Warm Jets maakten cd met oud-producer van Stones en The Who; 'Het mag er best vrolijk uitzien'

De Engelse gitaarpopgroep Warm Jets vindt dat er zelfs in de hitparade ruimte moet zijn voor abstractie en experimenteerlust. “Goddank is het tijdperk van de Britpop voorbij en groeit de aandacht voor groepen links van het midden.”

Warm Jets: Future Signs (Island 524 354-2). Concert 11 juni Melkweg, Amsterdam.

AMSTERDAM, 11 JUNI. De cassetterecorder loopt nog geen tien seconden of gitarist Paul Noble barst los in gezang: 'Baby's on fire, better throw her in the water!' Op tafel ligt een exemplaar van Here Come The Warm Jets, het solodebuut uit 1973 van de op dat moment nog maar net uit Roxy Music gestapte Brian Eno. Precies een kwart eeuw later verschijnt de debuut-cd Future Signs van de Engelse groep Warm Jets. “De naam is inderdaad geleend van Eno”, zegt Noble, “maar dat wil niet zeggen dat we zijn plaat als blauwdruk voor onze muziek hebben gebruikt. Baby's On Fire was een prachtig nummer, zoals wij op onze eigen manier proberen om de perfecte popsong te bedenken. Maar wij worden niet gedreven door nostalgie naar muziek die bij een andere tijd hoort.”

Tijdens de laatste editie van het Londen Calling-festival was het optreden van de Warm Jets in het bovenzaaltje van Paradiso een vrolijk stemmende openbaring. Future Signs is een verademing te midden van het eenvormige aanbod aan Britpop en andere retrospectieve sixties-klanken die de laatste jaren bezit hebben genomen van de Engelse gitaarpopmuziek. Zanger/gitaristen Louis Jones en Paul Noble putten evengoed inspiratie uit het muziekverleden: maar ze luisteren net zo lief naar Eno als naar Kraftwerk of Led Zeppelin. Met melodieuze radiopopsongs als het onweerstaanbare Never Never tonen de Warm Jets zich vooral waardige opvolgers van de Buzzcocks, die eind jaren zeventig het punkgevoel naar de (Engelse) hitparade brachten.

“On our pocket radios we're picking up strange new waves”, zingt Louis Jones in het titelnummer van Future Signs. De new wave van een groep als XTC is niet onopgemerkt aan de Warm Jets voorbij gegaan. Daarnaast spiegelt Jones zich aan het vroege Pink Floyd (met het nog niet door de LSD dolgedraaide popgenie Syd Barrett) en de Beatles in hun latere, experimentele periode. Jones: “Ik hou niet van muziek die zich gemakkelijk laat categoriseren, zoals Britpop of andere modieuze stromingen. Goddank is het tijdperk van de Britpop voorbij en wordt er in de Engelse muziekbladen weer aandacht besteed aan groepen die zich links van het midden bevinden, zoals Ultrasound en Mogwai. Binnen het kader van een melodieuze popsong is er wel degelijk ruimte voor experimenten, al was het alleen maar door de klanken die je gebruikt. Er zijn honderden verschillende manieren waarop je een elektrische gitaar kunt laten klinken. Het is de kunst om een geluid te vinden dat je nog niet eerder hebt gehoord.”

Bij het realiseren van hun geluidstechnische ambities kregen de Warm Jets hulp van mengtafelveteraan Glyn Johns, bekend als producer van The Who, The Eagles, Rolling Stones en The Clash. “Toen we hem belden met de vraag of hij onze plaat wilde mixen”, zegt Noble, “bromde Johns dat hij niet meer voor geld te koop is. Die man is praktisch met pensioen, na alle millionsellers die hij geproduceerd heeft. Pas toen we hem een tape met onze muziek hadden toegestuurd, raakte hij enthousiast en stemde hij toe. Het gevolg is dat onze plaat misschien ouderwets klinkt, maar beter dan alle andere gitaarpopplaten die dit jaar zijn verschenen.”

De vaste bezetting met bassiste Aki en drummer Ed Grimshaw wordt bij optredens uitgebreid met een toetsenvrouw, die er bij het London Calling-optreden in slaagde om een belangrijk deel van de aandacht bij de ietwat saai ogende Noble en Jones weg te trekken. “We proberen wel degelijk om ons publiek te vermaken”, verdedigt Noble zich, “maar tegen de schoonheid van Beatrice kunnen we niet op. Als gitaarband bij uitstek merkten we na voltoooiing van ons album dat sommige nummers vroegen om de klankkleuren die je alleen met een toetseninstrument kunt bereiken. Wij zijn geen gitaarpuristen, dus huurden we een beeldschone toetsenvrouw. We gaan uiterst serieus met onze muziek om, maar dat neemt niet weg dat het er op het podium vrolijk uit mag zien.”

The Warm Jets hebben inmiddels de nodige ervaring met de banalere kanten van de entertainmentindustrie, na een kortstondige relatie van Louis Jones met tv-presentatrice Zoë Ball. “Er waren dagen dat ik niet naar de winkel op de hoek kon, zonder fotografen of zelfs een televisieploeg achter me aan. En waarom? Omdat ik het vriendje was van een mooie blonde vrouw die door de roddelbladen tot het snoepje van de week was verkozen. Gelukkig is dat allemaal weer voorbij. Ik ben niet jaloers op de popsterren die dat soort aandacht dagelijks het hoofd moeten bieden.”

Voor hun veelal abstracte en futuristische teksten namen de Warm Jets een voorbeeld aan het Duitse synthesizercollectief Kraftwerk, dat een schijnbaar willekeurig bij elkaar geveegde verzameling woorden in een krachtige poptekst kon veranderen. “Pas wanneer je The Model op een akoestische gitaar speelt”, zegt Noble, “hoor je wat een unieke popsong het eigenlijk is. Kraftwerk staat bekend als een vreemd stel kerels in stijve overhemden, die altijd met buitenissige instrumenten op het podium verschijnen. Achter die mechanische en onpersoonlijke façade schuilt onverwacht emotionele muziek, die het heel goed zou doen als het nog eens unplugged, met akoestische gitaren en bijvoorbeeld een dwarsfluit zou worden uitgevoerd. Het futuristische aspect in onze muziek is dat de liedjes overeind moeten blijven, als ze ver in de volgende eeuw nog eens met instrumenten worden gespeeld waarvan wij het bestaan nu nog niet kunnen vermoeden. Kraftwerk verschilt in dat opzicht weinig van de Warm Jets: we streven allemaal naar tijdloze popsongs.”

    • Jan Vollaard