Europa moet op een andere manier gaan denken

Europa verandert ingrijpend, maar mentaal blijven de Europeanen nog achter. Dominique Moïsi acht dringend herbezinning nodig op begrippen als soevereiniteit en identiteit.

Ook al is de tijd van de Koude Oorlog voorbij en leven we nu in het 'mondiale tijdperk', toch zijn we nog geneigd te denken in categorieën en concepten die meer bij het verleden horen dan bij het heden. Niet alleen generaals voeren de vorige oorlog. Ook mentaliteiten passen zich in revolutionaire tijden maar langzaam aan.

Dit naijleffect zien we bij uitstek in het denken van Europeanen over zichzelf en de toekomst van de Unie. Denkbeelden, visies ontstaan tijdens de Koude Oorlog blijven het heden aan het oog onttrekken. De consequenties van de globalisering zijn - en dat spreekt ook vanzelf - veel meer door toedoen van economische grootheden geïntegreerd dan door politieke, bestuurlijke of sociale factoren. De drie doelen die de Europese Unie zich heeft gesteld, monetaire unie, institutionele hervormingen en uitbreiding, verhullen eigenlijk een drietal wezenlijke problemen die alle op een of andere manier te maken hebben met het verschijnsel 'globalisering'. Het gaat om soevereiniteit, identiteit en ruimte. Europa heeft tot taak een nieuwe omschrijving en een nieuwe inhoud te vinden voor de begrippen soevereiniteit en identiteit in een veranderde geografische ruimte.

Wat betekent nationale soevereiniteit in een wereld van mondiale vervlochtenheid? Kan Europa ervan dromen een nieuwe 'macht' in klassieke zin te worden als het begrip macht zelf onherroepelijk veranderd is? In monetair opzicht zijn de Europese regeringen bezig zich aan te passen aan het feit dat ze niet langer de volledige controle over geldstromen bezitten. Ten aanzien van de euro is een van Europa's grote problemen dat de diverse lidstaten zich vol enthousiasme of met tegenzin opmaken om iets te gaan delen dat ze niet langer in de hand, laat staan in bezit hebben - ook al is de euro te zien als een stap in de herovering van soevereiniteit en niet als louter berusting in of aanpassing aan het verlies daarvan. Het land dat zichzelf op monetair vlak nog als het meest 'soeverein' beschouwt, is tevens het land waar de onwil om de nationale munt af te schaffen het duidelijkst zichtbaar is: de Bondsrepubliek Duitsland.

In belangrijke mate strookt, zelfs op veiligheidsgebied, het begrip soevereiniteit niet met de realiteit in een Europa dat (binnen de NAVO) niet zonder de VS als borg en uiteindelijke levensverzekeraar kan. Ten aanzien van Kosovo, net als destijds in het geval van Bosnië, geven de Europeanen duidelijke signalen dat ze Amerikaanse initiatieven afwachten. Wat is de betekenis van soevereiniteit als die niet gepaard gaat met zelfstandige verantwoordelijkheid?

Achter de soevereiniteitskwestie schuilt de vraag naar de identiteit. Europa is in wezen een complexe, hybride constructie geworden. Financieel is het federaal, of althans federalistisch; op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid is het nationaal, of hooguit intergouvernementeel, en dat zal in de afzienbare toekomst zo blijven. Men kan gemakkelijker voorspellen dat Europa in 2002 een gezamenlijke munt zal hebben dan in 2004 een gemeenschappelijk Midden-Oostenbeleid.

Een federaal en tegelijk nationaal Europa zal in toenemende mate een regionaal Europa worden, naarmate de regio's meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden krijgen. Een zo inventieve, ingewikkelde constructie, een voorbeeld en studieobject voor generaties toekomstige constitutionele en juridische experts, zal voor de burgers van Europa één belangrijk, en vanzelfsprekend, gevolg krijgen: net als de Unie waarin ze leven zullen ook zij een meervoudige identiteit bezitten. In het Europa van morgen zal men tegelijk Schot, Brit en Europeaan zijn; Breton, Fransman en Europeaan; Catalaan, Spanjaard en Europeaan - met andere woorden, iedereen zal een regionale, een nationale en een continentale identiteit hebben.

Net zoals in het verleden gold voor de Chinees-Amerikaanse betrekkingen of de relaties binnen Duitsland, vormt de wereld van de sport een voorafschaduwing van wat komen gaat: supporters steunen eerst hun plaatselijke en dan hun nationale team, maar steeds vaker ook hun continentale vertegenwoordigers. De opening van het WK-voetbal in Frankrijk kan worden gezien als een krachtmeting tussen Zuid-Amerika en Europa. Europeanen vinden in de erkenning van deze meervoudige identiteiten in dit mondiale tijdperk een bron van nieuwe kracht, creativiteit en verscheidenheid.

Ontkenning van deze ontwikkeling in de hoop een monolitische identiteit te behouden, of het huldigen, zoals in bepaalde politieke en intellectuele kringen in Frankrijk, van 'de republiek' of 'de natie' als iets heiligs, maakt onderdeel uit van een defensief achterhoedegevecht, dat wel begrijpelijk maar daarom nog niet goed te keuren is. De 'federatieve schok' van de euro zal helpen bij het vestigen van het Europese identiteitsbesef. Het financiële facet is lang niet het enige. Jonge mensen die nu al door Europa reizen zonder een identiteitsbewijs te hoeven tonen, zien met enig ongeduld naar de euro uit. Waarom moet men nog geld wisselen in een werelddeel zonder grenzen?

Het derde vraagstuk waarvoor Europa zich gesteld ziet is dat van de ruimte. Europa gedraagt zich als een puber die niet weet waar zijn lichaam ophoudt. Door die onkunde kan Europa soms zwaarwichtig en onbeholpen zijn en onbedoeld dingen omverschoppen die het op zijn weg vindt. Toch blijft op het vlak van de geografie een zekere dubbelzinnigheid geboden. Een land als Rusland behoort onmiskenbaar, historisch en cultureel tot de Europese ruimte. Het streeft ernaar ooit aan de Unie deel te nemen, maar de manier waarop moet nog worden uitgevonden en zal wellicht moeten uitgaan van het bestaan van een Russische 'pool'. Hetzelfde geldt voor Turkije, mits de 'militairen' een hogere prioriteit toekennen aan Europa dan aan wat zij zien als de noodzakelijke voorwaarden om de controle te behouden, en mits de Europese Unie de Turkse kandidatuur nu eens serieus zou nemen.

Intussen zal Europa, dat zich bij gebrek aan een duidelijke geografische begrenzing genoodzaakt ziet de betekenis van soevereiniteit en identiteit nieuwe inhoud te geven, voortgaan op de weg naar de monetaire unie, in het terechte geloof dat de praktijk het nut ervan moet uitwijzen en in het besef dat er licht schijnt, niet aan het eind van de tunnel maar vanuit het eenwordingsproces zelf.

    • Dominique Moïsi