsteken over het taboe om bloed tot je nemen. Vooral op grond van dit bloed-argument lijkt het uitermate onwaarschijnlijk dat hij het zogenaamde Heilige Avondmaal heeft ingesteld. Daar kunnen op grond van tegenstrijdigheden in de Evangeliën nog de volgende neven-argumenten aan toegevoegd worden. In het Evangelie van Johannes vindt het laatste avondmaal een dag eerder plaats dan in de andere evangeliën en wordt door Jezus niets gezegd over de 'verandering' van het brood en de wijn in zijn vlees en zijn bloed. In het Evangelie van Lucas blijkt de volgorde van de viering van het HA omgedraaid. Daar wordt eerst de beker rond gegeven en dan pas brood gegeten. Marcus en Mattheüs verschillen onderling nauwelijks wat de beschrijving van het laatste avondmaal betreft, maar bij Marcus staat dat Jezus toen hij de beker rondgaf zei: 'Dit is het bloed van mijn verbond dat voor velen vergoten wordt,' en bij Mattheüs: 'Dit is het bloed van mijn verbond dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.' Die laatste vier woorden zijn al heel duidelijk een toevoeging van de evangelist, die verder Marcus naschreef. Jezus zegt elders nimmer dat zijn bloed vergoten wordt 'tot vergeving der zonden.' Dat is typisch theologie van later datum. Ik houd het erop dat Jezus ook die bekertekst uit Marcus nooit gezegd heeft. Mij lijkt het uitgesloten dat iemand, hoezeer misschien ook vervuld van het idee een geroepene te zijn, ooit zo'n onsmakelijke vorm van (symbolisch) kannibalisme als het Heilig Avondmaal heeft kunnen instellen, dit temeer daar het volledig indruiste tegen alles wat hij als kind over het eten en drinken van bloed te horen had gekregen.

    • Maarten 't Hart