Supermarkt; Bio, dat zal wel gezond zijn

De klanten zeggen gezond te eten, maar ze lezen alleen bij nieuwe producten het etiket. Boodschappen doen bij Albert Heijn. Gemodificeerde bitterballen? “Ach, ons lichaam past zich wel aan.”

GERDY HOEKSTRA koopt geen kauwgom met kleurstoffen. Daar worden de kinderen - twee en vijf jaar oud - een beetje wild van. En ze koopt ook geen picalilly. Daar zit de kleurstof E102 in. Net als in de Japanse zoutjesmix. Ook E102 is niet goed voor je, heeft ze gelezen, in de Libelle of in de Margriet.

Ze let op wat ze koopt. Meestal bij de kleine Albert Heijn in Koog aan de Zaan, soms bij het enorme filiaal aan de Vermiljoenweg in Zaandam, samen met de buurvrouw. “Hier moet ik oppassen dat ik niet te veel meeneem. Ze hebben zo veel.”

Ze leest meestal de etiketten. Toch heeft ze de woorden 'moderne biotechnologie' nog nooit zien staan. “Biotechnologie? Nog nooit van gehoord. Het zal wel gezond zijn. Bio, hè, dat is gezond.”

In de Albert Heijn-supermarkt in Zaandam liggen tien artikelen van het eigen huismerk met kleine lettertjes over genetische modificatie. Koekjes, blikken soep, bitterballen en kroketten uit de diepvries. Ook op de bitterballen van Mora en sommige soepen van Unox staat het.

In het lijstje ingrediënten komt onder meer soja voor. Het sterretje achter soja verwijst naar een zin onderaan de lijst: 'geproduceerd met behulp van moderne biotechnologie'.

De etikettering is in Nederland in bepaalde gevallen verplicht sinds april vorig jaar. En binnenkort in de gehele Europese Unie, zo is twee weken geleden in Brussel besloten. Al wordt 'moderne biotechnologie' dan vervangen door 'genetische modificatie'.

Jeanne van Rikxoort kijkt altijd eerst naar de houdbaarheidsdatum. “Kijk, ver over tijd, maar appeltaart kan het hebben”, zegt ze. Het blijkt niet de houdbaarheidsdatum, maar de verpakkingsdatum te zijn.

Ze is 70 jaar oud, heeft een hoge bloeddruk en moet gezond eten. “Maar ik zondig bij het leven. Eén harinkje vind ik niets. Dat is een pesterijtje voor je tong.”

Moderne biotechnologie is kunstmatig, weet ze van de radio en televisie. “Manipuleren mag niet van die partij, de groenen. Maar als er vraag naar is, als het dezelfde werking heeft en dezelfde smaak, dan hou je het niet tegen. Zouden ze in de hongerlanden niet blij zijn met een een flesje gemanipuleerde soja bij de droge rijst?”

“En weet jij veel wat ze tegenwoordig met de sla en de andijvie doen. Er zit geen luis of slak meer in. Mijn moeder stond vroeger uren de groente te wassen in de keuken. En als er toch wat op het bord van mijn vader terechtkwam, zat de andijvie tegen het plafond.”

Tien klanten op een vrijdagochtend in Zaandam. Ze zeggen allemaal dat ze gezond eten. Veel vers en weinig vet. Ze wantrouwen kleurstoffen - een erfenis van de publiciteit die een jaar of acht geleden losbarstte over kleurstoffen. Alleen als ze wat nieuws proberen, kijken ze naar het etiket. “Unox-soep? Die gebruik ik al, dus dat etiket lees ik niet meer.”

Een van de tien weet bij de eerste vraag al waar het om gaat. De 41-jarige Jan Marcus, nu predikant van de gereformeerde kerk, was dieetkok. Ook hij kijkt eerst naar de datum. En hij let op voedingswaarde. “Bij vlees kijk ik naar het rendement ten opzichte van de prijs. Gehakt is relatief duurder dan een gewoon lapje vlees. In vet zitten geen eiwitten en mineralen.”

Thuis las hij het, op een pot chocopasta. Moderne biotechnologie. “Te laat opgelet”, zegt hij. “We hebben het toch opgegeten. Dapper, hè.” Hij zou het in dit stadium niet nog een keer kopen. “Ik weet er nog te weinig van. Je leest wel over de commotie, over de schepen die worden vastgelegd, maar je leest nergens wat er mee is gedaan.”

Hij denkt dat de ontwikkeling onvermijdelijk is. “Wij willen meer dan op een natuurlijke manier mogelijk is. We verleggen de grenzen.” Zijn angst voor biotechnologie is wat onbestemd. “Alle onderdelen van het ecosysteem zijn op elkaar afgestemd. Als je hier gaat rommelen, heeft dat elders gevolgen. Je verstoort het evenwicht.”

De 26-jarige Francis Ae heeft toevallig 'gemodificeerde' bitterballen van Mora in haar mandje. “Het is vertweevoudiging, verviervoudiging, verzesvoudiging”, zegt ze. “Ach, ons lichaam past zich wel aan. En als het gevaarlijk zou zijn, hoor je het vanzelf. Anders komt het toch ook niet in de winkel terecht.”

In de winkelwagen van Wilma de Waard (37 jaar) liggen drie diepvriespizza's. “We gaan vanavond weg. Dit is niet gezond, maar wel makkelijk.” Biotechnologie klinkt voor haar als bio, als iets milieuvriendelijks. 'Genetisch gemodificeerd' klinkt anders. “Dat is toch gemanipuleerd? Het heeft voor mij een negatieve klank. Ze hebben er iets mee gedaan om het te verbeteren, maar je weet nooit ten koste waarvan dat is gegaan.”

De uitleg dat er voor gemodificeerde soja minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn, vindt ze positief. Als gemodificeerde tomaten - die in Amerika al in de supermarkt liggen - langer goed blijven, maakt haar dat niet zoveel uit. “Ik ben niet zo bewaarderig.”

De chips en cola zijn voor de twee kinderen die de deur al uit zijn, maar in het weekeinde vaak komen aanwaaien. “Voor ons zelf koop ik nooit spullen met kleurstoffen”, zegt Hedy Mantel (51 jaar). Snoep of frisdrank, ze heeft er ook geen behoefte aan.

Op de Brusselse wafels - 'geproduceerd met behulp van moderne biotechnologie' - zit wat haar betreft te veel suiker. “Maar als ik ze lekker zou vinden, zou ik willen weten wat dat zinnetje betekent.” Zelf heeft ze de Albert Heijn-informatielijn nog nooit gebeld. Haar moeder wel, over sojaproducten. “Mijn zus woont vlak in de buurt met nog jonge kinderen.”

Michiel Hartman wil zijn vlees met vet. “Bij een entrecootje hoort een klein beetje natuurlijk vet. Dat geeft een veel betere smaak.” Hartman, 62 jaar, is slager en nog maar net met de VUT. “In de jaren vijftig zat er nog anderhalve centimeter vet aan, nu een miniscuul randje. Zonde.”

Met zijn vrouw Irene loopt hij mee naar de blikken soep. Ze hebben hun leesbril niet bij zich. “Weet je wat ze moeten doen: een kleurcode invoeren”, zegt zijn vrouw. “Ik let op natrium, maar die etiketten zijn bijna niet te lezen, zulke kleine lettertjes.”

Hartman weet waar biotechnologie voor staat. “Je praat erover op verjaardagen en zo. Dat soja-gebeuren. Ze hebben het gemanipuleerd om er bepaalde bacteriën en slechte stoffen uit te halen. Maar je hoort alleen de verhalen van de fabrikanten. Is het waar of niet waar? Ik zou het wel kopen. Het is geen vergif, fabrikanten als Unilever zijn geen achterlijke jongens. Ze doen onderzoek voor ze iets op de markt brengen.”

Hij heeft wel een verzoek. “Maak eens een behoorlijke folder. Geef er wat ruchtbaarheid aan. Het wordt de mensen toch opgedrongen.”