Toeschuiven zwartepiet bij lekke tunnel gaat voort

In Den Haag is verbaasd gereageerd op de kritiek van hoogleraar ondergronds bouwen Horvat op de afhandeling op de schade bij de tramtunnel.

DEN HAAG, 11 JUNI. De gemeente Den Haag zal zijn adviseur bij het tramtunnelproject in de binnenstad, de Delftse hoogleraar onderronds bouwen E. Horvat, om opheldering vragen. Wethouder H.J. Meijer (verkeer en vervoer) vindt de negatieve kwalificaties van Horvat over het project onterecht en onbillijk. Maandag heeft de wethouder een gesprek met de hoogleraar.

Meijer was “zeer verrast en verbaasd” dat Horvat als adviseur van de gemeente zijn kritiek eerst in de pers uitte alvorens deze aan de wethouder voor te leggen.

Vorige week laakte Horvat in deze krant het beheer van het Haagse tramtunnelproject. Met dit project - geraamde kosten 282 miljoen gulden - beoogt de gemeente het verkeer in de binnenstad te ontlasten. Horvat noemde het een “blunder van de eerste orde” dat Den Haag niet effectief was voorbereid op lekken tijdens de bouw van de tunnel.

Zodoende kon volgens hem een op 19 februari gebleken lek niet op waarde worden geschat, waardoor drie weken later een ernaast gelegen wegdek verzakte. Ook vindt Horvat dat nadien nodeloos is getalmd bij het oplossen van de problemen met de bouw; na de 'calamiteit' met het lek nam Den Haag Horvat als adviseur in de arm. Horvat, die laat weten zichzelf “een zwijgplicht van een aantal maanden” te hebben opgelegd, blijft volledig staan achter zijn uitspraken.

In de redenering van de hoogleraar werd snel en accuraat optreden belet omdat betrokkenen - de gemeente, de ontwerper van de tunnel, de aannemer - te zeer waren gefixeerd op het veilig stellen van de eigen financiële positie. Wethouder Meijer bestrijdt dit. “Juist omdat het gevaar bestond dat iedereen naar elkaar zat te kijken en zich afvroeg wie verantwoordelijk was voor de calamiteit, hebben wij vanuit de gemeente gewerkt aan een zo spoedig mogelijke oplossing. De kritiek van Horvat is niet waar”, zegt Meijer.

Hij wijst erop dat Gemeentewerken Rotterdam korte tijd later is gevraagd te adviseren om nieuwe calamiteiten te voorkomen. “En met dat advies en de daaruit gekozen oplossingen heeft de professor ingenieur Horvat volledig ingestemd”, aldus Meijer.

Volgens Horvat bleek echter ook voorafgaand aan de advisering dat betrokkenen ieder een eigen agenda voerden. De eerste adviesaanvraag aan Rotterdam zou niet hebben geluid hoe nieuwe lekken konden worden voorkomen, maar wie verantwoordelijk was voor het eerste gat. Meijer en ook tunnelontwerper S. de Ronde (SAT Engineering) weerspreken dit met kracht. “Geen sprake van”, zegt Meijer. De Ronde zegt dat diverse gesprekken zijn gevoerd met Rotterdam voordat het tot een officiële aanvraag kwam. “Misschien dat toen iets over tafel is gegaan dat daarop duidde. Maar wij zijn er altijd allemaal op gericht geweest de problemen zo snel mogelijk te verhelpen”, aldus De Ronde.

Th.A. Feijen, die samen met A.F. van Tol het rapport van de Gemeentewerken Rotterdam maakte, zegt dat “er een aantal keren nuances in de opdracht zijn aangebracht.” “In het begin is er mondeling veel overlegd over de opdracht. Na wat bijstellingen zijn we is de uiteindelijke formulering vastgesteld. Dat is normaal in dit soort processen”, aldus Feijen.

Een andere aanwijzing van Horvat voor de bescherming van het eigenbelang door de betrokkenen is dat het ontwerp van de tunnel in het advies niet ter discussie mocht worden gesteld. Dit ontwerp, waarbij lagen van cementachtige substantie - zogenoemde groutbogen - worden aangelegd om het grondwater tegen te houden, bleek gezien de calamiteit op 8 maart niet feilloos. In zo'n groutboog ontstond in februari een onbeheersbaar lek. Maar een aanpassing van het ontwerp was ongewenst, omdat in dat geval de verantwoordelijke voor de problemen indirect zou zijn aangewezen, en daarmee ook de partij naar wie de rekening straks gestuurd moet worden, veronderstelt Horvat.

“Het ontwerp is voor 75 procent uitgevoerd dus een discussie daarover is onzinnig”, repliceert ontwerper De Ronde. Wethouder Meijer voegt daaraan toe dat de gekozen oplossing om nieuwe lekken te voorkomen - via verhoging van luchtdruk - “zeker niet de goedkoopste is. Het is onjuist te zeggen dat we alleen maar op het geld letten.” Hij raamt het totaal aan tegenvallers nu op tien tot vijftien miljoen gulden. Wie daarvoor opdraait is nog onduidelijk. Desondanks werden vijf voorstellen van Rotterdam en Horvat - die stuk voor stuk aanpassing van het ontwerp inhielden - beoordeeld en afgewezen. Maar alleen omdat de gekozen oplossing, de hogedruk, de beste was, benadrukken Meijer en De Ronde. “Een aantal van de Rotterdamse varianten was nauwelijks uit te voeren. Die waren volgens onze deskundigen niet realistisch”, zegt Meijer. Met het ontwerp heeft dat niets te maken, legt De Ronde uit. “Door de hoge luchtdruk die we nu in de tunnel brengen moeten we extra beschermingsmaatregelen treffen waarmee het ontwerp ook aangepast moet worden.”

Ook de hardste kritiek van Horvat - dat iedere ingenieur in zijn opleiding leert dat men vooraf in detail moet vaststellen hoe te handelen bij een lek - vinden Meijer en zijn mensen onjuist. Er stroomde veel meer water en zand door het lek dan verondersteld, maar dat was “in feite niet te voorzien”, zegt De Ronde. Toch is inmiddels gebleken dat de aannemer al voorafgaand aan het project heeft gemeld dat men aarzelingen had over de sterkte van de groutbogen. “Toen hebben wij ervoor gekozen dat de gemeente verantwoordelijk is voor de sterkte van de groutbogen en de aannemer voor de waterdichtheid”, zegt De Ronde. “Met de sterkte van de groutbogen is niets mis, dat weten we. Wel is er iets misgegaan met de waterdichtheid. Een fout van de aannemer? Noem het een uitvoeringsimperfectie. Hoe dat zo heeft kunnen komen is nog niet duidelijk.” Aannemer Tram Kom laat weten geen commentaar te willen leveren.

    • Tom-Jan Meeus
    • Koen Greven