Internetdilemma's

MORGEN WIJDT de Nederlandse Juristenvereniging haar 128ste jaarvergadering aan het thema Recht en Internet. Het eerbiedwaardige genootschap heeft niet te klagen over de actualiteit. De Verenigde Staten zijn zojuist teruggekomen van een omstreden plan om de toedeling van Internet-adressen (de zogeheten domeinnamen) aan zich te trekken, terwijl de Wereldhandelsorganisatie besloten heeft de beslissing over controversiële Internetbelastingen even op te schuiven om een virtuele handelsoorlog tussen staten te vermijden.

In Nederland blijkt Internet zo lek als een mandje. Er circuleren lijsten met gegevens van de Internetabonnees van een kabelbedrijf. Het bleek bij de grote Internetaanbieder World Online mogelijk te knoeien met websites. Eerder was bij dit bedrijf al een beveiligingslek geconstateerd waardoor onbevoegden zich toegang konden verschaffen tot abonneegegevens en wachtwoorden zodat ze ook aan het berichtenverkeer van individuele gebruikers konden komen.

Met name dergelijke inbraken schreeuwen om aandacht van de Juristenvereniging, zou men zo zeggen. Juridisch gezien kan men er echter kort over zijn: “computervredebreuk” is al in 1993 strafbaar gesteld. Wel geldt deze strafbaarheid alleen indien de beheerder van het aangevallen systeem enige voorzorgen heeft genomen. Maar iedereen weet dat beveiliging nooit absoluut kan werken. Al was het alleen wegens het gebruikersgemak, dat zich verzet tegen al te ingewikkelde beveiligingsprocedures.

DEEL VAN DE oplossing van het beveiligingsdilemma is dat de gebruiker zelf ook een beetje oplet als hij de elektronische snelweg opgaat. De generatie van de Internetpioniers die het Net hielpen ontwikkelen, was ook street wise. Maar nu het netgebruik steeds massaler - en zakelijker - wordt, groeit de roep om voorspelbaarheid en vastigheid. Typerend is het pleidooi van een van de pre-adviseurs van de Juristenvereniging, de Nijmeegse hoogleraar strafrecht Buruma, voor een Internetorgaan naar voorbeeld van de Wereldbank of het Internationaal Monetair Fonds. Toch is het opvallendste kenmerk van Internet, zoals de rechtsinformaticus Koers opmerkt in zijn pre-advies, nu juist “de afwezigheid van hiërarchie en formele organisatie”.

Het is dan ook de vraag of het instellen van “globale vormen van beleid en bestuur” (Buruma) niet een aanslag vormt op de vitaliteit van het Net. Met name de Internetaanbieders (providers) komen toch al steeds meer klem te zitten. Hun klanten verwachten dat zij hun gegevens afschermen en zich niet bemoeien met hun berichten. Maar auteursrechthebbenden willen juist dat de provider hen helpt bij de incasso van hun rechten en daartoe desnoods het berichtenverkeer filtert. Dat laatste is ook de diepste wens van menige nationale overheid, die met lede ogen haar beleid doorkruist ziet door grensoverschrijdende gegevensstromen.

HET OFFICIËLE parool in Nederland luidt dat zelfregulering door de providers de voorkeur verdient. Maar dat lost het dilemma tussen vrijheid en gebondenheid op het Net niet op. De nationale terughoudendheid die wordt gepredikt, gaat in elk geval niet diep, waarschuwt Buruma met reden: “Het Internet kan wel worden beschouwd als vrije ruimte - vrije zee - maar dat neemt niet weg dat havens territoriaal zijn gebonden.”