Verenigde Staten; Veel vertrouwen in Frankenstein Food

IN DE VERENIGDE STATEN, waar de land- en tuinbouw op grote schaal gebruikmaken van genetisch gemanipuleerde zaden, is van ongerustheid bij de consumenten maar weinig te merken. De biotech is er een snel groeiende tak van industrie, met reusachtige bedrijven die hard op weg zijn op hun terrein even machtig te worden als Microsoft en Intel in de computerbranche.

Meer dan 15 procent van de sojabonen in de VS komt uit genetisch gemanipuleerde zaden voort. Deze bonen worden niet gescheiden van de andere, waardoor het onmogelijk is vast te stellen hoeveel voedsel genetisch gemodificeerd materiaal bevat. Maar het kan om een aanzienlijke hoeveelheid gaan, want 60 tot 70 procent van al het fabrieksmatig geproduceerde voedsel bevat soja. Ook tomaten, maïs en katoen worden voor de markt geplant met gemodificeerde zaden.

Het lijkt de Amerikanen weinig te deren. Anders dan in veel Europese landen bestaat er in de VS geen georganiseerde oppositie van betekenis tegen genetisch gemanipuleerd materiaal in voedsel. Bedrijven als Monsanto in St. Louis, een van de grote voorlopers in agrarische toepassingen van de biotech, worden meer door analisten van Wall Street onder de loep genomen dan door actiegroepen, laat staan kritische volksvertegenwoordigers. Vorige week werd bekend dat Monsanto voor bijna 35 miljard dollar wordt overgenomen door het farmaceutische concern American Home Products.

Amerikanen zijn niet onwetend over de snelle ontwikkelingen op het gebied van genetic engineering, zoals het wordt genoemd. Het gekloonde schaap Dolly heeft in de VS zeker tot zoveel discussies geleid over de morele aspecten van klonen als in Europa, vooral als het om mensen zou gaan. Maar voor landbouwproducten gelden andere normen, ook al komen die uiteindelijk in de supermarkt en de eigen pan terecht.

De Amerikaanse instantie die waakt over de kwaliteit van voedingsmiddelen, de Food and Drug Administration (FDA), gaat er vanuit dat genetisch gemodificeerd voedsel veilig is. Bedrijven die een genetisch gemanipuleerd product op de markt willen brengen, hebben daarvoor alleen in uitzonderlijke gevallen toestemming van de FDA nodig. Bijvoorbeeld wanneer het product een stof bevat waarvan bewezen is dat hij schadelijk is of allergische reacties kan opwekken of wanneer het genen bevat die bestand zijn tegen antibiotica. Vermelding op een etiket is in de meeste gevallen niet vereist.

Het is opmerkelijk dat de meeste Amerikanen de Europese bedenkingen tegen wat de Britse tabloids Frankenstein Food noemen, niet delen. Over het algemeen wantrouwen Amerikanen hun overheid nogal en ook hechten ze doorgaans sterk aan goede informatie over de gezondheid van hun voedsel. Volgens Jane Rissler, een onderzoeker van de kritische Union of Concerned Scientists in Washington, zijn er verschillende mogelijke verklaringen.

“Wij hebben hier niet één geval van gekkekoeienziekte gehad, terwijl dat in Europa het wantrouwen tegen overheid en industrie enorm bleek aan te wakkeren. Ook hebben Amerikanen nog altijd een groot vertrouwen in de wetenschap. Daar komt nog bij dat er geen radicale Amerikaanse milieubeweging is die de strijd hierover aanbindt. En ten slotte was het de afgelopen jaren erg moeilijk politieke steun te krijgen voor regulering van welke aard dan ook. Na twaalf jaar van Republikeinse presidenten die daartegen waren, kregen we een Democratische president, die al snel weer een Congres tegenover zich aantrof dat ook sterk tegen regulering is gekant.”

Onlangs oordeelde het Amerikaanse ministerie van Landbouw dat genetisch gemanipuleerde producten aanspraak mogen maken op het predikaat 'organisch' als ze maar zonder chemische bestrijdingsmiddelen zijn gekweekt. De voedselindustrie was erg gelukkig met die uitspraak, maar de organische boeren en winkels voor organische producten reageerden afwijzend, net als honderdduizenden consumenten die ze hadden weten te mobiliseren.

“Voor mij is dat protest een teken dat nu ook in Amerika veel mensen zich zorgen beginnen te maken”, aldus Jane Rissler. “Maar de financiële belangen van de industrie zijn zo groot. De bedrijven hebben de wind nu in de rug. Ze zullen de risico's pas serieus nemen als hun producten op den duur niet effectief blijken of als er zich een of andere crisis voordoet.”

De Verenigde Staten hebben tot nog toe geprofiteerd van de Europese terughoudendheid tegenover genetische manipulatie. Om onder de beperkende regels uit te komen hebben veel Europese bedrijven zich genoodzaakt gezien hun operaties of een deel daarvan naar de VS over te plaatsen. Een Europese diplomaat die de stormachtige ontwikkelingen in de biotech-industrie vanuit de Verenigde Staten volgt, zegt over het verschil tussen de Europese en de Amerikaanse benadering: “De vraag is hoe lang wij nog aan de kant kunnen blijven staan, als de Verenigde Staten zo hard door blijven gaan.”

Maar voor Amerikaanse bedrijven is de Europese markt van cruciaal belang. De vijandigheid onder de Europese bevolking tegenover genetische manipulatie kunnen ze daarom niet negeren. Monsanto is deze week in Groot-Brittannië en Frankrijk een advertentiecampagne begonnen om de veiligheid van genetisch gemanipuleerd voedsel te onderstrepen. Het bedrijf erkent dat het tot nog toe te weinig aandacht heeft geschonken aan de publieke opinie in Europa.

    • Juurd Eijsvoogel