D66 nonchalant over kritiek wetenschappelijk bureau

Geen crisis in D66, ondanks een harde analyse door het wetenschappelijk bureau van de partij. Aardige mensen, wellicht té aardig, vindt het bureau van de partij.

DEN HAAG, 12 JUNI. D66 is een a-typische partij. De partij verloor bij de Tweede-Kamerverkiezingen van mei fors - en niemand kreeg de schuld. Hans van Mierlo, de oude leider, werd niet beschimpt. Els Borst, de nieuwe leider, werd niet in gebreke gesteld.

Zonder crisisberaad en zonder dat iemand van de leiding van de partij consequenties trok uit de verkiezingsuitslag liet de partij zich betrekken bij de lopende kabinetsformatie. Inmiddels is Borst al weer vijf weken informateur, functioneert Thom de Graaf, de toekomstige leider, evenlang als onderhandelaar en wacht demissionair minister van Mierlo op een nieuwe ministerspost. En de partij likt opgewekt zijn wonden.

“D66 is een partij van aardige mensen”, schrijven de voorzitter en directeur van het wetenschappelijk bureau in een analyse over de positie van D66. Zij leveren harde kritiek op de staat van de partij - te weinig inhoud, slechte organisatie, gebrekkige strategie. Maar ook zij opereren volgens dat typische kenmerk van de D66-cultuur: gewoon aardig zijn voor elkaar. Niemand wordt in persoon in gebreke gesteld, iedereen is verantwoordelijk, betogen ze.

De inhoud schiet te kort, de partij functioneert niet en de strategie is onder de maat. Scherper kan een partij niet tegen het licht worden gehouden. Maar ook deze ongevraagde analyse uit eigen gelederen leidt binnen de partij niet tot nervositeit. 'Dank u wel voor uw advies, wij wachten nog op die van anderen', zegt de partijvoorzitter. 'Dank u wel voor uw advies, prettig dat niemand schuld of boete hoeft te belijden', zegt de fractieleider.

Misschien zijn bij de Democraten de analyses altijd scherper omdat consequenties minder snel worden getrokken dan in andere partijen. De afgelopen periode was er het project 'Om de verandering'. Ook daarin werd geconcludeerd dat D66 zich te veel fixeert op de zogenoemde kroonjuwelen, de voorstellen voor staatkundige vernieuwing zoals de gekozen burgemeester, het districtenstelsel en de gekozen premier, waarnaar de partij inmiddels al meer dan dertig jaar streeft. Van Mierlo was toen ongelukkig en boos over die analyse. Daarna is er niets meer over vernomen.

Hoe moet D66 zich volgens de critici van het wetenschappelijk bureau nu gaan vernieuwen? In de organisatie moeten ergens tussen leiding en achterban regionale podia komen, de partij moet zijn eigen kritiek organiseren en zijn strategie veranderen, van defensief naar offensief. Bovendien moet D66 zichzelf beter verkopen. Ze moet opinieleiders aan zich binden en de pers beter bewerken.

Zoals vaker met adviezen is de analyse sterk en de oplossing nog redelijk vaag. Eén kernachtig gegeven blijft daarbij bovendien praktisch onbesproken, die van de omvang. D66 is een kleine partij, altijd geweest. En een kleine partij heeft bij gevolg een klein kader. Tegen die weinige leden wordt nu gezegd: 'Lieve mensen, we bakken er niets van, maar willen jullie alsjeblieft razend actief worden'.

Het behoort tot de charmes van D66 dat critici applaus krijgen voor verstrekkende analyses, maar tegelijk niemand in de partij er gevaarlijke dingen mee gaat doen.