'Geweldige bijdrage alleen al als hij laat merken het belangrijk te vinden'; Doop kroonprins in land van water

Kroonprins Willem-Alexander houdt vandaag voor het eerst in Nederland een redevoering over zijn belangrijkste interessegebied: het watermanagement.

WERKENDAM, 11 JUNI. Dolblij zijn ze bij het Waterwinningbedrijf Brabantse Biesbosch dat ze de Prins van Oranje hebben kunnen strikken om vandaag zijn eerste redevoering te houden over watermanagement. Het verzoek ging in november vorig jaar uit, eigenlijk al te laat om nog ingepast te kunnen worden in het schema van de kroonprins, maar een optreden ter gelegenheid van 25 jaar levering van drinkwater vanuit de Biesbosch bleek aantrekkelijk genoeg voor Willem-Alexander.

De kroonprins had immers vorig jaar september in een televisie-interview met Paul Witteman aangekondigd dat zijn voornaamste interesse de komende jaren het watermanagement zal zijn. Daar kwam nog een bijzondere omstandigheid bij: het was zijn vader die 25 jaar geleden de officiële opening van het waterwinningbedrijf had verricht. Zo wordt een traditie voortgezet.

De speech in Werkendam is niet helemaal een debuut, want in maart dit jaar bracht Willem-Alexander al een bezoek aan Brazilië waar hij op zijn toehoorders een goede indruk maakte met zijn redevoering en zijn vragen over het waterbeheer. Wel is de speech in de Biesbosch zijn eerste echte optreden als spreker over watermanagement in Nederland. Volgende week vrijdag volgt een langere toespraak op de jubileumbijeenkomst in Amsterdam ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Nederlandse Vereniging voor Waterbeheer NVA, die zich inzet voor de bevordering van kennis en kunde op het gebied van integraal waterbeheer en inzameling, transport en behandeling van afvalwater. De waterwinning in de Biesbosch draagt een bijzonder karakter: het water wordt uit de Maas ingenomen en een klein half jaar opgeslagen in drie enorme spaarbekkens, waarna het vanzelf zo schoon is geworden dat het voldoet aan de meeste milieunormen. De methode is volgens het waterwinningbedrijf door zijn eenvoud en relatief lage kosten ook uitermate geschikt voor ontwikkelingslanden, waar niet zelden meer ruimte beschikbaar is voor spaarbekkens dan in Nederland. Het bedrijf levert het water als halfproduct aan waterleidingbedrijven in Zuidwest-Nederland (Rotterdam, Zeeland en West-Brabant) maar “het zou al een enorme verbetering zijn als dit water in vele metropolen in landen in de derde wereld uit de kraan zou komen”, zegt directiesecretaris J. Volz.

Er mag na de aankondiging van de kroonprins hier en daar wat lacherig zijn gedaan over diens interesse voor watermanagement, maar dat komt dan vooral doordat de term in Nederland nog niet erg ingeburgerd is; meestal spreekt men van waterbeheer. Aan het onderwerp zelf kan het niet liggen, benadrukken de deskundigen. “Als ik u zeg dat tweederde van Nederland zonder goed waterbeheer bedreigd zou worden met permanente of tijdelijke overstroming, dat de relatie tussen waterbeheer en ruimtelijke inrichting in Nederland lange tijd uit het oog is verloren, dat Nederland internationaal een naam en reputatie heeft te verdedigen op het gebied van kennis van waterbeheer, dan is daarmee het belang van het onderwerp aangegeven”, zegt prof. dr. J. de Jong, lid van de hoofddirectie van Rijkswaterstaat, hoogleraar integraal waterbeheer aan de TU Delft en voorzitter van de jubilerende Nederlandse Vereniging voor Waterbeheer NVA. Hij noemt het “buitengewoon plezierig” dat de kroonprins van zijn interesse voor watermanagement blijkt geeft.

Deskundigen in Nederland Waterland zien voldoende mogelijkheden voor de prins om zich verdienstelijk te maken. “Hij moet natuurlijk niet een zuiveringsinstallatie gaan bedienen, dat is geen functie die hem op het lijf is geschreven. Maar hij kan een geweldige bijdrage leveren aan het watermanagement door te laten blijken dat hij dat belangrijk vindt”, zegt mr. R.J. van der Kluit, directeur van de Unie van Waterschappen.

Van der Kluit denkt vooral aan het versterken van de coördinatie tussen de werkzaamheden in het buitenland van Nederlandse overheden, ingenieursbureaus, particuliere bedrijven, drinkwaterbedrijven en onderzoekers. Van der Kluit: “Neem de drinkwaterbedrijven. In Frankrijk heb je nu een paar grote geprivatiseerde drinkwaterbedrijven met miljardenomzetten die niet schromen om in het buitenland anderen opzij te zetten. Maar als je kijkt naar de knowhow, dan zie ik eigenlijk niet in waarom Nederlandse bedrijven daar niet in mee kunnen draaien.”

Willem-Alexander zou een belangrijke rol kunnen spelen bij het bevorderen van de export van Nederlandse kennis, zegt ook prof.ir. W.A. Segeren, rector van IHE Delft, een instituut dat post-academisch onderwijs geeft aan voornamelijk buitenlandse studenten, onderzoek doet en rapporten schrijft voor onder meer de Wereldbank. Segeren: “Je ziet in de wereld een toenemende aandacht voor integraal waterbeheer, dat wil zeggen een samenhangend beleid voor irrigatie, bevaarbaarheid van water, drinkwaterwinning en watervervuiling. Vroeger werden die gebieden vaak apart behandeld, maar nu water schaarser aan het worden is, wordt de noodzaak om die zaken in elkaars relatie te zien groter. In een land als Jemen zakt het grondwater jaarlijks enkele meters en straks is er geen drinkwater meer, tenzij je iets doet aan de grote hoeveelheden water die aan het grondwater onttrokken worden voor irrigatie van landbouwgronden. De kroonprins zou een zeer belangrijke rol kunnen spelen bij het bespreekbaar maken van zulke onderwerpen op internationale fora.”

Op welke bestuursfunctie de belangstelling van Willem-Alexander uit zal draaien is niet duidelijk. Ook hem zelf nog niet, onderstreept zijn woordvoerder E. Brouwers van de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). “Niet iedere functie van een toekomstig staatshoofd is verenigbaar met andere functies waarop hij kan worden aangesproken. Ook moet rekening worden gehouden met de ministeriële verantwoordelijkheid”, aldus Brouwers, die verder aangeeft dat bij het aanvaarden van functies moet worden gekozen tussen de “smalle kolom van deskundigheid” en bezigheden met een “meer samenbindend” karakter. Een spoedig besluit hierover lijkt niet voor de hand te liggen omdat de prins al zo veel andere verplichtingen heeft, bijvoorbeeld bij de Raad van State. “Hij heeft niet een paar weken vrij om zich daar eens flink in te gaan verdiepen”, aldus Brouwers.

Voor gebrek aan kennis bij de prins hoeft in elk geval niet te worden gevreesd. De Jong van Rijkswaterstaat: “De prins wordt goed geadviseerd. Hij bereidt zich altijd buitengewoon goed voor, net als andere leden van het koninklijk huis overigens.” Rector Segeren van IHE Delft: “De prins heeft deze ingewikkelde problematiek vrij snel onder de knie gekregen. Dat vind ik zeer knap.”

    • Arjen Schreuder