Beurs stelt promovendi niet langer tevreden

Beurspromovendi van de Universiteit van Amsterdam (UvA) protesteerden deze week tegen hun slechte rechtspositie. Hun collega's in Leiden hebben inmiddels hun werknemersstatus terug. De AbvaKabo steunt de Amsterdammers.

AMSTERDAM, 12 JUNI. “Geen inkomen, geen wachtgeld en na vier jaar gewoon de bijstand in.” De posters van protesterende promovendi lijken als twee druppels water op de publiciteitscampagne van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Maar de teksten zijn allerminst wervend: “UvA. Het slechtste promotiestelsel van Nederland.”

Het bestuur van de universiteit is not amused. Conciërges haalden de dissidente posters onmiddellijk van de muur. Collegevoorzitter J.K.M. Gevers liet weten dat de UvA naar de rechter zou stappen als de actie niet onmiddelijk zou worden gestaakt. Tijdens een gesprek woensdagmiddag tussen het college en de protesterende promovendi zinspeelde Gevers zelfs op “persoonlijke consequenties” voor Egbert Fortuin en Elsbeth Brouwer, de initiatiefnemers van het protest. Maar de protesterende promovendi zijn geenszins van plan hun activiteiten te staken. Gisteren overhandigden zij de alternatieve publiciteitscampagne in het Maagdenhuis aan een vertegenwoordiger van het College van Bestuur. Fortuin en Brouwer maakten duidelijk dat de posteractie nu is afgesloten, maar dat andere acties tegen het in hun ogen “ongelijke” promotiestelsel van de universiteit doorgaan. Fortuin: “De dreigementen van Gevers tonen aan dat de universiteit alleen aan het eigen imago denkt. Het college wil met ons over alles praten, behalve over ons eisenpakket.”

Sinds 1994 experimenteren zes Nederlandse universiteiten met een nieuw promotiesysteem. Onderzoekers zijn niet langer als assistent in opleiding (aio) werknemer van de universiteit, maar krijgen in navolging van de praktijk in het buitenland een beurs om hun promotieonderzoek te doen. De universiteitsbesturen vinden het aio-stelsel te duur. Vooral de twee jaar wachtgeld waarop een aio aanspraak kan maken nadat zijn aanstelling is afgelopen, leidt volgens de bestuurders tot verspilling. Weinig aio's slagen erin om binnen een termijn van vier jaar hun proefschrift af te ronden. De gemiddelde aio promoveert terwijl hij wachtgeld ontvangt.

Over de hoogte van de beurs zijn geen afspraken gemaakt. Universiteiten kunnen zelf bepalen hoeveel beurspromovendi ze aanstellen en tegen welk tarief. De laagste beurs die door de Unversiteit van Amsterdam wordt uitbetaald bedraagt 2.350 gulden. Hiervan moet een beurspromovendus zelf belasting en premies voor ziekte- en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen betalen, omdat een arbeidsverhouding ontbreekt. Hierna houdt hij een besteedbaar inkomen over van 1.277 gulden, een bedrag dat nauwelijks boven het absolute bestaansminimum uitkomt.

Dat is een weinig aanlokkelijk perspectief als je al een studieschuld hebt opgebouwd, zegt kunsthistoricus Bert van de Roemer (32). Hij doet als beurspromovendus onderzoek bij de letterenfaculteit aan de UvA. “Na mijn afstuderen was ik dolblij dat ik verder kon in de wetenschap. Maar nu ben ik er achter gekomen dat de prijs die ik hiervoor betaal wel erg hoog is.” Van de Roemer heeft inmiddels een baantje gevonden voor één dag in de week. Daardoor zit hij toch in het ziekenfonds, is hij ingeschreven bij het GAK en de DETAM en krijgt hij zelfs een beetje vakantiegeld. “Allemaal dingen waar je als bursaal geen recht op hebt.”

Het college van de UvA heeft inmiddels beloofd dat het minimumbedrag zal worden verhoogd tot 2.750 gulden. Maar de Amsterdamse bursalen nemen daar geen genoegen mee. Ze eisen dat dit bedrag voor wordt opgetrokken tot 3.000 gulden, zodat er voor het levensonderhoud een bedrag van 1.684 gulden overblijft. Bovendien willen zij dat de “rechteloze” positie van de bursaal wordt opgeheven en dat beurspromovendi voortaan, net als aio's, worden beschouwd als werknemers van de universiteit.

De Amsterdamse onderzoekers staan niet alleen in hun protest. In Leiden bepaalde het GAK dat er wel degelijk sprake was van een arbeidsverhouding tussen bursalen en de universiteit. Het Leidse college besloot hierna om alle beurspromovendi een aio-status te geven.

De vakbond van overheidspersoneel AbvaKabo overweegt namens de beurspromovendi een collectieve procedure aan te spannen tegen de universiteiten. AbvaKabo bestuurder A.C. Ros: “Het bursalenstelsel is ons al jaren een doorn in het oog. Beurspromovendi verrichten onderzoek voor de universiteit. Ze hebben dus recht op een normale arbeidsverhouding.” De AbvaKabo wil verder dat individuele beurspromovendi zelf naar de rechter stappen. De bond zal hen hierbij steun verlenen. Meerdere zaken zijn momenteel in voorbereiding, aldus Ros. “Bij de introductie van het bursalenstelsel in 1994 was het moeilijk om promovendi zo ver te krijgen. Mensen waren blij met hun aanstelling. Nu beginnen ze steeds meer de nadelen van hun positie als bursaal te ondervinden.”

    • Steven Derix