Groot-Brittannie; De angst voor het onbekende

Argwaan in Europa, vertrouwen in de Verenigde Staten. De opvattingen over genetisch gemanipuleerd voedsel lopen sterk uiteen. De president van het Britse Iceland Foods voert een ware kruistocht tegen biotechnologisch eten en voor consumentenvrijheid, en stoort zich aan de campagnes van het Amerikaanse bedrijf Monsanto. Intussen groeien zulke biotechbedrijven in de Verenigde Staten als kool.

HET HEEFT HEM een jaar gekost, maar sinds mei durft Malcolm Walker, de president van het Britse Iceland Foods, te garanderen dat hij voor zijn producten geen genetisch gemodificeerde grondstoffen gebruikt. Walkers kruistocht tegen technische ingrepen in het genetisch materiaal van voedingsmiddelen begon toen verontruste consumenten zijn bedrijf gingen bestoken met brieven.

“Ik wist helemaal niets van biotechnologie af”, zegt Walker min of meer verontschuldigend vanuit het hoofdkantoor van zijn bedrijf in het Schotse Dundee desgevraagd. Hij liet zich uitgebreid voorlichten en stapte vervolgens naar zijn leveranciers om van hen de zekerheid te krijgen dat hun grondstoffen niet genetisch gemodificeerd ('niet-gm') waren. Als ze die garantie niet konden geven, eiste hij maatregelen.

Toen Walker met zijn actie begon, verklaarde iedereen hem voor gek. Dat zou nooit lukken. Maar hij had een zeer doeltreffend drukmiddel: Iceland Foods, met 770 winkels en 20.000 werknemers, heeft een omzet van ruim vijf miljard gulden per jaar en beheerst 16 procent van de Britse markt voor diepvriesproducten. “Als jullie het me niet willen leveren, ga ik naar iemand anders”, zei Walker.

En dat hielp. Walkers leveranciers gingen in opdracht van hem op zoek naar bedrijven waarvan ze op hun beurt de garantie kregen dat met de soja (dat in 60 procent van alle producten van Iceland Foods voorkomt) en andere grondstoffen niet genetisch was geknoeid. “Veel van mijn leveranciers hebben uiteindelijk besloten hun hele productie gm-vrij te maken, dus ook die voor andere afnemers”, vertelt Walker niet zonder trots.

“Er wordt altijd gezegd dat het vreselijk lastig is, zo niet onmogelijk, om gm en niet-gm te scheiden”, zegt Walker, “maar dat is je reinste onzin. Het is een truc van bedrijven die dat genetisch gemodificeerde spul leveren om zeker te zijn van een afzetmarkt. Ze weten heel goed dat de meeste Europese consumenten, als ze de keuze hebben, liever eten op tafel zetten dat gm-vrij is.

“Dit jaar wordt er voor het eerst genetisch gemodificeerde maïs geproduceerd in Europa. Het gaat voorlopig om niet meer dan twee procent van de totale oogst in Frankrijk. Maar nu al hebben de producenten aangekondigd dat deze maïs gemengd zal worden met gewone maïs. Waarom? Alleen om ervoor te zorgen dat er straks voor de consument niets meer te kiezen overblijft.”

Dat is precies Walkers punt. Hij wil dat de mogelijkheid om gm-vrije producten te kopen, gewaarborgd blijft. “De manier waarop bedrijven nu planten en dieren genetisch manipuleren is volgens mij gevaarlijk voor de gezondheid en voor het milieu. Maar dat is niet meer dan mijn persoonlijke mening. Waar het mij om gaat is dat de consument de keuzevrijheid behoudt. Producenten moeten bij wet gedwongen worden om gm en niet-gm te scheiden.”

Met dat doel begon Iceland Foods onlangs een publiciteitscampagne. Walker hoopt politici te interesseren voor het onderwerp en hen te overtuigen van zijn gelijk. Dat lijkt af en toe aardig te lukken. Deze week overlegt hij over het onderwerp met Michael Meacher, die in het Britse kabinet verantwoordelijk is voor het milieubeleid. Hij heeft volgens Walker munitie nodig voor het debat dat ook binnen de Europese Unie ongetwijfeld verder zal oplaaien. Want consumenten in Europa zijn zeer huiverig voor biotechnologisch geproduceerd eten.

Walker wordt nog altijd woedend als hij hoort hoe Monsanto, het Amerikaanse bedrijf dat ook in Europa genetisch gemodificeerde soja op de markt brengt, zijn handelswijze verdedigt. 'Meer biotechnologische planten betekent minder industriële landbouw' luidt een van de slogans in een advertentiecampagne waarmee Monsanto sinds kort Europese consumenten tracht te overtuigen.

“Er wordt voortdurend geschermd met de zogenaamde zegeningen van genetische modificatie”, zegt Walker. “Het zou het wereldvoedselprobleem helpen oplossen, het zou goed zijn voor het milieu, het zou kanker en andere ziekten kunnen bestrijden. Dat is de glamour-kant ervan. Voorlopig spekt genetische modificatie vooral de portemonnee van Monsanto. Het bedrijf heeft sojazaad ontwikkeld waarvan de planten in de volgende generatie onvruchtbaar zijn. Hoe draagt dat bij aan de oplossing van het voedseltekort in de Derde Wereld?”

De onvruchtbare sojaplant kwam recent aan de orde in het BBC-programma Newsnight. Volgens Colin Merritt van Monsanto is dat zaad helemaal niet bedoeld voor de verkoop, maar wordt het uitsluitend gebruikt bij testmateriaal. Het moet voorkomen dat genetisch gemodificeerde planten waarmee wordt geëxperimenteerd zich ongewenst verspreiden.

Merritt beschuldigde Walker in Newsnight van valse voorlichting. De directeur van Iceland Foods heeft volgens hem al zijn argumenten verzameld bij Greenpeace. Niet voor niets, zegt Merritt, loopt Walker graag te koop met zijn lidmaatschap van die organisatie. En Greenpeace verkoopt onzin, probeert mensen bang te maken met halve waarheden en hele leugens. Waar het volgens Merritt om gaat is dat Monsanto sojabonen kweekt die beter bestand zijn tegen ongunstige invloeden van buitenaf, zodat er bijvoorbeeld minder pesticiden nodig zijn en de opbrengst per hectare kan worden vergroot.

Ook prof. Janet Bainbridge, van de Britse 'adviescommissie voor nieuwe voedingsmiddelen', vindt dat Walker onnodig moeilijk doet. Al eeuwen worden planten gekruist om verbeteringen aan te brengen. Daarbij werden ook allerlei genen gemengd, zonder dat dit proces daadwerkelijk in de hand te houden was. De biotechnologie heeft volgens Bainbridge slechts het gereedschap geleverd waardoor deze veranderingen kunnen worden gecontroleerd.

Walker vindt het een veeg teken dat een lid van de adviescommissie op die manier praat over genetische manipulatie. Er is volgens hem een wezenlijk verschil tussen het kruisen van planten en genetische modificatie. “Via kruisingen zou het onmogelijk zijn om een gen uit een vis in te brengen in een tomaat”, aldus Walker, “terwijl dat al is gebeurd!”

Bovendien kunnen genen volgens biologe Mae-Wan Ho, die het met Walker eens is, niet simpelweg met een pincetje ergens uit worden gehaald en vervolgens in een andere DNA-structuur worden ingebracht. Het gaat om ingewikkelde, meestal chemische processen waarbij ook andere stoffen nodig zijn - bijvoorbeeld virussen of bacteriën - om de zaak op gang te brengen. Niemand weet volgens Mae-Wan Ho wat de effecten zijn van genen die we nooit eerder gegeten hebben. En niemand kent de werking die de gebruikte bacteriën en virussen op organismen hebben. Het gevaar bestaat daardoor dat de technologie zelf verantwoordelijk wordt voor de verspreiding van bijvoorbeeld resistente virussen.

In Walkers argumentatie is dat uiteindelijk bijzaak. Keuzevrijheid, daar gaat het om en hij weet zich daarbij gesteund door de consument. Uit een recent onderzoek blijkt dat ruim de helft van de Britten ernstig twijfelt aan het nut van biotechnologie in voedingsmiddelen en dat slechts 14 procent er voorstander van is. Ook al vindt de goedkope tomatenpuree gretig aftrek in de schappen van Britse supermarkten, ondanks de nadrukkelijke vermelding op het etiket dat genetisch gemodificeerde tomaten zijn gebruikt.

Walker ontkent dat de prijs voor consumenten het enige criterium zou zijn. De overgang naar niet genetisch gemodificeerde levensmiddelen is voor zijn bedrijf in ieder geval financieel niet onaantrekkelijk geweest. Al valt volgens hem moeilijk te becijferen of de omzet daadwerkelijk is gestegen nu hij op alle producten van Iceland Foods het etiket 'niet-gm' mag plakken. “Laat ik het zo zeggen, ook als het slecht voor het bedrijf zou zijn geweest, zou ik ertoe zijn overgegaan. Maar dan waarschijnlijk in stilte.”

Het gaat Walker om het principe. “Iceland Foods is vergelijkbaar met de Bodyshop, die niet toestaat dat hun cosmetica op dieren wordt getest. Je zou kunnen zeggen dat wij niet toestaan dat genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen op mensen worden getest.”

    • Paul Luttikhuis