Brussel onzeker over gevaren speelgoed

BRUSSEL, 11 JUNI. De Europese Commissie is onzeker over maatregelen tegen gevaarlijke stoffen in kinderspeelgoed. Een meerderheid van de commissarissen meent dat het speelgoed “een direct en ernstig risico” voor kleine kinderen oplevert en dat de Commissie daarom bevoegd is het te verbieden.

Maar een minderheid, onder wie commissaris Bangemann (industrie) vindt dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor schadelijke gevolgen van het speelgoed en dat de commissie daarom niet tot het nemen van maatregelen bevoegd is.

Volgens de woordvoerder van commissaris Bonino (consumentenzaken) is het probleem vergelijkbaar met de situatie van twee jaar geleden in verband met de gekkekoeienziekte (BSE), toen de Europese Commissie een te aarzelend optreden verweten werd. Bonino wil mede op grond van de laatste wetenschappelijke onderzoeken volgende week maatregelen tegen het speelgoed voorstellen.

Volgens de Europese consumentenorganisatie BEUC is er sprake van een onnodige verklaring, omdat duidelijk is dat de betreffende stoffen in het speelgoed kankerverwekkend zijn.

De zaak betreft zogenaamde ftalaten die aan pvc toegevoegd worden om het speelgoed buigzaam te maken en een heldere kleur te geven. Dierproeven hebben uitgewezen dat sabbelen op speelgoed waarin ftalaten zijn verwerkt een kankerverwekkend effect kan hebben. Bovendien zou het tot verandering van geslachtshormonen kunnen leiden. Maar volgens een woordvoerder van de Europese Commissie zijn wetenschappers het nog niet eens over een methode om te meten in welke mate ftalaten in het lichaam worden opgenomen.

De Europese Commissie overweegt alleen speelgoed met ftalaten te verbieden dat bedoeld is om op te sabbelen, zoals bijtringen. Maar consumentenorganisaties willen dat alle speelgoed met ftalaten verboden wordt, omdat kleine kinderen van alles in hun mond nemen. In Nederland heeft staatssecretaris Terpstra vorig jaar aangekondigd een verbod van speelgoed met ftalaten te overwegen.