Westen en ontwikkelingslanden ruziën over CO

Onderhandelingen over de aanpak van het broeikaseffect dreigen opnieuw vast te lopen. Op de klimaatconferentie in Bonn is weinig overgebleven van de 'doorbraak' die in december op de top in Kyoto was bereikt.

BONN, 11 JUNI. Bijna waren ze op de vuist gegaan. Zo kwaad waren de ontwikkelingslanden toen zij ontdekten dat een van de leden van de 'G77 en China', het blok waarin de ontwikkelingslanden opereren in de onderhandelingen over de aanpak van het broeikaseffect, uit de rijen dreigde te stappen. De schuldige was Argentinië, gastheer van de eerstvolgende klimaattop, in november in Buenos Aires. Tegen alle afspraken in dat ontwikkelingslanden voorlopig gevrijwaard zullen blijven van de noodzaak de uitstoot van broeikasgassen terug te brengen, om 'ruimte' te hebben voor het oplossen van het armoedeprobleem, liet Argentinie plotseling blijken “vrijwillig” een 'reductiepercentage' voor zijn rekening te willen nemen.

Argentinië maakte zijn voornemen terloops bekend, in een van de commissievergaderingen bij de VN-conferentie die de afgelopen twee weken in Bonn is gehouden ter voorbereiding van de top in Buenos Aires. In Bonn is geprobeerd oplossingen te vinden voor de kwesties die vorig jaar december bij de klimaattop in Kyoto open bleven. 'Kyoto' was een doorbraak in de onderhandelingen over de aanpak van het broeikaseffect, omdat de geïndustrialiseerde landen het eens konden worden tussen 2008 en 2012 zes belangrijke broeikasgassen met gemiddeld 5,2 procent terug te brengen ten opzichte van het niveau in 1990. De VS werden voor zeven procent aangeslagen, de Europese Unie voor acht procent. Een aantal geïndustrialiseerde landen, zoals Australië, mocht de uitstoot van met name kooldioxide (CO) laten stijgen.

In Kyoto kon men het niet eens worden over de betrokkenheid van ontwikkelingslanden. De VS vinden dat de aanpak van het broeikaseffect niet alleen een aangelegenheid is voor geïndustrialiseerde landen, zoals de ontwikkelingslanden graag zien. Volgens de VS zijn China, India en Mexico nauwelijks nog als ontwikkelingslanden te beschouwen, gezien hun enorme economische groeicijfers en sterke industrialisering. De uitstoot van broeikasgassen in deze landen stijgt navenant. De VS eisen van deze landen een 'betekenisvolle deelname' aan de vermindering van het broeikaseffect, mede om te voorkomen dat concurrentieverhoudingen scheef worden getrokken.

De ontwikkelingslanden blijven stoïcijns vasthouden aan de vrijwaring van maatregelen, zoals in 1992 is afgesproken op de grote milieutop in Rio de Janeiro. Ze zijn niet geïmponeerd door de dreiging van de Amerikaanse president Clinton het in Kyoto overeengekomen protocol niet ter ratificatie voor te leggen aan de Senaat, als India, Mexico en China weigerachtig blijven. De VS willen ten minste een vrijwillige inspanning. Als de VS het Kyoto Protocol niet ratificeren, is het verder weinig waard.

Ook in Bonn bleven de ontwikkelingslanden zich met kracht afzetten tegen pogingen van de VS en - in mindere mate - de EU om ze tot concessies te bewegen. Ze herhaalden dat het verdrag spreekt van “gezamenlijke doch gedifferentieerde doelen” en hekelden tot grote ergernis van de geïndustrialiseerde landen “de zeer lage” reductiedoelstellingen die overeengekomen waren in Kyoto, waarover zij zich “zeer teleurgesteld” toonden. Argentinië, dat zich zou hebben laten “verleiden” door de VS om de gewraakte uitspraak te doen, moest zijn aankondiging intrekken. In diverse commissievergaderingen zeurden delegaties van vooral de olieproducerende landen, die toch al tegen elke afspraak zijn en een harde kern vormen van het verzet in de G77, tergend lang door over zinnen in verdragsteksten die juist de positie van de ontwikkelingslanden betroffen.

“Als het alleen maar verder gaat op deze toon”, zei een Amerikaans delegatielid in Bonn, “dan hoeft het voor ons niet meer. Wel atoombommen maar geen klimaatverplichtingen? Dat is niet acceptabel.”

De VS en de EU legden in Bonn twee plannen op tafel voor de invulling van de omstreden handel in emissierechten (emission trading), een instrument om aan de reductieverplichtingen te voldoen dat in Kyoto na langdurige discussies werd toegelaten.

Met name de VS hadden daarop aangedrongen. In Buenos Aires moet in grote lijnen vast komen te staan hoe het instrument er uit komt te zien. Bij 'emission trading' mag een land bij een ander land emissies opkopen die niet zijn gebruikt of simpelweg 'over' zijn. Dat kan het geval zijn wanneer een land de uitstoot van broeikasgassen verder heeft teruggebracht dan waartoe het verplicht is.

De VS willen bij emissiehandel een tamelijk gesloten handelssysteem zonder beperkingen aan de hoeveelheid die opgekocht mag worden. Landen houden nationaal bij wat aangeboden wordt, prijzen worden niet genoemd. De EU, die altijd argwanend tegenover de handel in emissierechten heeft gestaan en de nadruk wil leggen op 'binnenlandse maatregelen' om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, wil een plafond aan emissiehandel. Een land mag nooit meer opkopen dan wat het zelf met 'binnenlandse maatregelen' heeft bereikt. Verder wil de EU de handel zo transparant mogelijk hebben. Aanbiedingen moeten open worden gedaan, iedereen moet de kans krijgen te bieden.

De EU is zeer bevreesd voor handel in 'hot air': emissies die in werkelijkheid geen emissies zijn, zoals in het geval van Rusland, waarvan de CO-uitstoot ver onder het niveau van 1990 ligt wegens sterk verminderde economische activiteit. Geen enkel land mag volgens de EU in staat worden gesteld een dergelijk surplus op te kopen om zonder meer aan zijn verplichtingen te voldoen.

Veel waarnemers en delegaties vinden dit punt zo belangrijk, dat zij zich afvragen of het wel een goed idee is hierover in november al vergaande afspraken te maken. “We hebben liever over twee jaar een duidelijk en degelijk systeem, dan nu een rammelkast”, zegt een waarnemer van het World Wildlife Fund. “Maar als je aan andere kant ziet welke kloven er nog gapen, vraag ik me af waarvoor die top in Buenos Aires in hemelsnaam nodig is.”