Balronde wetenschap

Frank van Kolfschooten: De bal is niet rond. Verrassende feiten over voetbal. L.J. Veen, 142 blz. ƒ 19,90

Frank van Kolfschooten, hoofdredacteur van Ad Valvas, het weekblad van de Vrije Universiteit, heeft met De bal is niet rond een boek geschreven dat opvalt tussen de vele voetbalboeken die rond het wereldkampioenschap verschijnen. Want de auteur laat zien dat de, ooit ver uiteen liggende, werelden voetbal en wetenschap elkaar dicht genaderd zijn. Dat levert het inzicht op dat de bal minder rond is dan gedacht. Niet alleen letterlijk - zoals de Nederlandse broers Schaper - vliegtuigbouwkundige en grafisch ontwerper - bij toeval ontdekten - maar ook in de figuurlijke betekenis van het toeval. Dat toeval wordt flink gerelativeerd. Het voetbal kent veel wetten en regelmatigheden, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek.

Door de jaren heen hebben nijvere turvers opmerkelijk veel bijgehouden. Een greep: het aantal passes voor een doelpunt en voor balverlies, de zuivere speeltijd per WK, de gevaarlijkste spelhervattingen, het aantal doelpunten per kwartier, of het aantal (veelal wandelend) afgelegde kilometers per speler. De Duitse wetenschapper R. Loy ging zelfs zo ver dat hij maar liefst 10.565 een-tegen-een-situaties analyseerde. De Werkgroep Voetbal en Statistiek berekende wie over de afgelopen dertig jaar de beste bondscoach was: Dick Advocaat. Van Kolfschooten heeft het allemaal gelezen, en heeft de resultaten en conclusies in dik dertig zeer boeiende hoofdstukjes samengevat.

Het Nederlands Elftal heeft blijkens dit boek baat bij een aantal dingen. Houd dezelfde trainer, want voor het bestaan van het Korbach-effect is geen statistische steun gevonden. Fritz Korbach was de trainer die ooit - aangesteld nadat zijn voorganger was ontslagen - zeventien wedstrijden achtereen ongeslagen bleef en zo Volendam behoedde voor degradatie. Een uitzondering. Bondscoach Hiddink moet dus blijven, ook al heeft Nederland - alweer volgens de statistieken - met hem weinig kans op de wereldtitel.

Vriendschapsbanden ('de Kabel'!) zijn belangrijk. Bestudering van videobanden leerde dat solisten nauwelijks in het spel worden betrokken. Daardoor presteert een team met veel eenlingen duidelijk minder. Dat het WK in Frankrijk wordt gespeeld, is gunstig voor Nederland, want slechts één keer (Brazilië in Zweden, 1958) won een land het WK op een ander continent. Doelman Van der Sar doet er goed aan bij strafschoppen op de positie van het standbeen van de schutter te letten: voor 85 procent is dan juist te voorspellen in welke hoek de bal komt. Hard spel is niet lonend. Bij het WK 1990 drongen de drie sportiefste ploegen door tot de halve finales. Maar het meeste voordeel zou Nederland waarschijnlijk hebben van een speler - Bergkamp misschien? - met een toegevoegde waarde voor het team. Zoals Johan Cruijff die had. Dat Cruijff die unieke waarde bezat, wisten we natuurlijk al. Maar het is nu ook statistisch onderzocht en bewezen: het Cruijff-effect bestaat. Hij laat een ploeg beter presteren. Met hem won Oranje 65 procent van zijn interlands, zonder hem slecht 37 procent. Met Cruijff werd er bovendien veel meer gescoord: de trefzekerheid nam met 28 procent toe! Er is geen speler met een zo hoog en duidelijk rendement.

De wetenschap speelt een steeds grotere rol in het voetbal. De zwijgzame coach van Dinamo Kiev, Valeri Lobanovski, boekt al jaren successen gebaseerd op de 'wetenschap van het voetbalspel'. Zo maakt hij gebruik van inzichten uit de inspanningsfysiologie en zo vindt zelfs de selectie van spelers met behulp van de computer plaats. Een ander goed voorbeeld van computer- en videoanalyses is de werkwijze van de Noorse coach Egil Olsen. Die leidt bijvoorbeeld tot aanmerkelijk meer kansen uit spelhervattingen. De fysiek sterke Noren plaatsten zich ongeslagen voor het WK en blijken moeilijk te verslaan.

Bij alle wetmatigheden zal het bijgeloof toch altijd blijven bestaan. Dat is in het voetbal wijdverbreid. Veertig procent van de rituelen speelt zich in de kleedkamer af, en hoe vreemd de handelingen van de ploeggenoten ook mogen zijn, ze worden in het algemeen gerespecteerd. Ermee spotten zou het noodlot tarten zijn. De Engelse international Martin Peters durfde dat wel aan. Zijn ploeggenoot, de wereldberoemde gentleman-voetballer Bobby Moore, wilde altijd als laatste zijn voetbalbroek aantrekken. Maar net als Moore zijn kleding op orde had, trok Peters zijn broek weer uit, waardoor Moore zijn ritueel opnieuw moest beginnen.

    • Tim Duyff