Onderzoek naar rellen: Opleiding wijkagenten schiet tekort

AMSTERDAM, 11 JUNI. De opleiding en begeleiding van buurtregisseurs en wijkagenten in Amsterdam is ontoereikend. Dit constateert het Crisis Onderzoeks Team na onderzoek naar de rellen in het Amsterdamse Overtoomse Veld.

Het niveau van buurtregisseurs en wijkagenten zou opgetild moeten worden naar dat van inspecteur. Het Crisis Onderzoeks Team (COT) noemt het werk van buurtregisseurs en wijkagenten “zeer complex”. “Zij hebben een dubbelrol omdat zij in een buurt zowel hulpverlener als ordehandhaver zijn.”

Plaatsvervangend korpschef Van Riessen onderschrijft deze conclusie van het COT. Burgemeester Patijn sprak van “een gedegen rapport” dat van groot belang is in “een leerproces”.

Het COT kreeg de opdracht van burgemeester Patijn om een reconstructie te maken van het precieze verloop van de rel op 23 april in Overtoomse Veld. Aanleiding was een brand in een prullenbak op een speelplaats. Buurtregisseur Jerry Prins vroeg aan een groepje jongens wie dat had gedaan en stuurde hen vervolgens weg. Toen een Marokkaanse jongen daarna in een portiek ging zitten, werd hij gearresteerd. Op dat moment begonnen andere Marokkaanse jongeren en omstanders zich ermee te bemoeien en liep de situatie uit de hand.

Het COT concludeert achteraf dat de buurtregisseur er beter aan had gedaan alleen een waarschuwing te geven. Volgens het rapport van het COT moet de politie “alert zijn op het explosieve karakter van bepaalde situaties”. Het gedrag van de Marokkaanse jongen paste volgens het COT in “het kat-en-muis spel” tussen de politie en de Marokkaanse jongeren in de wijk. Daarbij geeft de politie veelvuldig waarschuwingen aan de Marokkaanse jongeren, maar schrijft zij zelden processen-verbaal uit. Daardoor werd het proces-verbaal gezien als “een overreactie van de buurtregisseur”.

Overigens is het COT er niet in geslaagd het 'prullenbak-incident' volledig te recontstrueren. Het is nog steeds onduidelijk wie het brandje heeft aangestoken en wie in welke mate geweld heeft gebruikt.

Het onderzoeksteam uit ook kritiek op de interne en externe communicatie van de politie. Vanaf begin dit jaar hanteert de politie in de buurt een strenger handhavingsbeleid, maar de informatie en de instructie hierover aan de buurtregisseur en aan surveillanten was onvoldoende. Ook de bewoners van de wijk zijn onvoldoende ingelicht over deze nieuwe “no-nonsense aanpak”. Over de houding van politie en burgemeester na de rel zegt het onderzoeksteam: “Het is ongeloofwaardig om enkele uren na een complex incident al te melden dat er geen fouten zijn gemaakt.” De processen-verbaal die de politie na arrestaties bij de rellen heeft opgemaakt, waren volgens het COT op sommige punten onjuist en onvolledig.