De laagste vorm van nautisch leven

Zacht als een luie stoel, soepel als een aal en ruimte zat voor bagage: een opblaaskajak is ideaal, maar scoort laag op de hitlijst van watersportartikelen. Deel 15 in een serie over passies.

Steeds neem ik mij voor met anderen niet over mijn verslaving te spreken, want ik wens niet te worden vernederd. Maar wanneer iemand, het geeft niet wie, mij op een zomerse maandag vraagt wat ik zondag heb gedaan, ben ik soms niet op mijn qui vive. 'Ik was op de Aa bij Nieuwer ter Aa', beken ik bijvoorbeeld, of gewoon 'het Gein af'. 'O, je hebt een boot?' 'Eh, ja.' 'Kano?' 'Kano.' Tot hiertoe gaat alles goed. Kanoën klinkt sportief. Daarna gaat het gesprek bergaf. 'Die kano heb je daar liggen?' 'Nee, die neem ik overal mee naar toe.' 'Leuk. Bovenop je auto?' 'Ik heb geen auto.' 'Hoe dan?' Ik haal diep adem. 'Ik heb een Tsjechische Barum-opblaaskajak.'

De ogen van mijn gesprekspartner verliezen hun glans. Ik weet waaraan hij of zij nu denkt, aan kwetterende kleuters in een roze dobberband. Het liefst zou ik hem of haar toesissen: 'Rund, die Tsjechen maken serieuze kano's. Dat is een industrieland! Skoda! Tatra! Die Tsjechen willen in een dvoumistny kajak, een tweepersoons boot, de Moldau kunnen afzakken, een stroomversnellinkje nemen, maar aan boord ook ruimte voor bier uit Plzn en worstjes en tentjes hebben. Zo'n kano heb ik dus, degelijk als een Moldaubedwinger, maar zacht zittend als een luie stoel, met mijn vriendin en mij erin plus truien en handdoeken en thermoskannen en de verzamelde werken van Lou de Jong voor als we een leespauze houden. Begrijp het dan!' Maar dat durf ik niet.

Zeilers en kanoërs in harde rompen zien op ons neer als de laagste vorm van nautisch leven. Motorbootgespuis geeft extra gas wanneer het ons ziet; die willen die kleuters in hun autoband zien schommelen. Maar de kano laat zich niet klein krijgen en glipt als een aal door de golven. We hebben over wrakken en boomstronken en tegen beschoeiingen geschuurd en ons scheepje heeft nog geen zuchtje lucht laten ontsnappen. Telkens wanneer ik hem uit zijn zak haal en hem in vijfentwintig minuten oppomp, ligt hij daar weer net zo voldaan te glimmen als bij de eerste tewaterlating, zeven jaar geleden. De kano is legergroen, ligt diep en versmelt dus al snel met de omgeving. Waterdieren hebben niets in de gaten wanneer wij komen aanglijden; futen en ringslangen laten zich tot op decimeters naderen en uit Lou de Jong voorlezen.

Maar het allermooiste van een opblaaskano is het gevoel dat de wereld voor je openligt. Met een kano in je tas en de peddels in een foedraal op je rug kun je overal komen. Ik hoef niet per se overal naartoe, maar het idee dat het kan, geeft een kick. Men grijnst om ons, maar ik ga president Vaclav Havel een kaartje sturen. Skoda! Tatra! Plzn! Havel! Moldau! Dvoumistny kajak! Ik houd van jullie!