Europees Parlement is een 'snoepfabriek'

Hoe ruimhartig zijn de onkostenvergoedingen van het Europees Parlement? Europarlementariër Ulf Holm uit Zweden bespaart jaarlijks een ton op zijn toelage en doneert dat aan de beweging die Zweden uit de Europese Unie wil halen.

LUND/BRUSSEL, 11 JUNI. “Als ik echt wilde zou ik in het Europees Parlement in een paar jaar miljonair kunnen worden.” Even kijkt de Zweedse Europarlementariër Ulf Holm sip voor zich uit. Het is half zeven 's ochtends, en een vermoeide Holm staat op het punt om in de haven van Malmö in te checken voor de boot van Scandinavian Airlines naar Kopenhagen en vandaar met het vliegtuig naar Brussel. Dan pakt hij zijn ticket en houdt het omhoog. “Wat dacht je hiervan? Bij dit ticket is er geen aparte instapkaart. Als ik zou willen frauderen, zou ik gemakkelijk een ticket kunnen kopen, de instapstrook er af scheuren en die opsturen naar het Europees Parlement. Dat zou dan mijn reisvergoeding uitkeren. Maar als ik de rest van het ticket terugstuur naar Scandinavian Airlines omdat ik de reis niet hoef te maken, krijg ik mijn geld door die maatschappij teruggestort. Er zou geen haan naar de fraude kraaien, want ik heb een appartement in Brussel en kan daar dus gemakkelijk weken logeren zonder terug te gaan naar Zweden. Als ik de vergaderzalen van het Parlement binnenloop, weet niemand of ik uit Zweden kom of uit de Rue Gray in Brussel.”

Holm (29) verwondert zich al jaren over de 'snoepfabriek' die het Europees Parlement - ondanks alle pogingen tot hervorming - nog steeds is. Als Zweed komt hij uit een traditie waarin zuinigheid en bestuurlijke doorzichtigheid hoog in het vaandel staan. “Drie jaar geleden vond de publieke opinie in Zweden nog dat (vice-premier) Mona Sahlin geen premier mocht worden omdat ze een reep Toblerone-chocolade met een creditcard van de Zweedse regering had betaald. Dus hoe denk je dat wij tegen 'Brussel' aankijken?” Toen hij in 1995 zitting nam in de Eurovergadering was hij - in tegenstelling tot veel collega-parlementariërs - ook nog niet verleerd om op de kleintjes te letten. “Ik zat op de universiteit en moest rondkomen van 6.000 Zweedse kroon (ongeveer 1.560 gulden) per maand.”

Als toegewijd lid van de Zweedse Groenen, die Zweden uit de Europese Unie willen halen, doet hij er alles aan om “binnen de grenzen van de regels” zoveel mogelijk op de onkostenvergoedingen van het Europees Parlement te verdienen. Want de campagne tegen het Zweedse lidmaatschap van de Europese Unie heeft geld nodig en elke cent is welkom - zelfs als die van het Europees Parlement afkomstig is. Holm zelf heeft de afgelopen tweeënhalf jaar 693.767 Zweedse kroon (ongeveer 180.000 gulden) aan de campagne gedoneerd. Jaarlijks krijgt deze, aldus woordvoerster Lena Lindstrom, gemiddeld 600.000 Zweedse kroon (ongeveer 156.000 gulden) van de vier parlementariërs die de Zweedse Groenen in het Europarlement hebben. Het geld wordt in Zweden onder andere gebruikt om cartoons tegen de Europese Unie te verspreiden.

Holms donatie zou nog veel groter kunnen zijn als hij de regels van het Europarlement wat liberaler zou interpreteren. Het Europees Parlement betaalt zijn leden een reisvergoeding van 0,76 ECU per kilometer (1,67 gulden) om vergaderingen in Brussel of Straatsburg bij te wonen. Die vergoeding is gebaseerd op de afstand tussen de 'woonplaats' van het lid in kwestie en de plaats waar hij of zij een vergadering moet bijwonen. Voor Holm komt dat voor een reisje Lund-Brussel neer op zo'n tweeduizend gulden. Maar niemand in het Europees Parlement controleert of het lid in kwestie ook daadwerkelijk woont in de plaats die hij of zij opgeeft. Holm moet vaak in het weekend voor vergaderingen van de Groenen in Stockholm zijn en logeert dan in het appartement van zijn Zweedse assistent. “Niemand zou het me kwalijk nemen als ik de reiskosten vanuit Stockholm zou declareren en niet vanuit Lund.” De afstand Stockholm-Lund bedraagt 600 kilometer. Per reis naar Brussel zou Holm duizend gulden extra kunnen incasseren. Jaarlijks maakt hij gemiddeld veertig reizen naar Brussel en Straatsburg.

Maar ook bij een strikte interpretatie van de regels valt er genoeg te verdienen, vertelt Holm op het vliegveld van Kopenhagen. Volgens de Europese Rekenkamer, die de uitgaven van alle Europese instituties controleert, ligt de reisvergoeding van het Europees Parlement gemiddeld dertig tot veertig procent hoger dan business class-vliegbiljetten tussen de woonplaats van de Europarlementariërs en Brussel en Straatsburg. Om geld te besparen zit Holm altijd in de toeristenklasse. Daarnaast past hij de zogeheten dubbele apex-truc toe. Die komt er op neer dat hij voor één reis naar Brussel twee tickets tegelijk gebruikt. Als hij een nieuw ticket koopt gebruikt hij de heenreis naar Brussel op dinsdag. De terugreis gebruikt hij op woensdag, een week later. Zo ligt er een zaterdagnacht in zijn reis en is zijn ticket veel goedkoper. De truc werkt alleen als het vergaderrooster van te voren vast ligt, maar resulteert dan ook in aanzienlijke besparingen. Zo heeft Holm nu 780 gulden voor zijn ticket betaald. Ter vergelijking: een ticket met de heenreis op dinsdag en de terugreis op woensdag in dezelfde week kost ten minste 1.800 gulden.

Europarlementariërs uit andere landen hebben het nog gemakkelijker. Duitse leden van de Eurovergadering hebben binnen Duitsland recht op gratis vervoer en in België mogen alle Europarlementariërs voor niets reizen (met het openbaar vervoer). Parlementsleden die met de auto komen, hoeven alleen maar een verklaring te ondertekenen dat zij de reis daadwerkelijk hebben gemaakt en krijgen dan de vergoeding uitgekeerd. Een reis per auto van Amsterdam naar Brussel brengt zo 650 gulden in het laatje.

Maar Holm maakt ook 'winst' op de verblijfsvergoeding die het Europees Parlement voor elke dag vergaderen in Brussel uitkeert. Als het vliegtuig aankomt op het vliegveld van Zaventem in Brussel, staat er al een door het Europarlement bestelde (en betaalde!) taxi op de Europarlementariër te wachten. De Europarlementariër, die in Zweden gekleed gaat in een strakke zwarte broek en spijkerjasje en voor hij lid werd van het Europees Parlement een piercing in zijn rechterwenkbrauw had, voelt zich wat onwennig in de deftige Mercedes, maar het drukt de verblijfskosten wel. Per vergaderdag in Brussel krijgt Holm 231 ECU (ongeveer 500 gulden). Tijd om uit te gaan of braspartijen aan te richten, heeft hij niet. Dinsdagavond zit hij tot negen uur achter zijn bureau en op woensdagmorgen zit hij daar om 7.25 uur weer. Zijn grootste uitgave is 256 Belgische franc (ongeveer veertien gulden) voor de lunch. En het sobere driekamerappartement, natuurlijk, in de Rue Gray waar zijn assistent woont en waar Holm de nacht doorbrengt als hij in Brussel is en waarvan hij een deel van de huur betaalt. Vier dagen 'Brussel' per maand zou voldoende om de onkosten te dekken.

Europarlementariërs kunnen op twee manieren kenbaar maken dat zij voor 'zaken' in Brussel zijn en dus recht hebben op een dagvergoeding. Bij elke zaal waar een comité van het Parlement vergadert, ligt een register dat het Parlementslid kan tekenen. Maar daarnaast is er het centrale register, dat op een kale tafel in een afgelegen kamer ligt, naast een grijze vuilniszak. Een Europarlementariër die aan een rapport werkt, kan altijd zeggen dat hij voor zaken in Brussel is en krijgt dus een dagvergoeding. Holm zou dus een nacht langer in Brussel kunnen blijven en donderdagochtend het register nog snel even tekenen voor vertrek naar Zweden.

Ook op de andere regelingen van het Europees Parlement boekt Holm 'winst'. Per jaar krijgt hij 38.304 ECU (ongeveer 84.000 gulden) voor 'uitgaven die niet door andere bronnen worden gedekt', zoals het houden van een kantoor en telefoon- en portokosten. De helft daarvan geeft hij aan de Groenen in Zweden. De secretariaatsvergoeding van maximaal 9.205 ECU per maand (zo'n 20.000 gulden) laat hij direct uitbetalen aan de Groenen in Zweden. Die betalen er Holms assistenten van in Brussel en in Stockholm. Niets zou de Groenen verhinderen om een gedeelte van dat geld naar het anti-Europese fonds over te maken, want de controle van het Europese Parlement is minimaal. “Nog nooit heeft iemand de Groenen gevraagd hoe ze dat geld hebben besteed.”

Ook met de keuze van de assistenten bemoeit het Europees Parlement zich niet. Holm kan een familielid of geliefde als medewerker kiezen, deze een royaal salaris betalen, en een deel daarvan doorsluizen naar zijn rekening of die van de Zweedse Groenen. Toen hij een “oude vriend” als assistent aanstelde, waren alleen de Groenen in Zweden “verbaasd”. De vriend is afkomstig uit de Malediven, sprak, aldus Holm, “in het begin nauwelijks Zweeds, was ook niet zo Groen en kende de Europese Unie ook niet tot nauwelijks.” “Maar ik vertrouwde hem en hij kwam van buiten de Europese Unie dus hij wist welke gevolgen maatregelen van de EU op anderen hebben.” Zweden weigerde de assistent een werkvergunning te geven, omdat men van mening was dat een inwoner van de Unie dat werk ook goed zou kunnen doen. Eigenlijk steunde alleen het Europees Parlement Holm onvoorwaardelijk in zijn keuze: op voorspraak van de Eurovergadering kreeg de assistent een werkvergunning in België. Reizen naar andere lidstaten van de EU blijft echter problematisch.

Het wordt tijd om het mes in de onkostenvergoedingen van Europarlementariërs te zetten, aldus Holm, ook al zou dat het anti-Europese fonds in Zweden een paar ton schelen. Veel Europarlementariërs verbinden daar als voorwaarde aan dat de schadeloosstelling van de verschillende nationaliteiten wordt gelijkgetrokken: 'arme' Europarlemenetariërs zoals de Grieken gebruiken de onkostenvergoedingen immers nu om hun inkomen aan te vullen. Holm vindt dat onzinnig. “Ik ben helemaal niet jaloers op de Italianen, ook al verdienen die ongeveer drie keer zo veel als ik. Zweden zijn zo ongeveer de slechtst betaalde Europarlementariërs en toch houd ik een ton per jaar over. Dus waar hebben we het eigenlijk over?”

Steeds meer vragen Europarlementariërs zich af of zij de onkostenregelingen van het Parlement oneigenlijk gebruikt hebben. Ook Nederlanders stellen zich die vraag. Enige weken kondigde Jessica Larive (VVD) al aan dat zij in haar agenda's gaat kijken welke weekenden ze in Brussel heeft doorgebracht. Binnen haar fractie heeft Larive inmiddels toegegeven drie keer onterecht een reisvergoeding vanuit Amsterdam te hebben ontvangen. De voorzitter van de Liberale Fractie, de Vries, is een groot voorvechter van een soberder onkostenvergoedingregeling en strengere controle en zit zeer in zijn maag met dit geval van misbruik binnen zijn eigen fractie. Ook de CDA-fractie is inmiddels aan zelfonderzoek begonnen. In een persbericht kondigt de voorzitter, Maij-Weggen, aan dat zowel zij als collega Pex een eigen kind in dienst hebben. De betalingen van de netto-salarissen, belastingen en sociale afdrachten worden via een Nederlands accountantskantoor geregeld, aldus Maij. “Beide EP-leden doen een verzoek aan de media zorgvuldig te zijn in hun berichtgeving over deze arbeidsrelaties die correct en zuiver zijn geregeld.”

    • Bernard Bouwman