Het hoofd vol dromen; Studeren aan de afdeling mode van de kunstacademie

Studenten aan de mode-afdeling van een kunstacademie wordt ingepeperd dat ze een zwaar en moeilijk vak hebben gekozen. Vijfde aflevering in een wekelijkse serie over kunstonderwijs in Nederland.

Ontwerpen is soms als koken. Als je nylon canvas om een grill spant en vastnaait, de grill aanzet en goed oplet, krijg je een dramatisch effect van gesmolten draden en gaten. Of sprenkel met een zoutstrooier ijzervijlsel over een lap zijde. Beweeg een magneet onderlangs totdat er een mooi patroon ligt, dek af met plakvlieseline en strijk deze vast met een warme bout. Neem voor het beste resultaat vlieseline met bolletjes plak, daar klontert het vijlsel goed in samen.

Een paar maanden lang stond Jim Kreemers iedere dag wanhopig op en ging wanhopig naar bed. Geen inspiratie. Totdat hij een boek las over elektriciteit, toen wist hij het. Zijn eindexamencollectie moest gaan over 'De verstoring van ons gevoel'. Door rubber zolen en statische vloeren loopt ons lichaam vol elektriciteit die nergens heen kan. Om de stroom af te voeren kun je vijf keer per dag gaan douchen maar Jim (23) bedacht dat hij ijzer en koper, allebei anti-statisch, in kleding zou verwerken.

Hij reeg dun koperdraad van naad tot naad tot er een streeppatroon ontstond, en sleep ijzer tot stofachtig vijlsel voor dessins. Als sluiting van manchetten gebruikte Jim lange haarspelden die in tunneltjes worden geschoven. De mouwen laten zich daardoor niet opstropen. “Maar het is dan ook niet echt kleding die je aandoet om te gaan afwassen”.

Voor het eerst is Jim echt tevreden met zijn resultaten. Dit is het laatste werk dat hij voor de academie maakt, volgende week is hij afgestudeerd van de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem. Hij is er blij om. “Het wordt tijd dat ik mijn spirituele leven eens ga opvijzelen. Daar kom ik hier op school niet aan toe.”

Studenten op de afdeling mode van de Arnhemse academie werken hard. Maar dat is juist goed, vinden de meeste studenten, want de wereld van de mode is ook hard. Het vak wordt geregeerd door de ijzeren regelmaat van de seizoenen, wat gister 'in' was kan vandaag weer uit zijn, en de concurrentie ligt altijd op de loer.

Wie mode studeert op de kunstacademie heeft bovendien te maken met een dubbele taak. Mode is om aan te trekken, maar men kiest een kunstacademie om ook bezig te zijn met experiment en artisticiteit. 'Draagbaarheid' hoeft niet altijd het doorslaggevende criterium te zijn. Van textiel zijn ook sculptuurachtige objecten te maken. Net als bij de andere 'toegepaste' richtingen die op kunstacademies gedoceerd worden - grafische en industriële vormgeving - leert een modestudent zowel de bruikbare als de zelfstandige vorm.

Luxe-artikel

De nadruk op het toegepaste of juist het vrije aspect verschilt per academie. Dat die van Arnhem daadwerkelijk voorbereid op een carrière als modeontwerper, en niet zozeer als kunstenaar, is bij de zich aanmeldende studenten bekend. Het aantal aspirant-studenten loopt parallel met de conjunctuur, vertelt hoofddocent Gisela Prager. Mode is nu eenmaal een luxe-artikel dat afvalt zodra er weer minder te besteden is.

Het gaat nu goed met de economie, dus de docenten van de Hoge School Arnhem kunnen kiezen uit zo'n tachtig aanmeldingen voor het eerste jaar. Ongeveer eenderde doorstaat de selectie. Hun motivatie laat aan duidelijkheid niets te wensen over: beroemd worden. Net zo beroemd als Frans Molenaar, Frank Govers of het nieuwe talent Aziz Bekkaoui, zegt Prager. “Ze hebben het hoofd vol dromen. Pas tijdens hun stage-periode ervaren de studenten wat het werk concreet inhoudt.”

Voor 'bezorgde vaders' hangt er een lijst op school die laat zien dat de meeste studenten na hun opleiding goed zijn terecht gekomen: als docenten, stylistes, ontwerpers bij onder andere Oilily, Turnover, V&D en C&A - of als zelfstandig ontwerper, zoals Viktor & Rolf, Oscar & Süleyman, Aziz Bekkaoui. “Wij leren mensen een vak”, zegt Prager dan ook pertinent.

De eerste twee jaar van de opleiding draait om vrijheid van denken: stereotiepe opvattingen over kleding als gebruiksvoorwerp worden afgeleerd, studenten moeten met een onbevangen blik naar vormen en lichamen kijken. Draagbaarheid speelt geen rol. De laatste tweede jaar is, ook door de stage die in het derde jaar gedaan wordt, meer praktijkgericht. Al mag iedere student afstuderen op de manier die hem het best past, draagbaar of autonoom.

Prager: “En ondertussen wordt hem ingepeperd dat hij een zwaar en moeilijk vak heeft gekozen.”. Toch zijn de studenten zelfbewust. “Juist tijdens het maken van mijn eindcollectie heb ik ontdekt dat dit werk me ligt. En dat ik er goed in ben”, zegt Marsha Hüskes (25). Jim Kreemers: “Als ik eenmaal bezig ben, blijven de ideeën komen.” Eva Hoenderdos (23), ook bezig met haar eindexamen: “Ik houd van ontwerpen. Ik vind dat het goed bij mij past.”

Mode is vooral 'vernieuwing', daar zijn de studenten het over eens. Een goed gevoel voor mode wil dan ook zeggen dat je weet wat wel, en wat niet in de tijd past. En als ontwerper moet je die trends steeds een stap voor weten te blijven. Eva Hoenderdos omschrijft mode zo: “Je denkt dat je het beeld herkent, maar bij een tweede blik zie je dat er toch iets afwijkt, en dat detail is dan kenmerkend voor de tijd. De ontwerpen van Armani zitten vol met dat soort subtiele verschuivingen.”

De academie van Arnhem gold begin jaren negentig zelf als trendsetter. Tijdens hun studie bedachten Viktor & Rolf (het nu gevierde ontwerpersduo) een 'driedimensionale' manier van ontwerpen - om de manier waarop een kledingstuk zich om het lichaam voegt te herzien. De op de basispatronen aangegeven coupes en naden bleken op andere plaatsen net zo goed te werken; voor en achterkant konden omgedraaid en vorm mocht ook wel eens 'vervorming' zijn. De aanpak sloeg nationaal en internationaal aan. Tot in Japan haalde 'Arnhem' de publiciteit.

Marsha Hüskes ontwerpt vanuit 'moulage'. Ze drapeert een lap stof om een torso en plooit en vouwt totdat ze een nieuwe vorm gevonden heeft. Uiteindelijk haalt ze de lap los van de pop en tekent, na afloop, het patroon. Op een rail naast haar tekentafel hangen drie zijden jurken van Hüskes' eindexamencollectie. Bij de eén zit er een gevouwen rozet op de heup, een ander heeft een soort bubbelende kraag langs de hals. Ook zonder mens erin lijken de kleren te leven.

Beeldhouwen

Moet de modestudent in Arnhem het eerste jaar onbevangen leren denken over kleding - die op de Rietveld krijgt in dat jaar de 'Rietveld-houding' aangeleerd. De academie in Amsterdam verschilt ook op andere punten van die in Arnhem. Zo zitten leerlingen van verschillende jaren bij elkaar in de klas, en kunnen ze lessen volgen bij andere studierichtingen (bijvoorbeeld schilderen, beeldhouwen, fotografie).

Alet Pilon, hoofddocent van de mode-afdeling van de Rietveld: “Op onze school heerst de Rietveld-cultuur, die moeten de studenten in het eerste jaar leren om zich de rest van de opleiding te kunnen redden. Het is een soort eigen taal waarmee ze hun werk motiveren: waarom je doet wat je doet. Ze praten veel over zichzelf, en over zichzelf in relatie tot hun werk. 'Waarom kan dat wat je gemaakt hebt alleen maar door jou zijn gemaakt?'

“Iedereen bij mode doet op zijn minst een verplicht aantal echte mode-vakken zoals patroontekenen, ontwerpen en modeltekenen. Iedereen kan zoveel extra techniek leren als hij wil. Maar wie niet wil krijgt het er niet ingeprakt. We leggen op allerlei manieren de nadruk op het belang van een persoonlijke signatuur. Daarom ondersteunen we de studenten ook zo individueel mogelijk. Ze stellen een eigen vakkenpakket samen, waarna ze stuk voor stuk door de docenten worden begeleid.”

Marcel Moerel (21), derde jaars, beschouwt de academie als een 'laboratorium'. Hij maakte onderbroeken van hout, en opplakborsten van rubber. “Het lichaam is mijn onderwerp, dat benader ik met schilderen, beeldhouwen, naaien. Maar ik ben het middelpunt. Het gaat me uiteindelijk om mezelf in relatie tot mijn omgeving, vertaald naar lichaamsvormen.” Alet Pilon is blij met de eigenwijze houding van de studenten. “Al ga ik soms nog wel met knikkende knieën naar de les. Want je krijgt steeds dwarse vragen. Als ik het heb over 'witte melk', is er altijd wel iemand die gaat zeuren dat hij iets wil met bruine melk.”

Expeditie

Tijdens de styling-les van Bas van Wayenburg worden schetsen en plannen bekeken die de studenten hebben gemaakt voor een styling-opdracht. Men moest uitgaan van een expeditie, en een bijpassende collectie ontwerpen voor een bepaalde doelgroep. Doelgroep en bestemming van de expeditie worden geïllustreerd met foto's uit tijdschriften. Het is de bedoeling dat de studenten een collectie bedenken die klopt met de door hen gekozen doelgroep en reisbestemming.

Van Wayenburg verwachtte expedities naar de Himalaya of de Noordpool. “Maar Rietveld-studenten zouden geen Rietveld-studenten zijn als ze niet ergens een escape zouden vinden”, zegt Van Wayenburg. Zijn groep koos bestemmingen die uiteenliepen van de hel of de eigen droomwereld tot de toekomst. Roel Ruyten (25) richtte zich op Amsterdam-Oost. Voor zijn 'doelgroep' nam hij een foto van een in smetteloos wit geklede vrouw op cowboylaarzen, in een design-interieur. Ruyten noemt haar 'Amber'. Hij heeft de schetsen voor haar garderobe op tafel uitgespreid.

Bas van Wayenburg: “Vertel eens wat meer over Amber.”

Roel Ruyten: “Amber is een clean meisje, dat zie je aan die witte kleren. Ze houdt van dure spullen. Daar heeft ze ook genoeg geld voor, of haar vader koopt ze.”

Bas: “Maar bij de kleren die je voor haar hebt ontworpen zie ik hier een cape-je. Moet je kijken wat een stoer wijf, daar is ze toch veel te pittig voor.”

Roel: “Dat hooggeslotene vind ik juist wèl bij haar passen.”

Bas: “Dan handhaaf je alleen dat aspect. Dat cape-je kan weg. Tijdens het ontwerpen moet je eindeloos variëren op je thema: truitje met stiksel, truitje met bies, ronde hals, boothals, rechte hals. Muziekje erbij, zak drop, en maar tekenen. Eerst moet de shit eruit, daarna komen de goede ideeën. Wat heb je nu zelf van deze opdracht geleerd?”

Roel: “Dat het een kwestie is van durven.”

Bas: “En wat zou je de volgende keer beter doen? Want ik vind dit totaal onvoldoende.”

Roel: “Minder dralen. Ik heb heel lang alle mogelijkheden open willen laten, ik wilde me niet vastleggen.”

Bas: “Ik heb medelijden met je, je moet nog zoveel doen: presentatie maken, de stoffen zoeken. Jij slaapt de rest van de week niet. Hou je doelgroep in de gaten, let op wat ècht bij Amber past. Maar sommige van je ontwerpen zijn een ontdekking, daar ben ik blij om.”

    • Hester Carvalho