De geheime hersentransplantatie

'Vanaf het begin heeft mij dit verbijsterd: hij heeft die pagina's ook nog moeten vertalen. Juist bij het vertalen ben je het intensiefst en het meest bewust met de tekst van een ander bezig. Het is voor mij onbegrijpelijk dat iemand dat rustig kan doen, het is nog onbegrijpelijker dat iemand daarna nog rustig leeft: hij weet wat hij heeft gedaan. Als het stil is hoor je in je boekenkast een van je eigen boeken tikken.' Dit schrijft Kees Fens over René Diekstra, naar aanleiding van diens boek O Nederland, vernederland.

Een prachtige zin: Als het stil is hoor je een van je eigen boeken tikken. Waar komt het getik vandaan? Is het je eigen kwade geweten dat zich uit het papier wil losmaken, de bestolene die eruit wil om zijn recht te eisen, de zwarte kat uit het verhaal van Edgar Allen Poe die je als moordenaar in je haast per ongeluk samen met het lijk achter de muur hebt gemetseld, en die nu voor zijn leven krijst? Het is een zin die je zou kunnen gebruiken als basis voor een nachtmerriefilm. Grandville heeft in een gravure de nachtmerrie van een veelvraat verbeeld: uit het voeteneind van zijn bed komen de kreeften, slakken en zwijnen over de dekens naar zijn hoofd gekropen; onder de dekens zit ook nog het een en ander. Zoiets overkomt dan de plagiator 's nachts in de stilte van zijn studeerkamer.

Fens heeft gelijk. Bij het citeren ben je al intensief met de tekst van iemand anders bezig. Overschrijven is een van de beste manieren om iemand snel beter te leren kennen. Je schrijft geliefde zinnen over en je stelt je de schrijver voor terwijl hij ze maakte. Je kopieert zinnen die je voor je eigen betoog nodig hebt, en je denkt: dit zou ik een ietsje anders hebben geschreven, of: hoe heeft hij dat in godsnaam uit zijn machine gekregen. Bij het geven van uitvoerige citaten krijg je al het gevoel dat je aan een hersentransplantatie bezig bent, waarbij het afstotingsmechanisme in werking treedt, zoals bij een verkeerde harttransplantatie. Je vingers hebben geen zin meer in het schrijfgerei. Plagiaat is, in het vervolg hierop, een geheime hersentransplantatie, het tijdelijk inleveren van de eigen hersenen in ruil voor die van een ander, zonder afstotingsmechanisme. Nee, het tegengestelde.

Wat de heer Diekstra heeft gedaan en wat hem daarna is overkomen, heeft me nooit geïnteresseerd. Een van zijn boeken heet Als het leven pijn doet. Het kan onbillijk zijn, maar naar de titel te oordelen lijkt het me een poging tot kapitalisering van andermans gejammer. Het best beschreven door Beckett in Molloy waar hij een heilsoldaat opvoert die zich verzadigt aan de 'nood' van degenen met wie hij zich beroepsmatig bezighoudt. De één z'n nood is de ander z'n brood, en hoe! Wat het dan ook verder mag zijn, dit is in ieder geval eigentijds. Niets buitengewoons.

Het geval D. is bijzonder om twee andere redenen. Hij schrijft over, zoals hij het noemt, en hij doet dit uitzonderlijk vaak en veel. Hij wordt ontmaskerd. Dat weten we allemaal. Hij was al bekend door zijn boeken. De publiciteit had al een Bekende Nederlander van hem gemaakt, een positieve. En nu maakt de publiciteit maakt zich opnieuw van hem meester, juist nu, omdat hij al een Bekende Nederlander is. Binnen een week is hij van positieve B.N. in negatieve B.N. veranderd. Dat begrijpt hij niet. Toch overkomt hem niets anders dan wat een staatssecretaris met bijbaantjes, een speechwriter met nazisympathieën, een beursman die met voorkennis handelt, een dronken zanger is overkomen. De publiciteit is net als de zee: ze geeft en neemt, bouwt op, breekt af. De publiciteit is amoreel. Het is haar onverschillig of ze van roem of schande kond doet. Ze doet. Als iemand er baat bij vindt schrijft hij dat aan zijn eigen verdiensten toe, maar als hij schipbreuk lijdt, is dat de schuld van de zee.

Uit de titel van zijn nieuwe boek blijkt dat de heer Diekstra in ieder geval van de publiciteit niets heeft begrepen. Hij denkt dat hij expres wordt vernederd en hij roept O! Daarmee brengt hij zich in een nog slechtere positie. Want wat de publiciteit ook kan worden aangewreven, nooit dat ze de schuld van het nieuws heeft. Met zijn O! maakt de heer Diekstra zichzelf opnieuw tot nieuws, en weer op een manier die zijn zaak afbreuk doet. Hij is niet de enige trouwens die het zo aanpakt. Bekende Nederlander blijft zo iemand, maar met het steeds averechtser gevolg. Hij is opnieuw uitzonderlijk door zijn ijver, zijn volharding. Op zo'n manier kun je het in zekere zin ook ver brengen. Door de kwantiteit word je, als de voorbeeldige Sovjet-arbeider Stachanov, tot verschijnsel: de Stachanov van het overschrijven.

    • H.J.A. Hofland