Een volk van droogzwemmers

Jan Kuitenbrouwer: Heb ik iets verkeerds gezegd? Enige wenken voor (in)correct doen en denken. Prometheus, 164 blz. ƒ 19,90

Nederland is een woordenland, vindt Jan Kuitenbrouwer. Steeds weer trekt hij, in zijn nieuwe boek Heb ik iets verkeerds gezegd?, die conclusie: 'We zijn een volk van droogzwemmers. Van: Geen Daden Maar Woorden'. We denken onze problemen op te lossen door er een eufemisme voor te verzinnen, en zodra iemand anders iets al te duidelijk onder woorden brengt, staan er ingezonden-brievenschrijvers op die klaaglijk roepen dat zulks stigmatiserend werkt. Een woord als zwartwerken stigmatiseert de zwarten, en het is trouwens nog incorrect óók om iemand zwart te noemen.

Het is Kuitenbrouwer, de taal- en trendwatcher, wel toevertrouwd de laatste ontwikkelingen in de politiek-correcte prietpraat te signaleren en daarbij monkelende kanttekeningen te plaatsen. Hij verzamelt welsprekende voorbeelden, plakt ze aan elkaar, trekt er verhelderende conclusies uit over de mores van deze tijd en lardeert dat alles met dóórredenerende dialoogjes die soms te lang doorgaan, omdat het konijn vaak allang uit de hoge hoed is getoverd voordat de auteur aan zijn clou toe is.

Meer dan in zijn vorige boekjes raakt Kuitenbrouwer ditmaal ook aan de onderwerpen die achter het verhullende taalgebruik verborgen gaan. Meestal fladdert hij er weliswaar op montere toon overheen, maar af en toe kan hij er niet onderuit ook echt een mening ten beste te geven.

Over het Nederlandse milieubeleid, bijvoorbeeld, dat in één van de dialoogjes op ongewoon kwaaie wijze aan de kaak wordt gesteld. 'Een postbus 51-beleid', heet het. 'Schiphol mag gewoon uitbreiden en Margreet de Boer krijgt een extra miljoentje voor een campagne om het vliegverkeer te ontmoedigen. Zó werkt het Nederlandse milieubeleid. Ja, wat willen ze nou eigenlijk? Mag ik nou vliegen of niet? Ja? Goed, val me dan niet lastig met je vermaningen. Nee? Oké, dan niet, maar verbied het dan, maak het te duur, verzin iets, maar hou in godsnaam op met dat laffe gezever van: dûh dûh dûh, éigenlijk is het slecht...'

Zo'n hartekreet legt Kuitenbrouwer bij voorkeur in de mond van een fictief personage. Zelf blijft hij liever als een geamuseerd toeschouwer aan de kant staan. Volgens dat procédé schreef hij eerder kassuccessen als Turbotaal en Lijfstijl. Maar nu hij onvermijdelijk ook te spreken komt over zaken die er werkelijk toe doen, aarzelt hij om zijn eigen stem te verheffen.

    • Henk van Gelder