Europa laakt Haagse bestedingsdrift

Informateurs en onderhandelaars zijn druk bezig met het begrotingsbeleid van Paars II. Europa kijkt argwanend toe. Met de euro in zicht had Nederland zijn tekort al weggewerkt moeten hebben.

DEN HAAG, 11 JUNI. Dure medicijnen en een overvolle luchthaven beheersten gisteren de dagelijkse 'doorstep'-persconferentie van de drie onderhandelaars in de kabinetsformatie. Dat zijn inmiddels oer-Hollandse onderwerpen, even vertrouwd als de coalitieonderhandelingen die moeten leiden tot de vorming het het tweede kabinet-Kok met PvdA, VVD en D66.

De formatie lijkt zo een herhalingsoefening van vier jaar geleden. Maar er is één belangrijk verschil met 1994: waar het om begrotingsbeleid gaat, kijkt Europa nu mee over de schouders van de onderhandelaars en het informateurstrio, en maakt zich zorgen.

Deze week praten de drie partijen in besloten werkgroepen over het te voeren begrotingsbeleid. Moet het begrotingstekort naar 1 procent aan het einde van de volgende kabinetsperiode, of naar 1,5 procent? Moeten we uitgaan van een economische groei van 2 procent, of toch wat meer? Het wachten is op de knopen die demissionair minister Zalm (Financiën), tevens VVD-informateur, zal doorhakken.

In het buitenland wordt vast een beetje meegedacht. Vorige week werd in de eerste onderlinge vergadering van ministers van Financiën van de landen die met de euro meedoen, de 'Euro-11', een vijftal landen genoemd die hun begroting moeten intomen om overhitting te voorkomen, waaronder Nederland. De Franse minister Strauss-Kahn maakte vorige week in een ingezonden stuk in de krant La Tribune duidelijk dat Frankrijk en Duitsland belang hebben bij het beteugelen van de Nederlandse inflatie.

“We hebben de Franse minister niet nodig om het gevaar van inflatie te beseffen”, is het korzelige commentaar van het Tweede Kamerlid Hoogervorst (VVD), die meepraat over mogelijke bezuinigen en uitgaven voor de volgende kabinetsperiode. Zijn collega Van der Ploeg (PvdA), lid van dezelfde werkgroep, ziet de opmerking van Strauss-Kahn als een “compliment” voor Nederland: “Met zo'n werkloosheid als Frankrijk heeft is de kans op oververhitting daar inderdaad niet erg groot.”

De financiële specialisten van de twee grootste partijen lijken zo weinig oog te hebben voor de nouveauté die het eurotijdperk de informateurs brengt: de lotsverbondenheid tussen de elf landen, die op 1 januari 1999 gezamenlijk de euro invoeren. Euro-landen worden direct geraakt door het begrotingsbeleid van hun mede-eurolanden. Dat is de de reden dat Zalm dit voorjaar een nummer opvoerde over de toetreding van Italië tot de euro-club en nu de reden dat Strauss-Kahn zich zorgen maakt over de Nederlandse inflatie.

De lotsverbondenheid is een gevolg van van de deelname van Nederland aan de Economische en Monetaire Unie (EMU), die door de Europese regeringsleiders afgelopen mei in gang werd gezet. Deelname aan die EMU betekent dat de beleidsvrijheid bij de nationale begroting is beperkt. Een tekort van meer dan drie procent van het bruto binnenlands product (bbp) mag niet meer, volgens Europese afspraken. Zo'n tekort van drie procent mag voor Nederland ver weg zijn, maar de vrijheidsbeperking gaat veel verder.

Het monetair beleid komt in handen van de Europese Centrale Bank (ECB). Nationale revaluaties of devaluaties zijn onmogelijk, en ook de rente kan niet meer dan worden afgestemd op de nationale economie (lage rente bij trage groei, hogere rente bij dreigende overhitting). Het management van de nationale economie kan daardoor nu alleen nog geschieden met de overheidsfinanciën: trappen op de rem met belastingverhoging, zoals Denemarken nu doet, of het gaspedaal intrappen met een lastenverlichting zoals Nederland wil.

Pagina 23: Er loopt er maar één echt uit de pas: Nederland

Doordat de verschillende euro-landen in een andere conjuncturele fase verkeren hebben zij ook andere monetaire behoeften, waar de ECB in Frankfurt geen rekening mee kan houden. In Spanje en Portugal komt de economische groei, evenals in de drie grote landen van Europa, nu pas goed op gang. Maar hun rentes moeten nog ver omlaag naar het Europese gemiddelde, dat eind dit jaar zal gaan gelden. In drie kleinere landen, Finland, Ierland en Nederland, loopt de economie als een trein. Hier bestaat de vrees dat de pan-Europese rentestand van op dit moment 3,3 procent voor hen veel te laag is, en Ierland moet evenals Spanje en Portugal, met zijn rente nog omlaag.

Strauss-Kahn schreef vorige week dat oververhitting van de euro-partnerlanden zoals Nederland niet in het belang is van Frankrijk en Duitsland. Hoewel de kleinere landen voor een kwart zwaar wegen in de totale euro-economie, zou de ECB zou zich er toch door gedwongen kunnen zien de rente te verhogen tot een peil dat te hoog is voor de Franse en Duitse economie. Frankrijk en Duitsland hebben volgens Strauss-Kahn belang hebben bij bij het intomen van de Nederlandse economie. En dat kan alleen door de overheidsuitgaven te beperken of de lasten te verhogen.

De toestand waarin de economie zich bevindt, kan worden uitgedrukt door het berekenen van het zogenoemde 'output gap'. Is dat negatief, dan presteert de economie nog niet op zijn lange-termijngemiddelde. Is het positief, dan presteert de economie beter dan dat gemiddelde. Een output gap geeft daarmee aan of er nog capaciteit over is in de economie, of juist een capaciteitstekort, en is daarmee een maatstaf voor inflatiedruk. Hoe groot zij zijn, hangen af van de wijze waarop zij worden berekend, maar de output gaps die OESO becijfert zijn doorgaans maatgevend.

Het ziet er naar uit dat output gaps in de euro-zone een belangrijke leidraad worden voor het beoordelen van elkaars begrotingsbeleid. De meeste euro-landen met negatieve output-gaps hebben een fors begrotingstekort, en van de drie landen waar de economie bovengemiddeld goed presteert, hebben er twee - Finland en Ierland - een overschot. Zo is er maar één land dat echt uit de pas loopt: Nederland heeft een positieve output-gap, maar ziet zijn begrotingstekort oplopen naar 1,7 procent dit jaar.

Gezien de verhoudingen tussen output-gaps en begrotingsposities in de euro-landen had Nederland dit jaar al een begrotingsbalans moeten hebben om de euro-partnerlanden niet te benadelen, om volgend jaar uit te komen op een overschot.

In Den Haag lijkt dat bewustzijn nog ver weg. “Ik denk dat het Europese besef hier groter wordt als Nederland niet langer voorop loopt en kritiek krijgt van partners”, denkt Hoogervorst. De onderhandelingspartners houden vast aan lastenverlichtingen, ook al groeide de Nederlandse economie het eerste kwartaal onstuimig. “De eerste twee jaar niet, maar wel in de laatste twee jaar als de economie wat afzwakt.”