Nederlands drugsbeleid geprezen en beschimpt

Nederland was deze week met afwijkende geluiden prominent aanwezig bij een speciale vergadering van de Verenigde Naties over drugsbestrijding.

NEW YORK, 11 JUNI. Het is een illusie te denken dat de wereld volledig drugsvrij kan worden gemaakt. “Het hanteerbaar maken van drugs en drugsgerelateerde problemen is een beter bereikbaar doel”.

Met die in VN-verband redelijk provocerende conclusie sloot minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) gisteren zijn toespraak af in een speciale vergadering van de Verenigde Naties. Hij was een van de laatste van 150 regeringsvertegenwoordigers die in New York plechtig hebben verklaard te streven naar een drugsvrije samenleving binnen tien jaar, zoals ook het motto is van de bijeenkomst.

Van Mierlo zei dat geen enkel land het recht heeft zijn systeem van drugsbestrijding “op te leggen aan andere landen als de enige juiste en geschikte methode”. De minister verklaarde dat “het belangrijkste Nederlandse doel” in deze is de gezondheid van drugsgebruikers te beschermen. Door de liberale Nederlandse aanpak is het aantal heroïnegebruikers gedaald en worden de risico's van het verspreiden van ziektes als AIDS tegengegaan.

In een persgesprek zei Van Mierlo na afloop “intuïtief” te hebben aangevoeld dat de “zaal goed had geluisterd”. Van de tribune was overigens te zien dat de vertegenwoordigers van Zweden - dat een streng drugsbeleid voorstaat - demonstratief niet applaudiseerden.

Volgens Van Mierlo “is er sprake van een wending in de aanpak van het drugsprobleem”. De minister is ingenomen met de afspraak dat ook naar de vraag naar drugs zal worden gekeken. De minister, die een dag in New York was, zei ook in “bilateraaltjes” met vertegenwoordigers van de Maldiven, Zimbabwe, Estland, Litouwen, Zuid-Afrika en Laos begrip te hebben gekregen voor het Nederlandse drugsbeleid.

Behalve vraagbeperking noemde Van Mierlo tegenover de pers het maken van onderscheid in de aanpak van hard- en softdrugs “het belangrijkste punt dat Nederland de wereld te bieden heeft”. In de VN-toespraak sprak Van Mierlo overigens in het geheel niet over het Nederlandse beleid om softdrugsgebruik en kleine handel te gedogen. Desgevraagd en na nog een keer zijn eigen tekst te hebben bekeken, deed hij het niet vermelden hiervan af als een ongelukje.

“Er is geen enkele reden hier niet over te praten”, zei Van Mierlo. Zimbabwe had wel moeite met het gedogen van softdrugs, was Van Mierlo opgevallen. “Omdat ze daar de ervaring hebben dat soft- en harddruggebruikers allebei vrouwen verkrachten”. Overigens wordt in het nu aangenomen VN-actieplan geen enkel onderscheid gemaakt tussen heroïne of bijvoorbeeld een softdrug als marihuana.

Van Mierlo toonde zich geïrriteerd over vragen die suggereren dat er weinig steun zou zijn voor het Nederlandse drugsbeleid. De Franse president Chirac kritiseerde maandag “de lakse landen” en hekelde acceptatie van softdrugsgebruik. “Er is een aantal landen die zich hebben opgefokt”, zei Van Mierlo. Maar dat is in zijn ogen pure rethoriek. “Leiders zijn altijd voor het beschermen van vrouwen en kinderen. Je moet ook onder de taal kijken”.

Volgens een vertegenwoordigster van Volksgezondheid in de Nederlandse delegatie heeft de Franse socialistische staatssecretaris van Volksgezondheid, Bernard Kouchner, zijn excuses aangeboden voor de toespraak van conservatief Chirac. “Hij vond het nog gênanter dan wij”, zei de gedelegeerde.

In de wandelgangen in en om het gebouw van de Verenigde Naties waren Nederlanders de afgelopen dagen prominent aanwezig. Voorlichtingsmateriaal van Buitenlandse Zaken en Volksgezondheid lag her en der verspreid om de zegeningen van het liberale Nederlandse drugsbeleid uit te leggen. In de hal speelde een voorlichtingsvideo met ondertiteling waarin verontruste ouders worden opgeroepen de folder met feiten over hasj en weed te bestellen.

De meest markante Nederlandse inbreng werd geleverd door de voormaligeNederlandse ambassadeur in Duitsland, J. van der Tas. Hij heeft in samenwerking met het Amerikaanse Lindesmith Center hard gewerkt aan het verzamelen van handtekeningen onder een petitie waarin de VN wordt opgeroepen alsnog een open discussie te voeren over een ander, minder repressief drugsbeleid. Het verzoek werd maandag in een advertentie afgedrukt in de New York Times. Tot de vijfhonderd ondertekenaars behoren de Nederlandse politici Hedy d'Ancona, Pieter Winsemius, Ed van Thijn en Dries van Agt.

Als bestuurslid van de stichting drugsbeleid voerde de gedistingeerd ogende Van der Tas het hoogste woord op actievergaderingen en voorlichtingsbijeenkomsten van de zogeheten non-gouvermentele organisaties. Als keurige diplomaat “is hij echt een aanwinst voor onze beweging”, zei de Amsterdamse psychiater F. Polak die met Van der Tas een kamer in New York deelt. Veel succes hebben ze evenwel nog niet behaald, merken ze. “De drugsbestrijdingsorganisatie van de VN, de UNDCP, is verkocht aan een enkele benadering van het probleem. Een ander geluid durven ze niet te laten horen want anders krijgen ze geen geld meer van de Amerikanen. Dat maakt een echte discussie onmogelijk”, aldus Van der Tas.

In het Nederlandse actiekamp was ook nog een ander geluid te horen. Bert Dorenbos van de Nederlandse Raad voor drugpreventie plaatste overal in het VN-gebouw bordjes met de tekst: NEE der WIET land, en: NARCO PAYS-BAH: PAS DU TOUT.

Een pamflet legt uit dat het Nederlandse coffeeshop-beleid een grote tragedie is dat niet alleen in eigen land een markt van 700.000 hasjgebruikers heeft gecreëerd maar waardoor ook “duizenden jonge buitenlandse bezoekers verslaafd zijn geraakt”. De Nederlandse prohibitionisten en legalisten hebben het af en toe openlijk aan de stok. “Die Polak is verschrikkelijk agressief. Ik heb maar gezegd dat we op vreemde bodem geen oorlog moeten voeren”, zei Dorenbos gistermiddag.

Voor de matig bezochte bijeenkomsten van de legalisten lijkt evenwel te gelden dat ze de slagkracht hebben van een protest tegen koude winters. Het zijn achterhoedegevechten, ver verwijderd van het nieuwe front dat hier wordt gevormd in de officiële drugsoorlog. “Opvattingen uit de jaren vijftig”, noemde de coördinerende Amerikaanse bewindspersoon voor drugszaken, ex-viersterrengeneraal B. McCaffrey, het gedachtengoed van zijn tegenstanders op een persconferentie.

Directeur Ethan Nadelmann van het Lindesmith center blijft verzekeren dat de Nederlandse en Zwitserse liberale opvattingen in deze wel degelijk veel, niet uitgesproken begrip ondervinden. “Nederland is echt het model voor Europa geworden”, zegt hij. “Je ziet hier alleen het topje van de ijsberg van de beweging die een ander beleid wil”, zegt Nadelmann. Maar vooralsnog oogt de zee oneindig veel groter.

    • Marcel Haenen