Voetbal is vrede en ook een beetje saai

Publicist H. Brandt Corstius ging voor het eerst van zijn leven naar een voetbalwedstrijd. Bij het openingsduel van het WK voetbal gebeurde tot zijn verrassing niets onoorbaars. 'Voetbal is een prachtige sport. Misschien ga ik over acht jaar nog een keer kijken.'

PARIJS, 11 JUNI. Ik ben heus wel eens eerder in een voetbalstadion geweest. In dat van DOS voor het wielrennen achter grote motoren. In dat van Wenen om met Frits Bolkestein communistische leuzen te schreeuwen, ironisch natuurlijk. In de Arena om Tina Turner te zien en te horen. Maar een voetbalwedstrijd was er nooit bij. Dit zal de eerste zijn.

Ik schrik als ik het stadion betreed. Er zijn geen doelen, geen doelpalen, geen net. Zou dat tegenwoordig virtueel zijn? Maar we blijken eerst een kindervoorstelling te krijgen met steltlopers, ballonnen, tuimelaars en geschetter. Kan ik mooi even om mij heen kijken.

Een hoek is gevuld met gouden wespen: de Brazilianen. De Schotten ziten overal, zingen de mooiste liedjes, geen Schot is onder de veertig jaren. Uit de Braziliaanse hoek wordt telkens weer een wave geprobeerd, maar nu blijkt het nut van het middenvak voor de notabelen, waarin de president van Frankrijk en dertig Nederlandse dorpsburgemeesters. In dat vak staan ze niet op en wordt de wave dus gedempt. Iedereen heeft een zitplaats. Veel gezinnetjes. Daar komen de doelen.

Voor ik het in de gaten heb, blijkt de wedstrijd begonnen en wordt er keurig in het doel waar ik achter zit een doelpunt gemaakt. Het is alsof de hele middag een show is die speciaal voor mij wordt opgevoerd. Want na dat doelpunt komt er een penalty. En er komt een muurtje. Er komen vier corners in de vier hoeken. Twee dikke dokters moeten aansnellen als een Schot dodelijk is getroffen door de voetbal. Even daarna rent hetzelfde komische duo naar de Braziliaanse keeper die voor dood op de grond ligt en ook weer kwiek opspringt. Van alle dingen die het voetbalspel bezit, wordt me om de tien minuten een duidelijk voorbeeld getoond. Ik ben heel tevreden.

Slechts 120 aanwezigen zijn minder tevreden. Zij zijn de in het rood geklede toezichthouders die de hele wedstrijd met hun rug naar het veld moeten staan om te kijken of wij niet met bommen gaan gooien of met messen gaan steken. Een enkeling van het rode korps kan het niet laten om even achterom te kijken, maar dan komt er direct een hoge in een nog roder pak om zijn hoofd weer recht te zetten. Zij denken dat het achter hun ruggen spannend toegaat. Misschien is dat ook wel zo, maar ik merk er niets van. De bal gaat keurig van voet naar voet. Even dwaalt mijn aandacht af en dan blijkt de scheidsrechter net een strafkaart uit te delen. Dus daar is ook al aan gedacht. Wat ondankbaar van me dat ik de aanleiding niet zag. Het verbaast me niet als korte tijd later de andere partij zo'n kaart ontvangt.

Na afloop blijf ik nog even hangen. Duizenden soldaten, gendarmes, en agenten wachten met mij. Tevergeefs, er gebeurt niets ergs. De gele Brazilianen zijn blij dat ze gewonnen hebben en de Schotten zijn blij dat ze verloren hebben. In de tram blijft een zitplaats onbezet omdat de heren elkaar gebaren dat de ander er mag gaan zitten.

Men zegt dat het zaterdag rauwer zal toegaan en dat dan de wedstrijd tussen de lage landen wel tot moord en doodslag kan leiden. Maar ik geloof er niet meer in. Ik heb de hele tijd geen onvertogen woord gehoord, geen klap gezien of mep gevoeld. Voetbal is een prachtige sport. Misschien ga ik over acht jaar nog een keer kijken.

Ik ben nog net op tijd terug bij de vernissage van de tekeningen van Bernard Holtrop. Daar het gebruikelijke decadente gedoe van smerige praatjes, schuinsmarcheerderij, dronkenschap, leugens, opschepperij, overspel, hoog hakken en laag trappen. Michels heeft ongelijk. Voetbal is vrede. Blokker heeft ongelijk: Voetbal is geen fascisme. Ik had ongelijk: Voetbal is hoogstens een beetje saai.

    • H. Brandt Corstius