Medicijnen; Genentest wordt onmisbaar

Geneesmiddelen zullen straks al in het prille begin van een ziekte ingrijpen. Tenzij het 'genprofiel' van de patiënt uitwijst dat medicijnen helemaal niet nodig zijn. De nieuwe mogelijkheden van de farmacologie.

HET ONTWIKKELEN van geneesmiddelen volledig op grond van DNA-technologie is zeer nabij. Nog vijf tot tien jaar en dan zal vrijwel alles wat bij de apotheker nieuw op de plank komt te liggen uit genetisch onderzoek voortkomen, zo voorspellen de captains of pharmaceutical industry zonder uitzondering.

Nieuwe geneesmiddelen zullen dan geen symptomen meer bestrijden, zoals maagzweren, een hoge bloeddruk, chronische hoofdpijn, een hoog cholesterolgehalte, benauwdheid bij een astma-aanval of een uit de hand lopende celgroei bij kanker, maar ze zullen ingrijpen in het prille begin van een ziekte.

Die nieuwe farmacologie dankt haar mogelijkheden onder meer aan het Human Genome Project dat in 1990 werd opgezet. Het Amerikaanse ministerie van Energie en de National Institutes of Health wilden hiermee binnen vijftien jaar alle menselijke genen vinden en de DNA-volgorde van het menselijk genoom bepalen. Ook is een groot aantal bedrijven en universiteiten bezig erfelijk materiaal te ontrafelen.

De farmaceutische industrie gebruikt de gigantische databestanden die daardoor ontstaan om verschillen te vinden tussen genen bij mensen met en mensen zonder een bepaalde ziekte. Als zo'n verschil is gevonden, gaat de zoektocht verder naar de vraag of die afwijking van het normale ook aanleiding geeft tot verschillende biochemische reacties, met de ziekte als gevolg. Zo ja, dan is het de kunst van de farmacoloog om stoffen te ontwikkelen die de ontspoorde biochemie rechtzetten.

Nieuwe medicijnen worden ontwikkeld op basis van genen en daarom werken ze alleen bij mensen met een bepaalde genetische constitutie. Een vast onderdeel van de medische diagnostiek zal daarom onafwendbaar een genetische test zijn om te zien of het medicijn wel zal aanslaan bij een patiënt.

Van het DNA, dat is opgebouwd uit genen, kunnen in het laboratorium plaatjes worden gemaakt. Die geven onderzoekers de mogelijkheid genen met elkaar te vergelijken. Die plaatjes lijken op pillenstrips. Hier en daar lijkt een aantal pillen uit de strip gedrukt, verderop is er duidelijk één te zien. De lichte, vrijwel onzichtbare genen staan 'uit', de donkere staan 'aan'. Als genen van vrouwen met borstkanker worden vergeleken met die van vrouwen zonder borstkanker, wordt duidelijk welke genen 'aan' staan en kennelijk bij dat ziekteproces zijn betrokken.

Genen maken, simpel gezegd, eiwitten die de aanzet geven tot allerlei lichaamsprocessen. Ze kunnen dat verkeerd doen, te enthousiast, niet voldoende of helemaal niet, terwijl ze het wel zouden moeten doen. De uitdaging van de biotechnologen in de farmaceutische industrie is stoffen te zoeken die in dat proces iets bewerkstelligen, een stof te maken die bijvoorbeeld de aanmaak van eiwitten stimuleren, remmen of wijzigen.

Duidelijk is dus dat een genetische test straks onontbeerlijk is voorafgaand aan medicijngebruik. Dat zal ook gebeuren bij ziekten die nu helemaal niet worden gezien als een gevolg van een genetische afwijking: hoge bloeddruk, astma, zelfs infectieziekten. Hoewel mensen daar nu nog erg huiverig voor zijn, ligt het in de verwachting dat ze een test accepteren als zij weten dat die nodig is voor de behandeling.

Het zal dan allemaal veel trefzekerder gaan. Neem het voorbeeld van een infectieziekte. Als iemand een bacteriële infectie heeft, neemt de dokter een monster dat in een kweek wordt gezet om de bacterie te laten groeien. Daarna kan de bacterie worden getypeerd. Als het gegeven antibioticum de gevonden bacterie niet doodt, wordt overgestapt op een ander geneesmiddel op basis van de uitkomst van de test. Daar gaan minimaal twee etmalen overheen. Maar met moderne gentechnologie is de uitslag direct beschikbaar. De dokter kan meteen zeggen of dit een streptokok is en voor welk antibioticum die gevoelig is. In dit geval wordt het genetisch profiel van de indringer bepaald. Een bedrijf als SmithKline Beecham heeft het genetisch materiaal van tientallen bacteriën en andere micro-organismen al volledig opgehelderd. Zo'n test zal niet op bezwaren stuiten, omdat de bacteriegenen en niet die van de patiënt worden onderzocht.

Maar ook als naar de genen van de patiënt wordt gekeken behoeft er geen angst te bestaan dat de dokter diens gehele genenpaspoort te zien krijgt. Er wordt heel specifiek gekeken. Wie in de toekomst bij zijn arts komt omdat hij suikerziekte vermoedt, zal zien dat de arts een DNA-chip gebruikt waarop alleen de genvolgorden zijn aangebracht van genen die mogelijk met diabetes te maken hebben. Alleen bij de genen die bijdragen aan de ziekte of hem zelfs veroorzaken, al of niet in combinatie met de levensstijl van de patiënt, wordt gekeken of er mutaties in voorkomen.

Over vijf tot tien jaar zullen de meeste nieuwe middelen gebaseerd zijn op - zij het beperkte - genetische informatie, zo luidt de verwachting. Er komen op den duur betere geneesmiddelen beschikbaar voor mensen met een bepaalde constitutie. Bekend is dat iemand die langdurig een hoge bloeddruk heeft een verhoogde kans op een beroerte loopt. Dus bestaan er medicijnen die de bloeddruk op verschillende manieren verlagen. Niet bekend is wie in de toekomst ondanks die pillen toch een beroerte krijgt en evenmin wie zonder pillen toch geen beroerte krijgt.

Het opsporen van de vele genen die de bloeddrukregeling en de opbouw van de bloedvaten bepalen zullen het mogelijk maken de risico's beter te taxeren. Op den duur zullen de mechanismen worden ontrafeld die voor hoge bloeddruk zorgen. Als die druk omhoog gaat omdat de bloedvaten te veel samentrekken, moet er een middel komen dat ze laat ontspannen. Als de hoge druk ontstaat doordat het hart niet hard genoeg pompt, kan de oorzaak daarvan zijn dat een bepaald enzym - een eiwit - niet goed wordt gemaakt.

Kunnen er geneesmiddelen worden gemaakt die dat defect herstellen? De industrie is ervan overtuigd. Maar dat hoeft niet te leiden tot hoger medicijngebruik. Als iemands genprofiel is vastgesteld, zou de dokter immers ook kunnen zeggen: “Uw bloeddruk is wel hoog, maar hoeft niet lager te worden. Ik kan zien dat u weinig zal gebeuren.”

    • Bram Pols