Inkomensverhoudingen

Er is momenteel werk, werk en nog eens werk, maar: waar zijn de werknemers? Gezien het zich ontwikkelend tekort aan arbeid, rijst de vraag of inzet van het loonmatigingsinstrument, zoals kennelijk nog steeds door De Waal voorgestaan, nog wel terecht is (NRC Handelsblad, 5 juni).

Hoe wil De Waal in deze uiterst krappe arbeidsmarkt nog loonmatiging bewerkstelligen? Het akkoord van Wassenaar - die geïnstitutionaliseerde samenspanning tussen overheid, werkgevers- en werknemersorganisaties om de werkende mens collectief arm te houden - heeft, laten we het hopen, zijn langste tijd gehad. Optieregelingen dienen ter flexibilisering van een momenteel verouderd beloningssysteem.

De Waal formuleert bezwaren tegen de verlaging van de hoogste tarieven van de inkomstenbelasting. Het is zo langzamerhand zowel ter rechter als ter linkerzijde gemeengoed dat de factor arbeid, in vergelijking tot de factor kapitaal, door de overheid zwaar overbelast wordt. Bovendien zou, volgens de deskundigen, moeten worden gestreefd naar denivellering, niet naar nivellering. Die twee niet noodzakelijkerwijs tegenstrijdige boodschappen heeft De Waal kennelijk niet begrepen.

De FNV speelt met zijn bezwaren tegen de vigerende optieregelingen als vanouds het lager betaalde deel van de arbeidsmarkt uit tegen het hoger betaalde deel.

Zijn de mensen die in aanmerking komen voor opties niet allen medeverantwoordelijk voor het economische succes dat Nederland nu ondergaat en, dus, voor het terugdringen van de werkloosheid? En mag daar dan geen beloning tegenover staan?

De FNV als bron van de normen en waarden aan de hand waarvan beloningsverschillen moeten worden verantwoord. Welke bevolkingsgroep vertegenwoordigt de FNV eigenlijk? Op die vraag kan toch, gegeven de uiterst lage Nederlandse organisatiegraad, met geen fatsoen meer worden geantwoord met 'de werknemers', laat staan de hoger geschoolden/beloonden?