Boef en bedrijf; Nominaties voor de Gouden Strop

Ed Sanders: De frontrunners. Meulenhoff-M, 381 blz. ƒ 34,90 Charles den Tex: Code 39. Bert Bakker, 303 blz. ƒ 34,90

Van de vijf genomineerde boeken voor de Gouden Strop is De frontrunners, het debuut van Ed Sanders, de meest voor de hand liggende kanshebber. Anders dan Het spel van Onno te Rijdt en Slangen aaien van Mirjam Boelsums past deze financiële thriller binnen het genre waarvoor de prijs is bedoeld. Van de overige drie is De frontrunners bovendien zowel qua inhoud als omvang de meest ambitieuze roman.

Ed Sanders (pseudoniem van de fiscaal-jurist Ewoud Lietaert Peerbolte) geeft in zijn vuistdikke thriller een minutieuze gefictionaliseerde reconstructie van de financiële, politieke en juridische schandalen die zich de afgelopen tijd in ons land hebben afgespeeld. Zonder dat de IRT-affaire wordt genoemd, passeren alle in het parlement als onwettig veroordeelde opsporingsmethodes de revue - de roman doet zelf dienst als een soort inkijk-operatie.

Een Amsterdamse politiecommissaris runt, gedekt door een hoofdofficier van justitie, een aantal drugslijnen. De hoofdofficier denkt voornamelijk aan zijn carrière (hij wil procureur-generaal worden) en vertilt zich aan een zaak waar grote financiële belangen mee zijn gemoeid. Natuurlijk zijn deze personages aan Sanders' fantasie ontsproten, maar geen krantenlezer zal de parallel met het werkelijke leven ontgaan als de hoge justitie-ambtenaar een besmet verleden blijkt te hebben: hij heeft oorlogsmisdaden gepleegd op Nieuw-Guinea. Om door middel van deze onthulling van de hoofdofficier af te komen, moet de secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie eerst even de directeuren van het RIOD en het Rijksarchief omkopen. Dat zijn nog de onschuldigste akkefietjes in een verhaal waarin een effectenhandelaar en de directeur van een groot uitgevershuis niet terugdeinzen voor moord om hun lucratieve code-rekeningen te beschermen.

De frontrunners is geen sleutelroman: daarvoor komen er wat teveel combinaties van personen en gebeurtenissen in voor. Wel heeft Sanders zijn aanzienlijke (juridische) kennis benut om een realistisch beeld te schetsen van de kleine wereld van het grote geld. Om die reden - en niet om een gelijkenis te suggereren - huisvest hij het succesvolle uitgeversconcern dat in zijn boek een hoofdrol speelt in het voormalige GVB-gebouw aan de Amsterdamse Stadhouderskade. In werkelijkheid zetelt daar het hoofdkantoor van uitgeverij Wolters Kluwer. Het effectenhuis van de fictieve Hank Larsson bevindt zich, net als het kantoor van de van beursfraude verdachte Han V. aan een van de Amsterdamse grachten, niet ver van de beurs en dicht bij de sjieke seksclub aan het Singel waar hij zijn avonden slijt.

De frauduleuze praktijken van de effectenhandelaar en het financiële schandaal dat de koersen van het uitgeversconcern dramatisch doet dalen, staan niet los van elkaar, evenmin als de illegale opsporingsmethoden van het corrupte Amsterdamse parket en het gedrag van zich in hoog tempo verrijkende topadvocaten. Het merendeel van de schandalen die door politie, justitie en advocatuur aan het licht worden gebracht berusten op tips, toeval en speurwerk, maar de oplossing ervan wordt bemoeilijkt doordat binnen het Openbaar Ministerie als gevolg van onderlinge strijd lustig wordt gelekt, bedrogen en gesaboteerd.

Van het begin af aan weet de lezer dat er aan de ingenieuze plot een masterplan ten grondslag moet liggen van twee jonge geliefden. De man werkt bij het uitgeversconcern en de vrouw verwerft zich als fiscaal strafrechtjuriste een positie bij een vooraanstaand advocatenkantoor. De manier waarop dit paar iedere stap in het gevecht om vele miljoenen guldens van te voren ensceneert is het enige wat zuiver fictief is en daarmee meteen het minst geloofwaardig.

De John Grisham-achtige vindingrijkheid waarmee de twee briljante yuppen de financiële en juridische wereld naar hun hand zetten, heeft iets te veel weg van een jongensdroom van een rechtenstudent die dorre arresten verteerbaar maakt door er wilde fantasieën op los te laten. Maar wat De frontrunners spannend maakt, is dat de samenhang tussen de justitiële, politieke en financiële schandalen allerminst onwaarschijnlijk is. Niet dat de wereld die uit krantenberichten over de IRT-enquête en de beursschandalen tot ons is gekomen er precies zo uitziet als Sanders haar schetst, maar ze zou er zo kunnen uitzien.

Sanders slaagt erin de milieus waarin het verhaal zich afspeelt trefzeker te beschrijven, tot en met het taalgebruik van de betrokkenen, de inrichting van hun huizen en kantoren, de kleren die ze dragen en de wijn die ze drinken. Afgezien van de interessante juridische en financiële informatie (deze thriller is erg leerzaam) zijn het vooral de aardige zedenschetsen die dit ietwat overladen boek kleur en sfeer geven.

Aan kleur en sfeer ontbreekt het ook niet in Code 39, de derde bedrijfsthriller van Charles den Tex en evenals zijn vorige boeken genomineerd voor de Gouden Strop.

Het verhaal speelt zich grotendeels af in Dubai, waar Jan Steggert, eerste verkoper van een Nederlands bedrijf in elektronica-onderdelen orde op zaken moet stellen, nadat een collega spoorloos verdwenen is. Den Tex is een geroutineerd auteur, die in pakkende beelden de zinderende hitte en de fascinerende smeltkroes van culturen in Dubai kan oproepen. Maar echt spannend wordt Code 39 niet, ondanks de gecompliceerde en knap bedachte plot. Een Arabische oliesjeik misbruikt een Nederlands bedrijf en speelt grove machtsspelletjes: ik geloof het allemaal wel, maar het raakt me niet.

De hoofdpersoon is een nogal botte kaaskop die met een beetje geluk, boerenverstand en hulp van anderen in staat is te ontrafelen hoe het bedrijf waarvoor hij werkt wordt opgelicht. Deze Steggert wordt neergezet als een oninteressante persoonlijkheid, waarmee de schrijver zich ontslaat van de plicht het karakter van de man reliëf te geven. Maar een beetje geloofwaardigheid heeft ieder personage nodig en daaraan schort het enigszins in Code 39.