Groot deel Surinamers is Wijdenbosch beu

Bij zijn aantreden stelde president Wijdenbosch de Surinaamse kiezers een spoedig herstel van de nationale productie in het vooruitzicht. Twee jaar later is hij volgens vakbeweging en parlementaire oppositie bezig met een 'nationale uitverkoop', die het land economisch opnieuw uit het lood zal slaan.

ROTTERDAM, 11 JUNI. Ruim tienduizend Surinamers namen dinsdag in Paramaribo deel aan een demonstratie tegen het regeringsbeleid, georganiseerd door oppositiepartijen, vakbonden en maatschappelijke organisaties. Gisteren heeft ook de Associatie van Surinaamse Fabrikanten, onder leiding van de broer van president Jules Wijdenbosch, zich bij het protest aangesloten. Winkels en overheidskantoren bleven dicht, de internationale luchthaven moest sluiten. Het was de eerste keer dat zo massaal werd geprotesteerd tegen de regering, die in 1996 aan de macht kwam nadat enkele coalitiepartners van de vorige president, Ronald Venetiaan, overliepen naar de NDP van Wijdenbosch en Bouterse.

De demonstrerende partijen hekelden het financiële beleid van Wijdenbosch, dat heeft geleid tot een fors begrotingstekort en prijsstijgingen. Ze protesteerden ook tegen plannen van de regering om de Staatsolie Maatschappij - het enige rendabele staatsbedrijf van Suriname - uit geldnood te verkopen aan een buitenlandse onderneming. Voor Surinamers geldt Staatsolie als een van de schaarse bewijzen van eigen kunnen, maar Wijdenbosch lijkt vastbesloten de verkoop door te zetten. Vorige week ontsloeg hij de directeur van het staatsbedrijf, E. Jharap, die zich verzet tegen de 'uitverkoop'.

Het protest van dinsdag maakt duidelijk dat een aanzienlijk deel van de Surinaamse bevolking Wijdenbosch beu is. Zijn regering, die beschikt over een minieme meerderheid in het parlement, is er volgens de oppositie en vakbeweging nog niet in geslaagd één belofte waar te maken. Vooral de spilzucht en arrogantie van de regering zijn hun een doorn in het oog; zij vrezen dat Wijdenbosch het moeizame en pijnlijke herstelbeleid van zijn voorganger Venetiaan in korte tijd teniet zal doen. De eerste tekenen daarvan zijn al zichtbaar. Het IMF waarschuwde Wijdenbosch begin maart dat de Surinaamse economie ontregeld dreigt te worden door een toename van het begrotingstekort, buitensporige buitenlandse leningen, kredietvergroting door de Centrale Bank en afname van de valutareserves.

Veel Surinamers ergeren zich er bovendien aan dat Wijdenbosch de relaties met Nederland heeft bevroren na het besluit van de Nederlandse justitie Bouterse te vervolgen wegens drugshandel. De eigen NDP-achterban is gevoelig voor het argument dat Nederland een 'politiek' proces wil voeren tegen Bouterse, maar de meeste Surinamers vinden het onverteerbaar dat de president, een protégé van Bouterse, de belangen van de bevolking opoffert aan die van één man. Zo werd de medische behandeling van een aantal ernstig zieke Surinamers in Nederland wekenlang uitgesteld omdat Wijdenbosch eerst wilde proberen hen in andere landen te laten behandelen.

De omvang van het protest moet Wijdenbosch nog om een andere reden te denken geven. Sinds de vroege jaren tachtig is het niet meer voorgekomen dat zoveel Surinamers om politieke redenen de straat opgingen. Het trauma van de decembermoorden in 1982, toen het regime van legerleider Bouterse vijftien prominente critici uit de weg ruimde, heeft de wil tot politieke actie onder de Surinamers lange tijd verlamd. De demonstratie van dinsdag maakt dus nog iets anders duidelijk: sinds de terugkeer van de democratie waait een nieuwe wind door het land, die zich vertaalt in een toegenomen persvrijheid en een grotere politieke mondigheid.

Op straat en in de Surinaamse pers wordt Wijdenbosch bekritiseerd als weinig presidenten vóór hem. Zijn pontificale gedrag, zijn loze beloften en incidenten als een uit de staatskas gefinancierd verjaardagsfeest moeten het daarbij ontgelden. Critici hebben de president openlijk corrupt, incompetent en machtsdronken genoemd. “Ze moeten van de olie afblijven”, hoonde oppositie-woordvoerder Winston Jessurun dinsdag, een verwijzing naar zowel de verkoop van Staatsolie als het gebruik van sterke drank door Wijdenbosch en vice-president P. Radakishun.

Radakishun heeft inmiddels gedreigd dat de staking “een goede gelegenheid is om te beginnen met de sanering van het ambtenarenapparaat”. Wie wegblijft, wordt ontslagen, luidt tussen de regels door de boodschap. Zo gebruikt de regering een broodnodige hervorming die ze tot nu toe steeds heeft weten uit te stellen - ruim de helft van de Surinaamse beroepsbevolking werkt bij het uit zijn krachten gegroeide ambtenarenapparaat - als instrument voor politieke intimidatie. Het zal het aanzien van de regering er onder de Surinamers niet groter op maken.

    • Sjoerd de Jong