George W. Bush raakt hart Texaanse kiezers

George W. Bush, de zoon van de vorige Amerikaanse president, geniet grote populariteit als gouverneur van Texas. Veel Republikeinen verwachten dat hij in het jaar 2000 een gooi zal doen naar het Witte Huis.

CROCKETT (Texas), 12 JUNI. Hij heeft de naam van zijn vader, hij lijkt op zijn vader en hij is bovendien een populair politicus. George W. Bush, de oudste zoon van de voormalige Amerikaanse president, voert campagne in Texas. Hij is al bijna vier jaar gouverneur van de deelstaat en hij hoopt dit najaar herkozen te worden. Maar hij wordt ook getipt, zowel in Washington als in Texas, als de Republikeinse favoriet voor de presidentsverkiezingen in het jaar 2000.

Overal waar hij komt wordt de jonge Bush naar zijn presidentiële ambities gevraagd. Maar hij wil er nog niets over zeggen. “Ik ben met mijn hoofd en mijn hart in Texas. Ik wil in november herkozen worden. En daarna? Dat weet ik nog niet, dat is de waarheid.”

Bush (51) zegt het met een jongensachtige glimlach, en zonder de houterigheid die het optreden van zijn vader vaak kenmerkte. Een recente opiniepeiling van CNN gaf hem een goede kans tegen vice-president Al Gore als er nu verkiezingen zouden worden gehouden. Maar iemand met de naam George Bush weet dat het tij in de politiek snel kan keren. Zijn vader kon de ongekende populariteit die de Golf-oorlog hem in 1991 opleverde, een jaar later al niet meer omzetten in een verkiezingsoverwinning tegen de betrekkelijk onbekende Bill Clinton.

In het gemeenschapshuis van Crockett, een landelijk plaatsje halverwege Houston en Dallas, hebben zich een paar honderd Texanen verzameld om naar hun gouverneur te komen luisteren. “Hij bevalt me, ik ga op hem stemmen en ik hoop dat hij een gooi doet naar het Witte Huis”, zegt Blondy Murphy, zeventig jaar oud en naar eigen zeggen “doorgaans Democraat”.

Ook andere aanwezigen die de herverkiezing van Bush als gouverneur steunen, zouden het toejuichen als hij meteen doorstoomt naar het Witte Huis. “Hij is oprecht, voor een harde misdaadbestrijding en voor verbetering van het onderwijs”, zegt Fred Richardson, een reclame-man met puntlaarzen onder zijn donkergrijze pak. “Hij heeft Texas op het goede spoor gezet.”

Bush is een buitenbeentje in de Republikeinse partij van Newt Gingrich. Hij is conservatief, maar bewaart afstand tot de christelijk-rechtse tak van de partij. Hij roept om een krachtiger aanpak van de criminaliteit en is voorstander van de doodstraf, maar hij noemt verbetering van het onderwijs zijn grootste prioriteit. Regelmatig wijst hij op het belang van immigratie en hij is een warm voorstander van goede betrekkingen met Mexico. Zonodig kan hij goed overweg met Democraten. En als een van de weinigen in zijn partij geniet hij aanzienlijke steun in de snelgroeiende groep hispanics - die in Texas een kwart van de bevolking uitmaken.

Om al die redenen zien veel Republikeinen in George W. Bush een man die in staat is om in het jaar 2000 het Witte Huis voor zijn partij terug te winnen. De vraag is alleen of hij wel conservatief genoeg is om de Republikeinse voorverkiezingen te overleven. Lievelingen van de Christian Coalition als voormalige vice-president Dan Quayle en de miljardair Steve Forbes, houden nu al spreekbeurten in Iowa en New Hampshire, de staten waar in 2000 de eerste voorrondes worden gehouden. Ook de conservatieve senator John Ashcroft van de staat Missouri voert al campagne, net als Lamar Alexander, de voormalige gouverneur van Tennessee die het in 1996 aflegde tegen Bob Dole.

Als Bush het gemeenschapshuis van Crockett betreedt, begeleid door de koperen klanken van een blaasorkest en ritmisch handgeklap, blaakt hij van zelfvertrouwen. Links en rechts schudt hij handen. Hij wuift, hij omhelst en hier en daar signeert hij een baseball, alles met een ontspannen gemak dat doet denken aan Bill Clinton. Het is alsof het campagne voeren Bush in het bloed zit. En toch is deze telg van een vooraanstaande politieke familie, om niet te zeggen dynastie, pas betrekkelijk laat de politiek in gegaan.

Zijn grootvader, Prescott Bush, was senator van Connecticut, van 1952 tot 1963. Zijn vader, George Herbert Walker Bush, was van 1981 tot 1989 vice-president onder Ronald Reagan, en aansluitend vier jaar zèlf president. Zijn moeder, Barbara Bush, genoot als first lady een grotere populariteit dan haar man en is in het hele land nog altijd bijzonder geliefd. En zijn jongere broer Jeb verloor in 1994 weliswaar de strijd om het gouverneurschap van Florida, maar dit jaar maakt hij een goede kans om die post alsnog in de wacht te slepen.

George W. Bush ging het bedrijfsleven in, toen een poging om een zetel in het Huis van Afgevaardigden te bemachtigen in 1978 mislukte. Hij werkte bij een olie- en gasbedrijf in Texas en was directeur van het baseball-team de Texas Rangers. Toen zijn vader in 1988 president werd ging zoon George hem bijstaan als adviseur. De nederlaag van zijn vader tegen Clinton verbitterde de jonge Bush. Maar in 1994 daagde hij Ann Richards uit, de populaire Democratische gouverneur van Texas. Op het nippertje versloeg hij haar.

Bush begint zijn toespraak in Crockett met een persoonlijke anecdote. Het gaat niet over zijn beroemde vader, maar over mom, zijn moeder Barbara, de grootmoeder der natie. Zodra hij haar noemt, golft een vertederd enthousiasme door de zaal. “Hou altijd vast aan je beginselen, leerde mijn moeder mij vroeger, en doe wat je denkt dat goed is”, vertelt hij met een zwaar Texaans accent.

Het blijkt de opmaat te zijn van een pleidooi voor morele verantwoordelijkheid en voor een strenge maar rechtvaardigde bestraffing van jeugdcriminaliteit. “Slecht gedrag moet slechte gevolgen hebben”, zegt Bush. “Liefde en discipline gaan hand-in-hand. We leven nu in een cultuur van: doe maar alles wat prettig voelt. Daar moet een eind aan komen.” Als hem gevraagd wordt wat de beste manier is om jeugdcriminaliteit te bestrijden, zegt hij: “Het onderwijs verbeteren.” Zijn gehoor smult ervan. Het zijn thema's die Bush zonodig kan gebruiken in een nationale campagne. “We moeten zorgen dat ieder kind in de derde klas kan lezen, zonder uitzondering”, betoogt Bush. Het is een bijna letterlijke echo van president Clinton.

Volgens de peilingen heeft Bush een grote voorsprong op zijn Democratische uitdager voor het gouverneurschap, Garry Mauro. Maar hij neemt het zekere voor het onzekere. Een paar dagen per week reist hij kris-kras door Texas en houdt hij drie tot vier toespraken per dag. Een enkele keer spreekt hij buiten de deelstaat groepjes geldschieters van de Republikeinse partij toe, om zijn verkiezingskas en die van partijgenoten te spekken en tegelijkertijd Republikeinen in het hele land aan hem te verplichten.

Maar het nationale politieke toneel blijft Bush zoveel mogelijk vermijden. En dat kan hij zich veroorloven, ook als hij van plan is om zich na november kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen. Hij is de erfgenaam van het politieke netwerk dat zijn vader heeft opgebouwd in drie campagnes als presidentskandidaat en twee als running mate. Veel geldschieters en andere supporters van oud-president Bush staan klaar om zijn zoon te steunen.

Bush zelf houdt de spanning er voorlopig nog in. “Mijn horizon strekt echt niet verder dan november, echt niet”, zegt hij na afloop van zijn toespraak. In gesprek met een journalist heeft zijn Texaanse tongval opeens plaats gemaakt voor een onberispelijk oostkust-accent.

Tot hij zich weer onder de mensen begeeft, pratend, luisterend en geduldig poserend voor de ene na de andere foto, alsof hij er geen genoeg van kan krijgen. Pas als hij iedereen de hand heeft geschud, vertrekt hij naar de volgende halte op zijn weg naar het hart van de kiezer.

    • Juurd Eijsvoogel