Doorspelen op de achterplecht; Gavin Bryars over zijn muziekstuk 'The Sinking of the Titanic'

Opmerkelijk welluidend klinkt de hedendaagse muziek van componist Gavin Bryars: “Ik zou mijn eigen oren ontrouw zijn, als ik atonale muziek zou schrijven.” Tijdens het Holland Festival wordt Bryars' stuk 'The Sinking of the Titanic' uitgevoerd.

Gavin Bryars in het Holland Festival: The sinking of the Titanic door het Gavin Bryars-ensemble op 22 juni in Paradiso, Amsterdam.

Op 24 juni in het Concertgebouw te Amsterdam: The North Shore en Farewell to Philosophy, alsmede werk van Arvo Pärt, Charles Ives en Toru Takemitsu, door het Radio Kamerorkest en Michaël Müller (cello). Inl. (020) 621 12 11.

Op de plaat: The Sinking of the Titanic, Point 446 061-2; Jesus Blood never failed me yet (met Tom Waits), Point 438 823- De heruitgave van de plaat uit 1975, met de vroege versies van The sinking of.. en Jesus blood.., verschijnt bij Virgin Classics.

Doctor Ox's Experiment gaat maandag a.s. in première in de English National Opera in Londen. Inl. 00441716247711.

Aan het begin van zijn compositie The Sinking of the Titanic geeft Gavin Bryars (55) het dramatisch hoogtepunt schijnbaar al weg. In bubbelgeluiden, teweeg gebracht door een electrische gitaar, hoor je de zeereus, die in 1912 tegen een ijsberg liep, kopje onder gaan. Maar niet het zinken zelf is Bryars onderwerp, maar wat er gebeurt met een strijkorkest onder water. Dat speelt door. In steeds wisselende orkestratie, en begeleid door ijzige geluidsdecors die deels op de band staan, vertolken strijkers een uur lang het thema van Autumn, het gezang dat het orkest op de achterplecht van de zinkende Titanic speelde, nadat zij in de dramatische uren daarvoor hun ragtime-repertoire hadden afgewerkt.

Na de eerste tien minuten krijgt de weemoedige herhaling een bedwelmende werking. Na een halfuur krijgt het stuk greep op je, en hoop je dat de muziek nooit meer ophoudt, want het einde van de muziek zal het definitieve einde van de Titanic zijn. Programma-muziek dus, met een dramatische, verhalende structuur - geen alledaags verschijnsel bij hedendaagse componisten.

Veel van Bryars' composities hebben een verhaal: The North Shore waarin, zoals vaak bij Bryars de lagere strijkers domineren, bedoelt bijvoorbeeld de koude van een noordse, ijzige atmosfeer op te roepen.

Een enkele maal wordt zelfs het verhaal in woorden verteld, zoals in A man in a room, gambling uit 1992. Het zijn tien stukken van precies gelijke lengte (5 minuten), waarin de Spaanse beeldhouwer Juan Muñoz, een vriend van Bryars, iedere keer een kaarttruc uitlegt, omlijst door muziek voor strijkers. De lengte hangt samen met de hypothese van Bryars, dat de stukken in de plaats zouden kunnen komen van de scheepvaartberichten op BBC-radio 4 en ook net zo zouden worden beluisterd: vooral door mensen die met de scheepvaart of het kaartspel niets van doen hebben, maar eenzaam 's nachts onderweg in een auto, op zoek naar een menselijke stem.

Een componist die zo van verhaaltjes houdt, lijkt de aangewezen man om een opera te maken, en daar is hij dan ook juist mee bezig: Doctor Ox's experiment bij de English National Opera (ENO) in Londen. Idee en muziek zijn van Gavin Bryars, tekst van Blake Morrison en de regie van Atom Egoyan, beter bekend als filmregisseur. Het geheel is gebaseerd op een verhaal van Jules Verne: in een Vlaams dorpje kan een geleerde de tijd stilzetten of juist versnellen. Het is Bryars tweede opera, na de Brian Wilson-productie Medea uit 1984.

Dat Gavin Bryars muziek graag schraagt met een verhaal of een idee, hangt, zegt hij, samen met het 'dramatische karakter van concertmuziek'. “Ik zie weinig verschil tussen een concert en een theatervoorstelling. Ter wille van een bevredigend geheel moet een uitvoerende aan timing doen, zoals een acteur op het toneel de delen van zijn zin faseert, terwille van het effect van het geheel. Veel goede concertmuziek heeft een verhaal, een idee of een beeld achter zich.”

'Bevredigend' is een woord dat Bryars vaker bezigt, bijvoorbeeld als we het hebben over Farewell to philosophy (1995), een oorspronkelijk voor de cellist Julian Lloyd Webber geschreven suite voor cello en orkest, waarvan de titel een samentrekking is van de namen van twee symfonieën van Haydn, aan wie ook thema's zijn ontleend. Het geheel is opmerkelijk welluidend.

“Ik schrijf muziek zoals ik naar muziek luister”, zegt Bryars. “Ik zou mijn eigen oren ontrouw zijn, als ik atonale muziek zou schrijven. Waarom zou ik dat doen? Het leven is te kort om te verkwisten. Je hebt componisten die niet zozeer naar hun eigen smaak schrijven, maar op grond van een soort 'historisch imperatief'. Moderne muziek, zegt men dan, hoort zus of zo te zijn, dient te passen in een historische ontwikkelingsgang, van Brahms via de jonge Schönberg en Webern naar vandaag.

“Ik geloof daar niet in. Ik spiegel mij aan John Cage, een van mijn leermeesters. Cage meende dat de muziek een enorm veld is, zonder grenzen en wetten, waarin enorm veel dingen tegelijkertijd aan de gang zijn - en zonder hiërarchie. Het essentiële onderscheid is niet dat tussen tonale of atonale muziek maar tussen muziek die getuigt van rijke verbeelding of van geestelijke armoede”.

En het is zeker geen schande, meent Bryars, om bij het componeren van muziek aan de toehoorder te denken. “Ik denk dat tonale, harmonieuze muziek het meest bevredigend effect geeft. Tonaliteit sluit aan bij de werking van het gehoor en voor de populariteit van die muziek is dus een of andere wetenschappelijke verklaring te vinden. Veel hedendaagse muziek staat heel ver af van de manier waarop mensen luisteren. Dat was vóór 1910 eigenlijk nimmer het geval. Componisten moeten aan hun toehoorders denken en niet op een eiland werken.”

Popmuziek

“Maar de toegankelijkheid is niet mijn eerste doel”, vervolgt de componist. “Anders schreef ik popmuziek: alles vertellen in drieëneenhalve minuut. En dat zou ook weer een beperking van de verbeelding opleveren. Popmuziek moet simpel en precies zijn. Dat verdraagt zich niet met rijke orkestratie en dergelijke”.

Hoewel geen popmuzikant is Bryars wel de componist van een echte hit: Jesus Blood never failed me yet, een stuk van een uur en een kwartier dat wel enige overeenkomst vertoont met The Sinking of the Titanic. Waar in laatstgenoemd stuk de strijkers met het thema van Autumn voor continuïteit zorgen, is in Jesus blood een voortdurend ronddraaiend bandje (een zogenoemde loop) te horen, waarop een oude, Londense zwerver een mystiek, religieus liedje over het bloed van Jezus zingt, dat hem altijd troost heeft verschaft.

Jesus Blood dateert oorspronkelijk uit 1969. Het geluidsfragment is afkomstig uit een televisie-documentaire over zwervers. De componist hoorde het, en was meteen verkocht: de oude man, die toen men hem probeerde op te sporen voor de première al overleden bleek te zijn, zong opvallend zuiver, en met veel soul.

“Ik moet hem, na al die keren dat ik het werk heb uitgevoerd, inmiddels honderdduizenden keren zijn lied hebben horen zingen”, zegt Bryars, “maar hij is me nooit gaan vervelen”. Het stuk dat hij rond de loop bouwde heeft sinds 1969 talrijke bewerkingen, uitbreidingen en versies ondergaan. Definitieve, wereldwijde cult-status daagde na de plaatopname van 1993, waarin popzanger Tom Waits de zang van de oude man aan het eind geleidelijk overneemt.

Is het niet vervelend voor een componist, wanneer je zó met één stuk wordt vereenzelvigd? Bryars: “Waarom? Wel beding ik, als mijn eigen ensemble gevraagd wordt ergens Jesus blood te komen spelen, dat er in de tweede helft van de avond, of de volgende avond, nog andere stukken van mij gespeeld worden”.

Ook The Sinking of the Titanic heeft sinds de eerste opvoering in 1972 vele versies gekend, zoals later deze maand valt na te gaan als een eerste plaatopname uit 1975 opnieuw zal worden uitgebracht. “Daarna heb ik The sinking of the Titanic zo'n vijftien jaar niet meer gespeeld”. Maar hij bleef wel aan denken aan deze compositie en nam zich voor iets te doen met het gegeven dat er aan boord van de Titanic een Ierse doedelzakspeler aanwezig was geweest. De grote impuls, aan The Sinking of the Titanic verder te werken kwam een paar jaar geleden, toen er naar het wrak van de Titanic werd gedoken, en er spectaculaire foto's het licht zagen: een ornament uit het restaurant in de vorm van een engeltje en serviesgoed, keurig in een afdruiprek op de bodem van de zee.

De onwezenlijke onderwater-sound die het stuk nu kenmerkt is geïnspireerd door die foto's. De leidende gedachte van het stuk werd, dat het orkestje op de achterplecht eigenlijk nog altijd doorspeelt.

Afgezien van de verschillende versies van de compositie is ook geen uitvoering dezelfde. “De structuur van het stuk staat vast, maar binnen een bepaalde tijdsspanne geven groepen instrumenten, de strijkers of de percussie, een eigen invulling”. Voorts bestaat de mogelijkheid dat tijdens de uitvoering de geluidstechnicus gebruik maakt van opnamen van eerdere uitvoeringen, bijvoorbeeld die in een watertoren in het Franse Bourges in 1990. Of opnamen van het jongenskoortje, dat door Bryars voor het eerst werd ingezet voor de laatste plaatopname.

Het concert in Paradiso wordt, zoals hij zelf zegt, Bryars eerste Nederlandse optreden sinds hij 'officieel als componist te boek staat'. “Ik herinner me nog vaag een concert te hebben gegeven in het Stedelijk Museum in 1980. Zouden die veertig toehoorders zich dat nog weten te herinneren?”.

Componist is hij geleidelijk geworden. “Ik ben op de universiteit begonnen als jazzbassist, en werd aan het einde van de jaren zestig een performer die zijn eigen muziek schreef. En nu geeft het huis Schott, waar ook Mozart en Beethoven verschenen, mijn muziek uit - ik word al zenuwachtig als ik daaraan denk”.

Dat hij niet in eerste instantie uit musicologische belangstelling componist is geworden, verklaart vermoedelijk de onbekommerde wijze waarop de componist Bryars leentjebuur speelt bij de geschiedenis, de beeldende kunst, de fotografie enzovoorts. “Ik ben geïnteresseerd in van alles en ik werk graag samen, ook buiten de muziekwereld. Mijn gedachten worden, behalve door muziek, nog door tal van andere dingen beïnvloed, en die invloeden vind je terug in mijn muziek. Muziek is nog veel meer dan geluid en moet dus een zekere betekenis hebben: emotioneel, als metafoor. Muziek kan zelfs wel af en toe literatuur zijn, denkt u niet?”

    • Raymond van den Boogaard